Een regenjas van zeehondendarm; De eerste Russische expedities in Siberië

Bij tochten die moesten uitwijzen of Rusland aan Amerika grensde, lieten in de achttiende eeuw vele ontdekkingsreizigers het leven. De Duitse natuurhistoricus Georg Wilhelm Steller maakte de tweede grote expeditie naar het gebied mee. Hij bracht slechts tien uur op de eindbestemming door. Hij is de held van een expositie in de Frankesche Stiftungen in het Duitse Halle.

Die grosse Nordische Expedition. Georg Wilhelm Steller (1709-1746). Ein Lutheraner erforscht Siberien und Alaska. Tentoonstelling in de Frankesche Stiftungen in Halle. T/m 31 januari 1997. Catalogus DM 55,-.

De eerste Europeaan die de grond van Alaska betrad was een Duitser. Gewapend met een botaniseertrommeltje en een schetsboek onderzocht hij op 20 juli 1741 het eilandje Kayak aan de oostkust. Zijn bezoek duurde precies tien uur. Toen klonk de bootsmansfluit van het schip dat hem had afgezet en keerde hij mopperend terug aan boord. 'Tien jaren duurde de voorbereiding voor dit grote einddoel', schreef hij, 'en tien uur werden aan de zaak zelf gewijd'.

Tien jaar had inderdaad de voorbereiding van deze zogenoemde Tweede Kamtsjatka-expeditie naar Siberië geduurd, drieduizend man waren er bij betrokken, een afstand van zesduizend kilometer werd overbrugd en de kosten bedroegen anderhalf miljoen roebel, wat neerkwam op ongeveer een zesde van het Russische staatsinkomen van het jaar 1724. Zo samengevat heeft de onderneming alles van een militaire operatie. Maar het resultaat is geen gebiedsuitbreiding geweest, en geen massaslachting, maar een reusachtige, systematisch verzamelde hoeveelheid wetenschappelijk materiaal over Siberië.

Tussen 1724 en 1743 werden op instigatie van tsaar Peter de Grote en zijn opvolgers twee grote Russische wetenschappelijke expedities uitgerust, die het enorme continent ten oosten van de Oeral moesten exploreren en die bovendien voor eens en voor altijd moesten vaststellen of Rusland in het oosten grensde aan Amerika.

Beide expedities stonden onder leiding van de Deen Vitus Bering en dank zij de naar hem genoemde zeestraat tussen Siberië en Alaska is hij bekend gebleven. Toch staat niet hij in het middelpunt van de fraaie tentoonstelling Die grosse Nordische Expedition in het hoofdgebouw van de Frankesche Stiftungen in Halle. De rode draad wordt gevormd door een minder bekende figuur die deelnam aan de tweede expeditie, die van 1733 tot 1743 duurde, Georg Wilhelm Steller. Steller reisde mee als natuurhistorisch onderzoeker. Dat hij juist dit jaar en juist hier wordt herdacht komt omdat hij in Halle heeft gestudeerd en omdat hij 250 jaar geleden overleed.

Steller had gestudeerd aan de Franckesche Stiftungen, een van de grootste en meest invloedrijke onderwijsinstellingen in Duitsland, genoemd naar de oprichter, de predikant en hoogleraar Grieks en Hebreeuws August Hermann Francke, een van de oervaders van het Duitse piëtisme, een richting binnen het lutheranisme, die zich richtte op een zuivere verinnerlijkte Godsbeleving en die zich tegelijk kenmerkte door een sterke praktische maatschappelijke betrokkenheid.

Lutherse predikanten werden aan de Stiftungen, die uitgroeiden tot een complete stadswijk, klaargestoomd voor hun werk in Azië en Amerika. Omdat ze het geloof niet gewapenderhand kwamen brengen, maar door middel van het woord en dus door persoonlijke contacten met de bevolking, hebben deze missionarissen zich altijd grondig verdiept in de cultuur en de taal van de bevolking. Ze werden antropologen, linguïsten en missionarissen tegelijk.

De DDR nationaliseerde de Stiftungen en de indrukwekkende gebouwen raakten verwaarloosd. Bibliotheek en rariteitenkabinet verkommerden. Maar onmiddellijk na de Wende werden de Stiftungen weer zelfstandig en is er met westduitse hulp aan een omvangrijk restauratieprogramma begonnen waarvan de resultaten nu al te zien zijn. Het hoofdgebouw met de aula, collegezalen, dienstvertrekken en tentoonstellingsruimten zijn al gerenoveerd. Op de bovenste verdieping is de kunst- en rariteitencollectie uit het begin van de achttiende eeuw gereconstrueerd: drieduizend objecten staan er in de oorspronkelijke kasten opgesteld, een unieke presentatie van een vroeg Europees museum. In de verdieping daaronder bevindt zich de grote tentoonstelling over de Siberië-expedities.

