Cardiologisch onderzoek voetbal loopt achter bij wielrennen

Bij ex-Ajacied Kanu is een hartafwijking geconstateerd die fatale gevolgen kan hebben wanneer deze voetballer topsport blijft bedrijven. Had men bij Ajax deze aandoening bij de Nigeriaan kunnen ontdekken? En dient cardiologisch onderzoek bij profvoetballers verscherpt te worden?

ROTTERDAM, 6 SEPT. De hartafwijking van Nwankwo Kanu kwam aan het licht bij de medische keuring door zijn nieuwe club Inter Milaan. De artsen daar ontdekten een afwijking aan de hartklep bij de aorta. Zij toonden zich verbaasd dat deze kwaal niet al door Ajax was ontdekt.

“De Italiaanse cardiologen die Kanu hebben onderzocht zijn geen prutsers. Die zijn van internationale faam. Een van hen, professore Colombo, is wijd en zijd bekend”, weet de Belgische cardioloog dr. J. van Lierde, lid van de commissie cardiologie van de Internationale Wielrenunie (UCI) en verbonden aan een aantal Belgische voetbalclubs. “Een auto kopen duurt een paar dagen, er wordt gewikt en gewogen voordat men tot de koop overgaat. Je mag verwachten dat men met een zekere zorg te werk gaat wanneer het om de aankoop van topvoetballers gaat”, zegt Van Lierde.

Zijn collega in de UCI-commissie, de Nederlander dr. J.P. van Mantgem meent: “Topsport is topsport. Daar hoort, ook al is het maar één keer, uitgebreid cardiologisch onderzoek bij. De intensiteit van de sportbeoefening, zeker ook in het voetbal, is de laatste jaren zo opgevoerd dat er iets moet gebeuren.” Hij verwijst naar de Italiaanse benadering. “Daar zijn ze wat betreft medische begeleiding van sporters eerder begonnen met uitgebreid onderzoek. Vandaar dat wij in Nederland bij wielrenners ook begonnen zijn met scherpe cardiologische testen. Voor de medische staf van de Rabo-wielerploeg doe ik nu al onderzoek bij 17-jarigen. Daarmee kunnen we nagaan hoe het hart zich ontwikkeld. Wielrennen mag een ander type sport zijn, maar zoals voetbal tegenwoordig wordt gespeeld, moet elk toeval worden uitgesloten.”

Clubarts drs. P. Bon van Ajax verklaart dat de inspanningtests die bij Ajax plaatsvinden in samenwerking met een cardioloog van het VU-ziekenhuis in Amsterdam, onderhevig zijn aan discussie. “Hoever moet je gaan met het onderzoek? Er zijn verschillende soorten echocardiogrammen. Hoe meer je onderzoekt, hoe meer je kunt vinden. Maar je kunt niet tot het uiterste gaan. Zeer zware inspanningstesten met registratie kosten veel tijd en veel geld. En de kans dat je iets vindt, weegt niet op tegen de intensiteit van het onderzoek.”

Bon beroept zich op het medisch geheim en kan niet ingaan op het dossier van Kanu. “Bovendien weet ik niet wat exact gevonden is en wat de oorzaak is. Het enige contact met Inter had ik met een secretaresse. Ik vind het niet netjes dat deze zaak via de media wordt gespeeld. Daar heeft de betrokkene geen baat bij. Waarom wij het niet hebben gevonden, is onduidelijk. Het kan zijn dat zich een bacterie op een hartklep heeft vastgezet en dat daardoor de situatie is verergerd en de afwijking die aangeboren is, werd gevonden.” Bon acht de roep om uitgebreider cardiologisch onderzoek overdreven. “Als één voetballer aan een hersenbloeding overlijdt, moeten we dan van elke voetballer een hersenscan maken?”

Van Lierde zegt dat er bepaalde hartaandoeningen zijn die zeer langdurig verborgen kunnen blijven en toch topsport toelaten. “Specifiek onderzoek is aan de orde als men topsporters bij de eerste medische tests ondervraagt en er blijken hartklachten voor te komen in de familie. Maar onnadenkend de hele batterij aan onderzoeksmethoden op elke speler of topsporter loslaten, is schieten met een kanon op een ruit waar een vlieg op zit. Dat zal bovendien heel veel geld kosten. En de vraag is wie dat gaat betalen. Als Kanu een aorta-stenose heeft dan is dat niet van voetballen gekomen. Die afwijking is klein geweest en langzaam gegroeid met lichte verdikkingen naar vergroeiingen. Het kan best zijn dat men het weleens ontdekt heeft, dacht dat het niets bijzonders was en dat het zich verkeerd heeft ontwikkeld. En: de laatste dokter is altijd de slimste.”

