De citatenvorser

Het geheugen is een Bijenkorf met op iedere verdieping een stuk of tien uitdragerijen, rommelwinkels, bric-à-brac boetiekjes. Je merkt het pas dat het redelijk geordend is als je voor de aardigheid eens op je gemak het hele gebouw inspecteert, van het souterrain met de herinneringen aan niet lekker gegeten hebben tot de lunchroom met de lieve gezichten.

Niet ver daarvandaan is de muziekafdeling met de wijsjes waarvan de woorden verloren zijn gegaan, en de boekenafdeling met de passages, de flarden van hoofdstukken, dichtregels, zinnen, de aforismen, de citaten die 'zijn blijven hangen', allemaal zonder auteursnaam of met de verkeerde. Om de citaten gaat het hier.

Het weten van veel citaten, op commando kunnen uitpakken, en het ogenblikkelijk betrappen van anderen op verkeerd citeren, hoort tot de Twee-voor-twaalf-wijsheid, zoals Jan Zandbergen het eens heeft genoemd. Maar het is ook een bewijs dat zoiemand veel in zijn mars heeft, en dat op zichzelf is geen reden tot geringschatting. Je hebt redenaars die altijd met een citaat beginnen. Plato heeft eens gezegd, Demosthenes liet zich eens ontvallen, om met de Hertog van Alva te spreken, zoals Colijn toen zei... Ja, dat weet iedereen, daar valt geen redevoering mee te beginnen of te eindigen. Redenaars die veel met citaten werken zou je citaatparvenu's kunnen noemen als dat niet zo hooghartig-betweterig klonk.

Voor de redenaars, de verkeerd citerenden, de gewoon nieuwsgierigen heb je boeken. De zichzelf respecterende boekhandel heeft een plank vol. Moderne talen, Latijn, gerangschikt op onderwerp, auteur, chronologisch. Je kunt al terecht voor ƒ 14,90. Toch zijn al die boeken niet voldoende om alle mensen bijtijds aan het goede citaat met de goede auteur te helpen.

Om in dit tekort te voorzien is er sinds kort een tijdschrift, De citatenvorser, geredigeerd en in eigen beheer gepubliceerd door Jaap Engelsman. Om de bedoeling nader te verklaren citeer ik de hoofdredacteur: 'Om wat voor teksten gaat het? Een scherpe afbakening tussen citaten enerzijds en anonieme spreekwoorden, uitdrukkingen en gezegden anderzijds is niet mogelijk. Voor opname in De Citatenvorser is een redelijk vermoeden vereist dat de gezochte tekst een citaat is. Andere beperkingen zijn er niet: reclameleuzen, bakerrijmpjes en revueteksten zijn ons even welkom als Goethes Faust, de brieven van Voltaire en de poëzie van J.J.L. ten Kate. Ook het wanhopige 'Waar hèb ik dat toch gelezen?' is welkom. Niet voor niets heten boeken op dit gebied Où est-ce donc? (Émile Genest) of Chi l'ha detto? (Giuseppe Fumagalli).' Alle post richten aan De Citatenvorser, Grote Wittenburgerstraat 29 C, 1018 KV Amsterdam. Het eerste nummer is een proefnummer. Hierna zullen nog drie proefnummers verschijnen en als dan is gebleken dat er voldoende belangstelling is, zal het tot de definitieve oprichting komen, met jaarabonnementen, zes nummers voor ƒ 33,-.

Laten we hopen dat het zo ver komt want het is prikkellectuur, als je er tenminste vatbaar voor bent. Ik noem een voorbeeld. Een ondersoort van het citaat is de veelgebruikte constructie, anoniem geworden maar in de loop der tijden toch zo markant gebleven dat je wilt weten wie er de schepper van is. Tot deze ondersoort hoort 'Er is geen... er zijn slechts', Er is geen patiënt, er zijn slechts dokters - ik noem maar wat. De voorlopige nasporingen van De Citatenvorser hebben nu drie vindplaatsen opgeleverd, de laatste uit 1996, de eerste uit 1943. Er moeten, voeg ik eraan toe, er veel meer zijn, al was het alleen maar omdat zo'n formule aanstekelijk werkt op een soort oorspronkelijkheid dat het duwtje van een voorbeeld nodig heeft. Denk je er verder over na dan hoor je het Lodewijk XIV of Talleyrand al zeggen. Zonder er verder iets van te weten, durf ik te wedden dat het door een Fransman is verzonnen.

Nog zoiets. 'De stad ligt als een tentenkamp van kroegen.' Komt bij Carmiggelt voor, gezegd door een door de muze verlaten schilder. Die moet een voorganger hebben gehad. Het metrum alleen al wijst erop, de sfeer ook. Maar wat! Waar! In zo'n geval ga je de gang op, andere lokalen in om de mensen daar van hun werk te houden. Met vereende krachten kwamen we tot: 'De bus rijdt als een kamer door de nacht.' Uitstekend; er zit verwantschap in. Iedere keer als ik 's nachts in een bus zit denk ik aan Vasalis. Maar in dit geval is het niet goed genoeg. Misschien komt de verlossing met het volgende nummer van De Citatenvorser.