Brieven

Steller en zijn mede-expeditieleden worden geëerd met een uitgebreide tentoonstelling, samengesteld door Duitse en Russische specialisten. Het is de visuele neerslag van een expeditie die op zichzelf weer een symbool was van de verlichte wetenschappelijke geest in Sint Petersburg. Er hangen tientallen kaarten, brieven, tekeningen van planten en dieren met daarnaast gedroogde en opgezette exemplaren zodat de nauwkeurigheid van de tekenaars is vast te stellen. Verder tekeningen en plattegronden van steden en dorpen en hun inwoners en kledingstukken van zeehondenleer, een mooie regenjas van zeehondendarm, wapens, beeldjes, sieraden van walrusivoor.

Georg Wilhelm Steller, de held van deze expositie, werd in 1709 geboren in Windsheim, een stadje ten westen van Neurenberg, als zoon van een cantor en organist. Hij bezocht het gymnasium, studeerde theologie in Wittenberg en medicijnen in Halle, waar hij de smaak voor reizen en onderzoek te pakken kreeg. Op zoek naar een betrekking vertrok hij in 1734 naar Sint Petersburg, de gloednieuwe stad waar veel Duitsers in vooraanstaande posities werkzaam waren. Daar hoorde hij over de voorbereidingen voor de tweede grote Siberië-expeditie.

Over Siberië was weinig bekend. In 1672 had de Amsterdamse burgemeester Nicolaas Witsen zijn boek Noord- en Oost Tartarye gepubliceerd waarin hij al het geschreven materiaal had verwerkt dat hij had kunnen vinden. Andere informatie stond beschreven in verslagen van Zweedse en Russische gezantschapsreizen door Siberië naar China. In 1724 stierf Peter de Grote. Een jaar daarna vertrok de eerste Russische expeditie, onder auspiciën van de Akademie van Wetenschappen en onder leiding van Vitus Bering, naar Siberië. Bering reisde over land naar het noordoostelijke schiereiland Kamtsjatka. Vandaar verkende hij per schip de nog oostelijker gelegen kust en wel zover dat hij om Siberië heenvoer in westelijke richting. Zonder het te weten voer hij door de zeestraat die later zijn naam zou krijgen.

Er werden plannen gesmeed voor een tweede, veel ambitieuzere Kamtsjatka-expeditie (1733-1743). Ook hiervan kreeg Bering de leiding. Het doel was drieledig. Niet alleen moest opnieuw de Beringstraat worden verkend, maar ook Noord-Siberië en men diende uit te zoeken wat de beste verbinding tussen Rusland en Japan was. Als bij een veldtocht werd er een algemene strategie uitgezet. De hoofdmacht zou over land naar Kamtsjatka trekken en daar twee schepen bouwen. De flanken moesten respectievelijk naar het noorden en zuiden afbuigen. Alles bij elkaar gingen er achthonderd vaste expeditieleden mee: onderzoekers, zoals botanici, zoölogen, artsen, mijnspecialisten, landmeters en verder timmerlieden, smeden, tolken en soldaten. Daar kwamen nog ter plekke gerecruteerde hulpkrachten bij. Alles werd over de slechte wegen en met boten over de rivieren getransporteerd. Enorme hoeveelheden voedsel werden meegevoerd. Bering stelde een postdienst in, die brieven en rapporten over en weer van de expeditieleiders naar Sint Petersburg bracht.

In een gestaag tempo trok de hoofdmacht oostwaarts. Elke stad werd uitvoerig bezocht en gedocumenteerd. Steller werd pas in 1737 aangenomen als natuurhistorisch onderzoeker en reisde, na zich grondig te hebben ingelezen, de hoofdmacht achterna. Via Moskou en Tomsk bereikte hij Irkoetsk. Het oponthoud door gebrekkige transportmogelijkheden, gebrek aan proviand en het uitblijven van de betaling aan de soldaten benutte hij om de flora rond het Baikalmeer te beschrijven. Het resultaat daarvan was zijn Flora Irkutiensis met de beschrijving van 1150 planten.

Aleoeten

De hoofdmacht was inmiddels in de havenstad van Kamtsjatka gearriveerd. Daar begon de bouw van twee pakketboten. De bouw vlotte niet erg en de zeilen arriveerden veel te laat. maar drie jaar na het leggen van de kielen was het zover. De St. Peter en St. Paul werden te water gelaten. De schepen vertrokken op 29 mei 1741 gelijktijdig met elk zeventig man aan boord, maar ze verloren elkaar spoedig uit het oog. Steller bevond zich aan boord van de St. Peter, waarop Bering het commando voerde.

