Voorkennis gonst door spijshuis

ROTTERDAM, 5 SEPT. De arrestatie van de functionaris van BolsWessanen is de laatste bevestiging van de harde aanpak die Justitie heeft gekozen in het onderzoek naar misbruik van voorwetenschap rond BolsWessanen. De voorkennis-affaire zelf vertoont de klassieke contouren van een omvangrijk informatienetwerk, zoals dat in eerdere voorkenniszaken niet is aangetroffen.

De afgelopen weken zijn - afgezien van de BolsWessanen-directeur - drie andere verdachten gearresteerd en na een verhoor van enkele dagen weer vrijgelaten. Het openbaar ministerie geeft hiermee impliciet aan dat witte-boorden-criminaliteit rondom de effecten- en optiebeurs in Amsterdam even serieus wordt genomen als andere vormen van criminaliteit. De onlangs aangetreden officieren van justitie voor fraudezaken bij het parket van Amsterdam, mr. H. de Graaff en mr. M.J. van Zwieteren, hadden deze zomer hun visitekaartje al afgegeven met de arrestaties van de president-commissaris van Weweler en twee familieleden. Voorkennisonderzoeken hebben tot op heden geen veroordeling opgeleverd.

Het onderzoek van justitie naar BolsWessanen richt zich op de periode van januari tot september 1994 en van januari tot juli 1995. Op 3 juli 1995 werden opvallend veel put opties BolsWessanen verhandeld. Wie put opties koopt gokt op een koersdaling en die vond een dag later danook plaats, toen BolsWessanen de winstverwachting naar beneden bijstelde. Onmiddellijk rees het vermoeden dat een beperkte groep beleggers over voorinformatie beschikte en die kennis te gelde had gemaakt.

Een besmettingshaard in het informatienetwerk rond BolsWessanen lijkt Justitie te hebben gevonden bij restaurant Drank- en Spijshuis Blanje Bleu in Bentveld, een dorp voor beter gesitueerden temidden van soortgelijke villadorpen in de omgeving van Haarlem. In de plaatsen Aerdenhout, Bloemendaal, Bentveld en Heemstede wonen veel bestuurders en commissarissen, onder wie ook die van het drank- en voedingsmiddelenconcern BolsWessanen.

Het restaurant Blanje Blue was tot 15 augustus van dit jaar eigendom van de uitbater, de 50-jarige J.G. en zijn zijn 55-jarige kok en levensgezellin A.H. Een geregelde bezoeker van het restaurant herinnert zich J.G. als een uiterst pientere man: “Hij was op school al een heel heldere jongen, slimmer dan iedereen denkt. Heeft eindexamen HBS B gedaan met tienen voor al zijn exacte vakken. Hij heeft daarna van alles gedaan, was barkeeper, zat in de handel,” aldus de bezoeker. “Zij is een voormalige verpleegster, die ooit een erfenis heeft ontvangen van een man die zij jaren lang heeft verzorgd, het startkapitaal van het restaurant.”

Blanje Blue is een geliefde pleisterplaats van gefortuneerde bestuurders en optiehandelaren uit de regio. “Ik ken een optiehandelaar, die zijn huis heeft staan in Aerdenhout, maar die bijna inwoont in het restaurant,” zegt een handelaar van de optiebeurs. De directeur van BolsWessanen die eergisteren voor verhoor achter de tralies verdween, T.J. van N., was eveneens een geregelde bezoeker van de uitspanning. Met hun credit cards konden ze echter nooit terecht bij Blanje Bleu. Er moest altijd contant worden afgerekend.

“J.G. is een echte wizzkid. Hij hoorde een hoop van die bedrijfsmensen en optiehandelaren en maakte dan zijn eigen sommetjes. Hij heeft de afgelopen jaren veel gehandeld op de optiebeurs,” zegt de vaste bezoeker. G. bevestigde afgelopen week zelf dat hij 165 put opties in bezit had waarmee hij op die bewuste 3 juli een winst van 33.000 gulden opstreek. Zijn partner A.H. verdiende 3.000 gulden.

Wat de rol van andere verdachten was in deze voorkenniszaak, is nog onbekend. Van de derde verdachte die vorige week werd vrijgelaten, een 50-jarige ex-ondernemer uit Noordwijkerhout, is de identiteit nog niet openbaar geworden. BolsWessanen-directeur T.J. van N. wordt door justitie mogelijk gezien als het 'lek' van de vertrouwelijke informatie over het concern. Hoe de contacten verliepen tussen de verdachte directeur enerzijds en J.G. en A.H. anderzijds is - afgezien van de etentjes - onduidelijk.

