Bij alle verschil toch samen tegen Saddam Hussein

Deze week heeft de NAVO een schrammetje opgelopen. De nuances die tussen de voornaamste lidstaten bleken te bestaan over het Amerikaanse antwoord op Saddam Husseins inval in Noord-Irak heeft andere thema's, zoals de uitbreiding van het bondgenootschap naar het Oosten, voor een moment naar de achtergrond geschoven. De missie die minister Christopher gisteren naar Europa bracht en die oorspronkelijk was bedoeld als voorbereiding van een hernieuwde dialoog met Moskou na Jeltsins verkiezing, is vooral een poging gebleken de rijen gesloten te krijgen.

Christophers onderneming zal hem niet al te zwaar zijn gevallen. Niemand heeft er behoefte aan bezwaren tegen bepaalde onderdelen van het Amerikaanse beleid in het openbaar breeduit uit te meten, verschillen van mening en van accenten zijn er altijd in het bondgenootschap geweest en de alliantie heeft er mee leren leven. Er zijn nu eenmaal uiteenlopende belangen en er is, zeker met een land als Frankrijk, altijd een zekere rivaliteit. Maar dat verhindert niet een gezamenlijk optrekken wanneer het erop aankomt.

President De Gaulle handhaafde in zijn tijd veel diplomatieke ruimte rondom de Franse betrekkingen met de Sovjet-Unie. Ten aanzien van Indo-China volgde hij een derde weg, zoals Chirac dat nu in het Midden-Oosten nastreeft. De Gaulle gooide zelfs op een gegeven ogenblik de NAVO zijn land uit. Maar hij steunde de Amerikanen onvoorwaardelijk in de crisis over Cuba in de herfst van 1962, en over Frankrijks positie ten aanzien van Berlijn liet hij geen misverstand bestaan. In 1990/1991 zocht president Mitterrand onafhankelijk naar diplomatieke openingen in de crisis over Koeweit, maar tegelijkertijd liet hij zijn generaals Frankrijks bijdrage aan Desert Storm voorbereiden.

De Fransen hebben steeds loyaal meegewerkt aan het verzekeren van de zogenoemde no-fly zones in het noorden en zuiden van Irak sinds die zones ter bescherming van de Koerden (in het noorden) en de shi'ieten (in het zuiden) werden ingesteld. Saddam Hussein heeft deze week na de eerste Amerikaanse raketaanval zijn piloten en bemanningen van de luchtafweer opgeroepen patrouillerende geallieerde toestellen neer te schieten, maar de daad is hier nog niet bij het woord gevoegd. Amerikanen, Britten èn Fransen zetten de handhaving van de zones voort. De Franse weigering met de door Clinton bevolen uitbreiding van de zuidelijke zone akkoord te gaan is niet veel meer dan een signaal van ongenoegen over het feit dat Washington zich niets aan Chiracs bezwaren gelegen heeft laten liggen.

Heeft de Franse regering haar twijfels laten blijken over de Amerikaanse operaties, de Russen hebben bij monde van minister Primakov scherpe kritiek geuit. Primakov had als afgezant van Gorbatsjov aan de vooravond van Desert Storm de taak Saddam te overtuigen van de risico's die hij nam en moest hem tot rede brengen. Ondanks Primakovs relaties met de Iraakse leider uit de tijd dat deze nog innig met Moskou was verbonden, maakte hij in Bagdad geen enkele indruk. Aan de uitspraken van de Russische bewindsman deze week moet dan ook niet al te veel betekenis worden gehecht. Evenals de Fransen verwachten de Russen baat te hebben bij een ontspanning van de betrekkingen met Irak. Maar ook zij zijn niet verheugd over Saddams extravaganties, al was het maar omdat de Amerikanen steeds weer de gelegenheid wordt geboden hun militaire en technologische suprematie te bewijzen over wat in aanleg Russische wapens en systemen zijn.

Saddam wordt over het algemeen geen groot strategisch inzicht toegerekend. Bij zijn oorlog met Iran bleek hij zich te hebben verkeken op de vechtlust van het in Teheran aan de macht gekomen priesterregime. Uiteindelijk verliep een operatie die in maanden, zo niet in weken, tot de annexatie van Irans olierijke zuiden en tot beheersing van de Golf had moeten leiden tot een jarenlang slepende oorlog waarin Irak bijna het onderspit moest delven. Met steun van Amerikaanse inlichtingendiensten wist Bagdad het ergste te voorkomen. Maar na afloop was de kas leeg, het land verarmd en waren de strijdkrachten gedemoraliseerd.

Toen de emir van Koeweit tot de conclusie was gekomen dat aan Saddams onverzadigbare eisen voor ondersteuning een grens moest worden gesteld, werd het emiraat door Bagdad onder de voet gelopen. Het Iraakse regime was, door de Amerikaanse hulp die het in de eindfase van de oorlog met Iran had ondervonden, tot de slotsom gekomen dat het Washington niet veel kon schelen wie er in de Golf de dienst uitmaakte, zolang de olie maar stroomde. Dat bleek een vergissing en bondgenoten werden van de ene op de andere dag tot verklaarde vijanden. Als Saddam zich meer in de geschiedenis van de internationale betrekkingen had verdiept, had hij kunnen weten dat grote mogendheden doorgaans de voorkeur geven aan een hanteerbaar regionaal machtsevenwicht dan aan een alleenheerser aan wiens luimen zij zijn overgeleverd.

Ook nu weer lijkt Saddam een misrekening te hebben gemaakt - als hij al een poging heeft ondernomen om inzicht te verwerven in de strategische gevolgen van zijn inval in voor hem verboden Koerdisch gebied. Na lang touwtrekken hadden de Verenigde Staten onlangs ingestemd met een beperking van het VN-embargo op de Iraakse olie-export. Fransen en Russen waren hiervan de voornaamste pleitbezorgers en het doel - olie voor voedsel en medicijnen voor Iraks hongerende bevolking - kon worden begrepen als een eerste fase in een normalisering van de verhoudingen. Maar Saddam heeft de tegemoetkoming vermoedelijk voor zichzelf uitgelegd als een bewijs dat er scheuren waren ontstaan in de coalitie die hem destijds de zwaarste nederlaag uit zijn bestaan bezorgde.

De geluiden uit Parijs en Moskou deze week zouden hem in die zienswijze kunnen hebben gesterkt. Maar zij hebben Irak niet geholpen. President Clinton mag zich in het Witte Huis verbeten hebben over zijn bondgenoten en vredespartners, het heeft hem er niet van weerhouden Saddam verder aan banden te leggen. De tijden zijn voorbij waarin de Amerikanen zich gelegen lieten liggen aan de nuances van anderen. Frankrijk heeft de VS nodig bij de afwikkeling van de tragedie in Bosnië. Daar en aan de Golf is het zich van de realiteit bewust geworden. De Russen zijn economisch ernstig verzwakt en hebben te veel problemen die op de noemer Tsjetsjenië zijn bijeen te brengen dan dat zij Bagdad meer dan verbale steun zouden kunnen verlenen. Zelfs de Arabische massa's komen niet meer voor Saddam de straat op. De nuances zijn er, maar zij bepalen niet de uitkomst.