Stichting Chardzjijev: Kunstcollectie wellicht terug naar Rusland

AMSTERDAM, 5 SEPT. De Chardzjijev-Tsjaga-stichting, die de in Amsterdam ondergebrachte kunstcollectie van de onlangs overleden Russische verzamelaar Nikolaj Chardzjijev beheert, sluit niet uit dat de collectie wordt teruggestuurd naar Rusland. Dit meldt het jongste nummer van het Amerikaanse tijdschrift ARTnews, dat deze week is verschenen.

Chardzjijev emigreerde in 1993 naar Nederland met zijn legendarische kunstcollectie, waarover sindsdien tal van geruchten de ronde doen. “De Russen hebben erop gewezen dat de heer en mevrouw Chardzjijev niet gemachtigd waren hun eigendommen naar het westen te sturen”, zei Willem Russell, de advocaat van de stichting, tegen ARTnews. “Ze willen graag een regeling treffen, het liefst een prettige. Dat willen wij ook.” Volgens Russell zou 'hereniging' van de collectie “de elegantste manier zijn om deze impasse te doorbreken”. Het belangrijkste, aldus Russell, is dat “het archief, in het belang van de kunstgeschiedenis en de literatuurgeschiedenis, weer bijeen wordt gebracht, goed bestudeerd wordt en toegankelijk wordt gemaakt voor het publiek, in oost en west (-). Aangezien het archief hoofdzakelijk uit Russisch materiaal bestaat, is Rusland de logische plaats om ze te bestuderen”.

Notaris Michael Privé, executeur-testamentair van Chardzjijev en voorzitter van de stichting, distantieert zich desgevraagd niet van de uitspraken van Russell, maar acht ze 'voorbarig'. “Ik ga nu geen uitspraken doen waar de collectie thuishoort, maar ik sluit niets uit. De stichting stelt zich ten doel de collectie van Chardzjijev bij elkaar te houden, te onderzoeken en vervolgens in de openbaarheid te brengen. Dat zal uiteindelijk wel resulteren in een tentoonstelling, maar dat is een proces van jaren.”

Over het testament van Chardzjijev wil Privé geen uitspraken doen, en evenmin over de vraag of Chardzjijev ingestemd zou hebben met teruggave aan de Russen. Ook over de precieze inhoud van de collectie wil Privé niets loslaten. “Er is veel mythevorming rond de collectie. Chardzjijev leefde obscuur. Ik moet proberen die geheimzinnigheid te ontrafelen en dat is niet eenvoudig. Het is niet in de geest van Chardzjijev om te zeggen: komt u allemaal maar kijken. Mijn eerste indruk is dat de collectie wetenschappelijk en kunsthistorisch zeer interessant is, maar voornamelijk bestaat uit tekeningen, documenten, eerste drukken, manuscripten.” Van een omvangrijke schilderijenverzameling is volgens hem geen sprake.

Chardzjijev heeft bij herhaling laten weten dat tijdens het vervoer naar Amsterdam talloze stukken zijn gestolen. Waar de collectie zich nu bevindt en of zij intact is wil Privé niet zeggen. “De collectie is wereldwijd. Ik weet wat ervan over is, ik weet niet wat er ooit geweest is. Chardzjijev heeft er tijdens zijn leven zelf voor gekozen boven op de haverkist te blijven zitten en die rol heb ik nu overgenomen.”

Nikolaj Chardzjijev was bevriend met tal van Russische avant-gardekunstenaars uit het begin van deze eeuw en verzamelde schilderijen, tekeningen, foto's, manuscripten, brieven en eerste drukken van onder meer Malevitsj, Tatlin, Rozanova, Chlebnikov en El Lissitski. De collectie was in de Sovjet-Unie, waar avant-gardekunst verboden was, legendarisch.

Chardzjijev, die in juli op 92-jarige leeftijd in Amsterdam overleed, emigreerde in 1993 met zijn vrouw Lidia Tsjaga naar Nederland. Zijn collectie werd met behulp van de Keulse Galerie Gmurzynska, gespecialiseerd in Russische avant-gardekunst, het land uit gesmokkeld. Volgens de Russische wet is het verboden kunstwerken van vóór 1950 te exporteren. In ruil hiervoor kocht Galerie Gmurzynska voor 2,5 miljoen dollar vier schilderijen en twee gouaches van Malevitsj van Chardzjijev. Volgens kenners waren de doeken een veelvoud hiervan waard. Twee van de doeken van Malevitsj zijn, volgens ARTnews, inmiddels doorverkocht.

Een deel van de collectie, voornamelijk handschriften, boeken en archiefmateriaal, werd bij de smokkeloperatie door de Russische douane onderschept en bevindt zich sindsdien in het Moskouse Centraal Archief voor Literatuur en Kunst. Onderhandelingen tussen Chardzjijev en het Russische ministerie van Cultuur over teruggave van het voor de verzamelaar zeer belangrijke archief, in ruil voor een paar schilderijen, liepen op niets uit. Chardzjijev stond zijn hele leven heel wantrouwig tegenover de Russische autoriteiten.

Verdachtmakingen in de Russische pers over de stichting doet Privé af als afkomstig uit de “schimmige wereld van kunstverzamelaars, kunsthandelaars en haviken”. Er is volgens de notaris rondom de collectie “geen sprake van een crimineel circuit”.