Restaurants zijn volgens deskundigen de geijkte locaties om al dan niet vertrouwelijke informatie over een bedrijf uit te wisselen. “Restaurants, bridgeclubs en golfbanen zijn standaard-plekken voor de verspreiding van voorwetenschap,” zegt een ingewijde. De voormalige directeur van de optiebeurs, T. Westerterp, bevestigt dit: “Het is onvoorstelbaar hoe sommige hooggeplaatste functionarissen in het openbaar vertrouwelijke informatie bespreken. Ik heb zelf weleens in de trein meegemaakt: ik hoorde precies wat er allemaal bij het bedrijf speelde.

Of dat leidt tot het verspreiden van voorwetenschap is overigens de vraag. “Als er hardop wordt gesproken, dan kun je omstanders niet kwalijk nemen dat ze meeluisteren en er hun voordeel mee doen,” zegt Westerterp.

Advocaat mr. D. Doornbos, specialist op het gebied van voorwetenschap en raadsdman van een onbekende betrokkende, gelooft in dit geval niet in misbruik van voorwetenschap. “Als bestuurders in een restaurant hardop praten over de onderneming, of het goed of slecht gaat in algemene zin, dan is dat geen vertrouwelijke informatie. Heel anders zou het zijn wanneer er wordt gefluisterd op een hoekje aan de bar, waarin wel vertrouwelijke informatie kan worden verstrekt.”

Pagina 14: Justitie bezig met breed onderzoek

Het restaurant vestigt de aandacht op een uitgebreid netwerk dat Justitie op het spoor lijkt te zijn in de voorkenniszaak rond BolsWessanen. Het feit dat het openbaar ministerie verdere arrestaties niet uitsluit lijkt daarop te duiden. Evenals het feit dat de verdachten bij hun verhoren werden geconfronteerd met tien tot vijftien namen, waarvan zij moesten zeggen of zij die kenden. Onder die namen zouden zich ook die van enkele optiehandelaren bevinden.

De zaak BolsWessanen krijgt daarmee de trekken van een klassieke voorkenniszaak: bestuurder heeft beursgevoelige informatie en verspreid die via golfbaan of restaurant aan een kring van bekenden. In de Verenigde Staten is dat een bekend fenomeen en hebben de financiële toezichthouders verregaande bevoegdheden om de ledenlijsten van bijvoorbeeld zeilverenigingen en kaartclubs in te zien.

In Nederland hadden eerdere voorkenniszaken een ander karakter. De HCS-zaak, de enige die tot nog toe voor de rechter is uitgeprocedeerd, was een vorm van koersmanipulatie door betrokken bestuurders. In eerdere voorkenniszaken, die rond het handelshuis Borsumij Wehry en de autoverenfabrikant Weweler was er sprake van bestuurders danwel commissarissen, die zelf of met familieleden profiteerden van informatie. De enige keer dat sprake was van een netwerk was ook bij BolsWessanen, bij de fusie vier jaar geleden, toen vanaf het hoofdkantoor informatie werd doorgefaxt naar onbekenden die daarmee voordeel zouden hebben gedaan op de beurs. Het kwam nooit tot een justitieel onderzoek. Justitie is nu bij BolsWessanen dus voor het eerst echt bezig met het ontrafelen van een volledige kring, die zich in dit geval lijkt te bevinden in de regio Zuid-Kennemerland.

De aanpak door Justitie is daarbij hardhandiger dan bij voorgaande voorkennisonderzoeken. Verdachten wordt niet verzocht op het bureau te komen om hun relaas te doen, maar worden gearresteerd en dagenlang op het bureau verhoord. “Een jaar na dato is het nauwelijks voorstelbaar dat verdachten nog eens informatie zullen uitwisselen. Dus het doel van de aanhoudingen zie ik niet zo”, zegt advocaat Doornbos. Het meest waarschijnlijk is dat de politie hoopt op meer medewerking als de verdachte is ingesloten.

De persberichten die het parket in Amsterdam verspreidt maken wel melding van de arrestaties, maar zijn uiterst summier en noemen zelfs niet de initialen van de verdachten. Met andere woorden: ze bevatten net voldoende informatie om de buitenwereld de spierballen van het Openbaar Ministerie te tonen maar net te weinig om verdachten die zich door de publiciteit van Justitie benadeeld voelen, kansen te geven voor schadeclaims. Deze oppassendheid zal mede zijn ingegeven door de schadeclaim van 1,2 miljard gulden van Van den Nieuwenhuyzen in de HCS-zaak.