Amerikaans optreden in Irak versterkt positie van Saddam

Irak toont zich niet erg onder de indruk van het Amerikaanse optreden van deze week. Dat is volgens Carolien Roelants goed verklaarbaar.

Ruim vijf jaar na de Golfoorlog blijkt er niet veel over van de oude alliantie tegen Saddam. Diens speelruimte is veeleer vergroot.

“Onze missie is voltooid in Irak”, zei de Amerikaanse president Bill Clinton woensdag. De Iraakse president Saddam Hussein is “er strategisch slechter aan toe dan voor deze aanvallen”, die “de strategische situatie hebben veranderd, vooral in het zuidelijke deel van Irak, dat Saddam Hussein gebruikte voor de voorbereiding van zijn invasie van Koeweit”.

Maar een Iraaks militair communiqué bracht daar gisteren tegenin: “De Iraakse wilskracht zal niet worden verslagen door de tirannen, hoe ver ze ook gaan in hun boosaardige zonden, kwaadaardigheid en agressie.” “De misdadiger Clinton is onderweg naar een val in de afgrond van het kwaad.”

Irak toont zich niet erg onder de indruk van het Amerikaanse optreden van deze week. En dat is ook goed verklaarbaar: Saddam Husseins positie lijkt eerder versterkt.

Het is waar, met de uitbreiding van de zuidelijke no-fly zone in Irak heeft president Clinton de manoeuvreerruimte van de Iraakse luchtmacht verder ingeperkt. Door de Amerikaanse raketaanvallen op Iraakse luchtdoelbatterijen is ongetwijfeld de veiligheid vergroot van de vliegtuigen die er patrouilleren.

Maar in feite zijn dit slechts symbolische speldenprikken. Van de eens vervaarlijke Iraakse luchtmacht is sinds de Golfoorlog van 1991 nog maar een flauwe afspiegeling over. Voor de zwaar door de VS en andere Westerse landen bewapende zuidelijke buurlanden, die met de uitbreiding van de no-fly zone een grotere bufferzone toebedeeld kregen, vormden de Iraakse strijdkrachten toch al geen reëel gevaar meer. Ook het Iraakse grondleger heeft in 1991 zware klappen opgelopen.

Saddam heeft wel ruim voldoende aanvalskracht over om opstandige bevolkingsgroepen in toom te houden, zoals hij in de nasleep van de Golfoorlog in 1991 tegen de opstandige Koerden en shi'ieten bloedig heeft aangetoond. De uitbreiding van de no-fly zone en de vernietiging van enkele luchtdoelbatterijen hebben daarop geen enkele invloed.

Maar belangrijker is een ander aspect: de internationale verdeeldheid die de Amerikaanse acties hebben opgeroepen. De talrijke protesten die zijn ingediend tegen de aanvallen en de overige sancties - het door Clinton aangekondigde uitstel van de olie-voor-voedsel deal tussen Irak en de VN - vormen niet anders dan een aanmoediging voor Saddam op het ingeslagen pad door te marcheren. Opeens kan hij putten uit een heel vat potentiële bondgenoten.

Natuurlijk hebben eerdere geallieerde of eenzijdig Amerikaanse strafmaatregelen tegen Saddam, wegens obstructie van VN-resoluties dan wel moordcomplotten, ook wel internationaal verzet opgeroepen. Maar de protesten kwamen dan van oude vrienden van Saddam dan wel notoire tegenstanders van Washington. Niet eerder is de tegenstand zo algemeen geweest: van de oude alliantie tegen Saddam blijkt ruim vijf jaar na de Golfoorlog niet veel over te zijn, en dat vergroot zijn speelruimte.

Veel Arabische regimes hebben publiekelijk problemen met aanvallen op Arabische broederregimes, hoezeer ze die regimes binnenskamers ook mogen verfoeien. Officiële bezwaren tegen Amerikaanse interventies klonken doorgaans echter niet overtuigend, en verstomden snel; nauwe Amerikaanse bondgenoten zwegen dan stil.

