Spaanse regering wil het staatsgeheim fors aanscherpen

ROTTERDAM, 5 SEPT. Als de nieuwe centrum-conservatieve regering van premier Aznar haar zin krijgt wordt zelfs het ontdekken van een Spaans staatsgeheim een riskante aangelegenheid. Met een deze week bekendgeworden wetsontwerp wil de regering Aznar het staatsgeheim fors aanscherpen en uitbreiden.

Aznar wordt daarbij van diverse zijden beschuldigd zich bij voorbaat af te willen schermen van de schandalen die de vorige regering onder leiding van de socialist Felipe González noodlottig werd.

De voorgestelde maatregelen omvatten onder meer het strafbaar stellen van het in het bezit hebben en publiceren van geheime documenten. Journalisten lopen daarbij het risico met forse geldboetes gestraft te worden. Een bijkomend probleem is dat niemand weet wat precies tot staatsgeheim is benoemd: alleen al weten dat het besluit is genomen om documenten van het stempeltje 'strikt geheim' te voorzien, lijkt in de plannen van het kabinet al strafbaar. In de nieuwe situatie kan de regering een oordeel van de rechter over deze kwestie negeren en naar eigen goeddunken boetes opleggen. In het zwaarste geval kunnen deze oplopen tot 100 miljoen peseta's (ruim dertien miljoen gulden).

Het wetsontwerp heeft in Spanje een vloedgolf van kritiek veroorzaakt. Afgezien van de linkse oppositiepartijen in het parlement werden de plannen neergesabeld door journalisten-organisaties, rechters en geschiedkundigen. De regering is daarbij reeds beschuldigd de grondwet met voeten te treden en in de voetsporen te treden van het vroegere Franco-regime.

Aanleiding voor het nieuwe wetsontwerp is de verbeten strijd die wordt gevoerd tussen de regering van Aznar en een aantal onderzoeksrechters in de zogenoemde GAL-affaire rond geheime doodseskaders in de jaren tachtig. De doodseskaders, die zeker 26 mensen vermoordden die verdacht werden verantwoordelijk te zijn voor terreurdaden van de Baskische afscheidingsbeweging ETA, zouden met instemming van de toenmalige regering onder leiding van de socialist Felipe González hun werk hebben verricht. De huidige regering weigert een aantal documenten van de geheime dienst Cesid aan de onderzoeksrechters over te dragen. Uit deze documenten zou kunnen blijken tot op welk niveau ambtenaren en politici bij de opzet van de GAL-doodseskaders waren betrokken.

De regering Aznar betitelde eerder de opgevraagde documenten als staatsgeheimen waarvan de overdracht aan justitie een rechtstreekse bedreiging vormt van de staatsveiligheid. Op dezelfde manier blokkeerde eerder de voormalige socialistische regering González het vrijgeven van deze documenten. De weigering om de stukken aan justitie af te staan werd vorige week door onderzoeksrechter Gómez de Liaño veroordeeld als een doelbewuste poging van het kabinet om de voortgang van het onderzoek te torpederen. De teleurstelling van justitie is vooral groot, omdat Aznar in zijn rol als oppositieleider felle kritiek leverde op de geheimhouding van de Cesid-stukken.

De bescherming van staatsgeheimen zoals nu voorgesteld door Aznar, wordt door Spaanse historici scherp veroordeeld. Zij noemen de termijn om alle staatsgeheimen zeker vijfig jaar achter slot en grendel te houden overdreven en een ernstige belemmering voor toekomstige geschiedschrijving. In Spanje bestaat groeiende belangstelling voor recente geschiedschrijving over de Franco-periode en het proces van democratisering dat na de dood van de dictator in 1975 volgde. “Met deze maatregel zou de geschiedenis van het Franquismo pas na 2025 geschreven kunnen worden”, aldus de bekende historicus en publicist Javier Tusell. “Essentiële stukken voor een onderzoek kunnen zo een halve eeuw ontbreken.” Tusell wees onder meer op het belang dat het vrijgeven van geheime documenten heeft gehad bij de beschrijving van de gebeurtenissen rond de spectaculaire ETA-aanslag op het leven van admiraal Carrero Blanco in 1973.

Ook Spanjes nationale ombudsman Fernando Alvarez de Miranda heeft het wetsontwerp scherp veroordeeld. Volgens hem kan het argument van “staatsgeheim” makkelijk misbruikt worden.

    • Steven Adolf