Zeedijken niet sterk genoeg

DEN HAAG, 5 SEPT.Een deel van de zeedijken moet de komende jaren worden aangepast, nu is gebleken dat bekleding (basalt- en betonblokken) en binnenste (zand en klei) van de kustweringen onder extreme omstandigheden niet zo sterk zijn als altijd gedacht.

De Technische Adviescommissie voor de Waterkeringen komt dit najaar met een inventarisatie van de stukken dijk waar het om gaat. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat, dat in de commissie participeert, onderstreept dat de veiligheid niet in het geding is.

Voor de zeedijken geldt als norm dat de kans op een overstroming niet groter mag zijn dan eens in de 4.000 jaar. Ter vergelijking: voor de rivierdijken geldt een overstromingsnorm van eens in de 1.250 jaar.

De commissie voor de waterkeringen onderzoekt al enige jaren of de sterkte van de dijken, waarvan de opbouw op ervaringskennis gebaseerd is, volgens de meest recente inzichten aan de overstromingsnorm voldoet. Uit dat technisch-wetenschappelijk onderzoek kwam eerder al naar voren dat de blokken die de bekleding van vele dijken vormen, onder bepaalde omstandigheden beschadigd kunnen raken.

Verwacht werd dat het binnenste van de dijk, de kern, voldoende rest-sterkte zou hebben om de 'maatgevende omstandigheden' van een extreem zware storm te doorstaan. Nu blijkt dat dit niet altijd het geval hoeft te zijn. Volgens een woordvoerder van het ministerie is hierbij op dit moment geen sprake van bijvoorbeeld ingeklonken klei, maar gaat het om “puur theoretische berekeningen”.

De commissie voor de waterkeringen wordt gevormd door rijk, provincies, waterschappen, wetenschappers en het Waterloopkundig Laboratorium. Dit najaar moet het onderzoek resulteren in een advies aan de minister. Hierin zal komen te staan om welke stukken dijk het precies gaat en wat mogelijke oplossingen zijn. Te denken valt aan een andere dimensionering van de beton- en basaltblokken, andere verbindingen tussen de blokken onderling (verkitting) of een andere kleeflaag tussen bekleding en kern van de dijk.

Een woordvoerder van de Unie van Waterschappen stelde vanmorgen dat het gaat om “een ontwerp-probleem, niet een onderhoudsprobleem”. In dat laatste geval zouden de waterschappen voor de kosten van de dijkversterking moeten opdraaien. Volgens haar hebben de waterschappen al in de jaren zestig gewaarschuwd dat de kern van de dijken dikker en steviger uitgevoerd moest worden, “maar is daar toen niet voor gekozen”.