De ware multiculturele samenleving

Het vrouwenklasje is in de loop der jaren enorm van uiterlijk veranderd: de komst van Marokkaanse bruiden naar ons stadje lijkt door strengere instroomeisen nu dan toch echt afgenomen. Ik heb er dit jaar maar één, Noura, met haar 21 jaar de jongste en slimste van de klas.

Maar inmiddels zijn de Turkse bruiden aan een inhaaloperatie begonnen: d'r zitten er vier op een rij: twee modieuze schoonheden met geblondeerde haren, één zedige lieverd met een groot formaat hoofddoek, en één type provinciaaltje dat evenwel in de pauze shaggies rookt op de wc. Wij zijn inderdaad van alle markten thuis.

Met elf verschillende nationaliteiten (de mijne inbegrepen) lijkt deze klas de multiculturele samenleving in haar meest extreme vorm, al is het een misverstand te denken dat de vrouwen zelf daar geen enkel probleem mee zouden hebben. Zo doet Noura haar boodschappen liever niet in het winkelcentrum om de hoek, 'omdat daar altijd zoveel Marokkanen rondhangen'.

En een van de Turkse schoonheden wil haar kind van 3 straks niet in de buurt op school, want daar zitten te veel buitenlandse kinderen op en nu ze het er toch over heeft: er wonen ook veel te veel buitenlanders bij haar in de flat.

Ook binnen de klas zijn soms spanningen, al gaan die de fase van de stille ergernis meestal niet te boven. De Chinese Fong Ling wordt links en rechts openlijk uitgelachen, wanneer haar tong voor de zoveelste keer over de Nederlandse medeklinkers struikelt, en als de Somalische vrouwen gechoqueerd weigeren de Nederlandse benaming van enkele minder voor de hand liggende lichaamsdelen in hun schriften te schrijven, omdat het lesboek hier in gebreke blijft, dan schudden die van Armenië en Bosnië zuchtend het hoofd: zíj verlangen zelfs de bijbehorende schuttingtaal op het bord, al hebben ze er wel begrip voor dat die daar niet te lang kan blijven staan.

Maar beantwoordt de Poolse Teresa op haar beurt de vraag wat ze die avond denkt te gaan eten met een exposé over de malse varkenskarbonade die ze in gedachten heeft, dan begint er in de gelederen van de moslimvrouwen iets rond te zingen en wisselen de trotse Somaliërs hun misprijzende blikken zelfs uit met Soeraya uit Afghanistan, die normaal gesproken door iedereen genegeerd wordt sinds ze in de klas ooit verteld heeft dat een kind van haar van het balkon viel en op zijn hoofd terechtkwam, in Kabul weliswaar, en een paar jaar geleden alweer, maar zoveel domme onachtzaamheid, dat kúnnen de klasgenoten haar gewoon niet vergeven.

Soms lokt er iemand een botsing uit, alleen om de ander een beetje te plagen: Arlène, lachebek uit Angola heeft daar een handje van. Dan komt ze met boosaardige grijns op me afstormen: “Juf! Luister wat zegt Noura! Noura zegt: is goed, dit man, Rabin, is dood! Is goed!” De arme Noura bloost tot achter haar oren. “Hij hij niet goed geweest voor islam-mensen”, verdedigt ze zich stotterend. “Veel islam-mensen ook doodgegaan van hem.” Maar daar heeft ze al een olijke stomp van Arlène te pakken, ten teken dat die het verraad aan de juf slechts als grap bedoeld heeft en dat ze erin gelopen is.

De meeste ergernis wordt teweeggebracht door Jadwiga, een slanke Poolse, die gewoonlijk een nogal hautaine houding uitstraalt en daar kunnen de andere vrouwen niet tegen. In de pauze, als de booswicht op de gang staat te roken, klaagt Fran,coise uit Zaïre openlijk over het feit dat Jadwiga opschept over haar knappe Nederlandse man en de grote auto waar ze in rijdt, en dan briesen de andere vrouwen van misnoegen.

En na de les komt Efigenia uit de Dominicaanse Republiek voorzien van een klein escorte verontwaardigde klasgenoten, mij op de hoogte brengen van de verschrikkelijke gebeurtenis dat Jadwiga het gewaagd heeft haar een sigaret terug te geven die zij een paar dagen tevoren geleend had! Ik staar de vrouwen aan. Wat heeft Jadwiga gedaan? Efigenia herhaalt haar klacht: een sigaret teruggeven. Nurta uit Somalië klakt geërgerd met haar tong en gebaart met haar wijsvinger. “Slecht vrouw”, zegt ze. Teruggeven! Wie dóet dat nou!

    • Elizabeth Termeer