Nu klonk in diverse Arabische Golfstaten begrip voor de Iraakse militaire actie in het Koerdische noorden die de Amerikaanse reactie uitlokte. Niemand wilde meewerken aan de Amerikaanse acties. Zelfs Saoedi-Arabië, over het algemeen een hele trouwe bondgenoot van Washington, stelde zich openlijk gereserveerd op. De Arabieren, schreven twee Saoedische kranten gisteren, maken bezwaar tegen elke “buitenlandse agressie” tegen een van de hunnen, ook al zijn ze het oneens met Saddam Hussein. “Als wij dit goedkeuren en het stilzwijgen bewaren, moedigen wij alle grote landen aan om hun toevlucht te zoeken tot raketten om een ander klein land te straffen in het geval van een conflict.”

China protesteert altijd tegen buitenlandse inmenging in andermans interne aangelegenheden, maar Rusland ging nu zelfs zo ver in de diep verdeelde Veiligheidsraad van de Verenigde Naties met een veto te dreigen tegen een Britse ontwerp-veroordeling van de Iraakse militaire activiteit. Belangrijker nog is de houding van Frankrijk - een Westerse bondgenoot! - dat, ondanks aandringen van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Warren Christopher, blijft weigeren zijn vliegtuigen te laten patrouilleren in het nieuwe deel van de no-fly zone.

Veel landen hebben zo hun particuliere redenen voor hun opstelling. Rusland bij voorbeeld heeft grote kredieten in Irak uitstaan en ziet die, zolang Saddam zijn pariastatus behoudt, niet terug. Frankrijk, eveneens groot schuldeiser van Bagdad, probeert zich bovendien om politiek-economische redenen in het Midden-Oosten op te werpen als tegenwicht voor de VS.

Maar er zijn ook gemeenschappelijke bezwaren. Algemeen wordt twijfel geuit aan de wettelijke basis van het Amerikaanse optreden: met zijn militaire actie in het noorden van zijn eigen land, op verzoek van een belangrijke Koerdische factie, schond Saddam immers geen enkele VN-resolutie.

Het lijden van de Iraakse bevolking vormt met name in het Midden-Oosten een argument tegen de Amerikanen. Hoe dan ook wil men dat de olie-voor-voedsel regeling - de beperkte hervatting van de Iraakse olie-export - doorgaat. Eigenlijk wil men helemaal af van de internationale sancties, die Saddam niet doorslaggevend hinderen maar wel tot aanzienlijke gezondheidsproblemen onder zijn bevolking hebben geleid. Ook al wordt goed beseft dat Saddam dat lijden exploiteert, wellicht zelfs bevordert om de internationale gemeenschap onder druk te zetten: waarom zou hij niet voldoende medicijnen kunnen kopen als hij wel in staat is zijn nieuwe paleizen te bouwen en zijn leger goed te onderhouden?

De meeste landen in Iraks omgeving zijn trouwens voorstander van een voorzichtige normalisering met Irak, mèt Saddam en al. Er dient zich immers geen enkele potentiële opvolger aan die in staat kan worden geacht het land bijeen te houden. De Iraakse oppositie blijft schrikbarend verdeeld, ondanks alle pogingen van de CIA eenheid te brengen: zie ook de Koerdische strijd die tot Saddams interventie leidde. En een uiteenvallend Irak is, als prooi voor de buurlanden, een bron van regionale spanningen, in potentie zelfs van oorlog.

Eigenlijk verdenken de landen in de regio de Amerikanen ervan dat ook zij, hun openbare uitspraken van het tegendeel ten spijt, vooralsnog geen andere oplossing zien dan Saddam te handhaven. Ook voor hen zou een uiteenvallen van Irak een schrikbeeld zijn. Het idee alleen al dat Iran, dat andere Amerikaanse zwarte schaap in de regio, daarvan eventueel zou kunnen profiteren door zijn invloed te vergroten, moet een nachtmerrie zijn. Hetzelfde geldt voor oorlog in dit rijke oliegebied.

Dat zou ook de geringe kracht van de Amerikaanse militaire acties verklaren: eerder een tik op de vingers dan een overtuigende poging Saddam te verzwakken.

De Iraakse leider zal er zeker misbruik van weten te maken. De officiële kranten kondigden dat al aan: “De Veiligheidsraad heeft alle geloofwaardigheid verloren wegens het illegale en woeste gedrag van de Verenigde Staten. Het is tijd dat de landen van de hele wereld zich verheffen tegen de internationale beulen.”