Sterftekans kinderen migranten veel groter

ROTTERDAM, 5 SEPT. Migrantenkinderen in Nederland hebben een anderhalf tot tweemaal zo grote kans op overlijden als Nederlandse kinderen. Dat betekent dat er in Nederland jaarlijks 155 allochtone kinderen meer sterven dan te verwachten is op grond van de gemiddelde kindersterfte. Het gaat om honderd baby's die kort voor, tijdens of na de geboorte sterven en om 55 kinderen in de leeftijd van 0 tot 14 jaar. Deze oversterfte van migrantenkinderen is voor een deel te vermijden.

Verkeersongelukken, infectieziekten, verdrinking en aangeboren afwijkingen vergen veel doden onder de kinderen van buitenlanders. Erfelijkheidsonderzoek, herinvoering van zwemles op de basisschool en voorlichting over verkeersgedrag en infectierisico's kunnen daardoor veel ellende voorkomen.

Dit blijkt uit een bundeling van vijf onderzoeken naar mortaliteitsverschillen tussen allochtone en autochtone kinderen in Nederland. Het rapport is, onder leiding van hoogleraar sociale kindergeneeskunde dr. T.W.J. Schulpen, geschreven in opdracht van het ministerie van VWS nadat in 1994 Kamervragen waren gesteld over de verschillen in kindersterfte tussen bevolkingsgroepen in Nederland. De sterftecijfers geven volgens Schulpen aan dat allochtone kinderen ook veel vaker ziek zijn dan autochtone kinderen.

De oorzaken voor de hogere sterfte verschillen per etnische groep. Sociaal-economische verschillen spelen, anders dan bij volwassenen, een ondergeschikte rol. De kindersterfte wordt sterker beinvloed door sociaal-culturele verschillen. Zo komen er bij Marokkaanse vrouwen meer tienerzwangerschappen voor en zijn er veel oudere moeders met veel kinderen, wat de hogere sterfte rond de geboorte gedeeltelijk verklaart. Turkse baby's overlijden tweemaal zo vaak als Nederlandse en zelfs viermaal zo vaak als Marokkaanse baby's aan wiegedood. De enige verklaring hiervoor lijkt het rookgedrag van de Turkse ouders. Door de vaak krappe huisvesting zijn de baby's langdurig aan rook blootgesteld. Turken roken meer dan Nederlanders en veel meer dan Marokkanen.

Pagina 2: Gezond met vakantie kan leed voorkomen

Baby's van Hindoestanen en Afro-allochtonen lopen een groter risico doordat in die groepen veel vroeggeboorten voorkomen. De onderzoekers wijzen op mogelijke genetische oorzaken, infecties tijdens de zwangerschap en de (werk)belasting van de moeder. Ongeveer de helft van de uit Suriname afkomstige Creoolse vrouwen is alleenstaand en vooral de alleenstaande vrouwen lopen een hoger risico op een vroege bevalling. Verder onderzoek naar de oorzaken van deze verhoogde sterfte is dringend noodzakelijk, aldus de onderzoekers. Van de kinderen van uit Suriname afkomstige ouders bestaan zijn alleen sterftecijfers bekend uit de periode rond de bevalling. Voor kinderen die ouder zijn dan een jaar ontbreken de gegevens nog, want de kinderen hebben de Nederlandse nationaliteit en waren tot voor kort niet in de sterftestatistieken van het Centraal Bureau voor de Statistiek terug te vinden. Vanaf 1993 registreert het CBS ook de etnische afkomst in de gegevens.

Een kwart tot een derde van de migrantenkinderen sterft tijdens vakantie in het land van herkomst of op weg daar naar toe. Intensivering van de op Turken en Marokkanen gerichte bestaande 'gezond op vakantie'-campagnes kan veel leed voorkomen. Daarin wordt gewezen op het gevaar van lange reistijden en de vatbaarheid voor infecties in een nieuwe omgeving.

Schulpen beveelt aan om voorlichting over ziekte, gezond leven en het Nederlandse gezondheidszorgsysteem aan allochtonen te verbeteren, om bij opleiding en nascholing van huisartsen te wijzen op hun belangrijke rol in de gezondheidszorg voor allochtonen en om aan consultatiebureaus en schoolgezondheidsdiensten in gebieden met grote allochtone populaties extra geld en personeel toe te kennen.