Het schip raakte ten zuiden van de Aleoeten verzeild, de reeks eilandjes voor de kust van Alaska. Bij een eilandje dat de naam Kayak zou krijgen, werd besloten een sloep aan wal te zetten. De enige passagiers waren Steller en zijn knecht, een kozak. En zo betraden de eerste westerlingen de bodem van Alaska. Steller vond sporen van menselijke bewoning: voorraadkuilen met voedsel en gebruiksvoorwerpen. Hoewel dat eigenlijk tegen zijn principes was, nam hij de objecten eruit. Hij legde er ijzeren gereedschap en munten voor in de plaats. En juist had hij zich energiek aan het botaniseren gezet of het signaal weerklonk, ten teken dat men weer aan boord moest. De kapitein vond het onverantwoord langer te blijven. Er leden te veel mannen aan scheurbuik en er was een schrijnend gebrek aan drinkwater. Teleurgesteld keerde Steller aan boord terug.

Vanaf die dag is het eigenlijk nooit meer goed gekomen. De bemanning van de St. Peter was uitgeput en na enkele weken liep het schip op de rotsen van een eiland, niet eens zo ver van Kamtsjatka, waarbij Bering omkwam. In een zelfgebouwde sloep keerden de overlevenden terug naar Kamtsjatka. Steller schreef er zijn rapporten waarvan er vele op de tentoonstelling te zien zijn en overleed op de terugreis naar St. Petersbrug, in 1746, op 37-jarige leeftijd.

Wat is de opbrengst van deze reuzenexpeditie geweest? En wat is er mee gedaan?

Er zijn duizenden riemen papier beschreven, die in Russische archieven bewaard zijn gebleven. Het grootste deel geeft een inzicht in de reusachtige logistieke problemen waarmee de organisatoren te kampen hadden. Interessanter zijn de vele rapporten met observaties over Siberië en de duizenden afbeeldingen, de kaarten en de topografische afbeeldingen van dorpen en steden, de tekeningen van planten, vogels, vissen en zoogdieren. Ook zijn er veel etnografica mee teruggebracht. Kleding, gebruiksvoorwerpen en objecten van rituele aard van Jakoeten, Itelmenen, Korjaken en Ewenken. Dat alles bleef eigendom van de Akademie van Wetenschappen en veel is pas bij de voorbereiding van deze tentoonstelling weer opgedoken uit archieven en depots.

Van die massa gegevens is niet zo heel veel gepubliceerd. Deels door niet altijd even collegiale samenwerking van de onderzoekers en deels ook omdat de overheid er staatsgeheimen in zag. Steller heeft tijdens zijn leven niets kunnen publiceren. Verschillende botanische werken, zoals zijn hoofdwerk, de flora van Irkoetsk en de flora van Kayak-eiland, bleven ongedrukt. Het is te danken aan bewonderende vakgenoten dat ander werk wel werd gepubliceerd. Zo verschenen er ornithologische waarnemingen en een beschrijving van Kamtsjatka.

Een ander resultaat van de expeditie was dat de weg werd geëffend voor de Grieks-orthodoxe missie. Een treuriger effect is de pelsjacht geweest. De overwinteraars van Bereringeiland hadden achthonderd pelzen meegebracht en zodra dit bekend was trokken pelsjagers naar Siberië met desastreuze gevolgen voor de fauna. Georg Steller had bijvoorbeeld uitvoerig de zeekoe beschreven. Het dier kreeg zelfs zijn naam: maar enkele jaren later was het uitgeroeid. Een zeseneenhalf meter lang skelet van een dergelijk dier staat op de tentoonstelling opgesteld.

Er is nog een gevolg van deze expeditie. Aan de westkust van Kamtsjatka wonen nog veertienhonderd Itelmenen. Na de val van het Sovjetsysteem staat het hen weer vrij hun eigen taal en cultuur te beleven. Maar wie kent er nog de traditie, de verhalen, de liederen, de rituelen? Nog maar tweehonderd mensen spreken Itelmeens. Het zou wel eens kunnen zijn dat Steller de redder is van de Itelmeense cultuur. Zijn aantekeningen en zijn boek, in 1774 in het Duits verschenen onder de titel Beschreibung von dem Lande Kamtschatka, worden er ijverig bestudeerd. Zo kunnen dankzij die Duitser uit Windsheim, de Itelmenen eindelijk weer hun traditioneel feest vieren, het Alchalalalaifeest.