Dr. G. van Enst, sportarts en in 1990 gepromoveerd op een proefschrift over sportkeuringen meent: “Het is acceptabel dat je niet specifiek zoekt naar afwijkingen. Je vraagt een topsporter altijd of hij een broer of een zus had die plotseling is doodgegaan. Omdat zo'n hartaandoening meestal familiair is. Mocht dat het geval zijn, dan zou je een specifieke echo moeten doen. Dan ontstaat er natuurlijk een kosten-baten-afweging. Bij mensen die veel geld kosten zou ik, wanneer ik de verantwoordelijkheid zou hebben, zeggen dat het wèl moet gebeuren. Zeker bij beroepssporters. Bij de Nederlandse Olympische equipe is het trouwens ook niet gebeurd.”

Van Enst zegt dat bepaalde afwijkingen aan het hart niet te zien zijn met electrocardiogrammen. “Je kunt ze ook niet horen als je op de borst luistert. En meestal heb je er geen last van tot kort voordat je dood gaat. Het is een misselijk soort afwijking die alleen met dure technieken te vinden is. Maar die technieken gebruik je niet bij een standaard-screening. Het is niet schandalig als nu ineens wat bij Kanu wordt ontdekt. Bovendien bestaat er altijd verschil van mening over de interpretatie van gegevens. Er zijn gradaties: is het ernstig of niet, moeten we verder zoeken of niet?”

In het geval Kanu zou het gaan om een lekkende hartklep, waardoor er te veel bloed in het hart terugstroomt. Een aortaklep-stenose is een vernauwing van de kleppen tussen de linker hartkamer en de grote lichaamsslagader, de aorta. Die vernauwing kan ontstaan in de jeugd als gevolg van een gewrichtsontsteking. De bacteriën van de ontsteking hebben de neiging zich aan de binnenwand van het hart te nestelen, waardoor op die plaats weer een ontsteking komt. Wanneer die geneest, blijft een litteken achter dat in de loop der jaren vergroeit. Daardoor kan de klep steeds meer vernauwen.

Volgens Van Enst kan met de stethoscoop op de borst een ruis te horen zijn wanneer aan de klep iets mis is. “Maar als die klepafwijking ruist dan kan hij weer wel of geen afwijkingen in het electrocardiogram geven. Daarnaast geeft een lekkende klep niet altijd ruis.”

Van Enst maakte in 1988 deel uit van een commissie die afspraken maakte over het 'standaard medisch handelen', onder supervisie van de Hartstichting en het Centrale Begeleidings Orgaan voor Intercollegiale Toetsing. “De commissie wilde regels vastleggen. Als een arts zich daar niet aan houdt, hangt hij. Dat heeft tuchtrechtelijke consequenties. Die afspraken zijn in Nederland wet. De commissie oordeelde in 1988 dat een lekke klep die in het electrocardiogram geen afwijkingen geeft, functioneel zodanig weinig belangrijk is dat je er mee mag sporten. Eerlijk gezegd is de commissie onlangs weer bijeengekomen om zich te beraden over nieuwe inzichten.”

Harald Wilhelm, de zaakwaarnemer van Kanu, zei gisteravond in het tv-programma Barend & Van Dorp dat bij een onderzoek in mei in het VU-ziekenhuis een ruis bij Kanu was geconstateerd. Nader onderzoek zou niet mogelijk zijn geweest, meende hij, omdat Kanu naar de Olympische Spelen moest. Vorige week ontdekten de Italiaanse cardiologen onafhankelijk van elkaar de hartafwijking.

Van Enst: “Het kan zijn dat Kanu hier in juni weggaat en dat de kwaal zich in korte tijd ontwikkelt. Als je een afwijking aan je klep hebt, willen bacteriën daar heel graag zitten. Als je vanaf je geboorte een afwijking hebt en je komt ook nog uit Afrika is de kans groot dat zo'n afwijking zich later plotseling manifesteert. In Afrika zijn heel bijzondere ziekten. Bepaalde hartafwijkingen komen bij negroïde mensen vaker voor dan bij blanken.”

Van Enst relativeert de aandacht die nu wordt besteed aan cardiologisch onderzoek bij profvoetballers. “Zodra iemand wat bijzonders heeft, moet ineens iedereen daarop onderzocht worden. Het verhaal dat onderzoeken bij topvoetballers niet deugen, is onzin. Bij het wielrennen ging niet één maar een handvol renners dood. Dan pas kun je je afvragen of uitgebreide cardiologische testen noodzakelijk zijn. Waar je je onderzoek op richt, hangt samen met de tak van sport, het belang van die sport en de kans of iemand iets heeft.”