Regio-tv mag best wat kosten

Is dat even schrikken. Bij de Europese Unie in Brussel zijn de eerste klachten al binnengekomen. De Nederlandse omroepbijdrage werkt concurrentievervalsend. “Een verplichte provinciale opslag helpt alleen maar de irritatie te vergroten en het draagvlak te verkleinen.”

Oef. In het hoofdredactionele commentaar in NRC Handelsblad van zaterdag 31 augustus wordt kritiek geuit op het voornemen van staatssecretaris Nuis de omroepbijdrage met maximaal een tientje per jaar te verhogen voor publieke regionale televisie. Sterker, het plan wordt aangegrepen om het bestaansrecht van het hele publieke bestel ter discussie te stellen. Even afgezien van de vraag of het mediabeleid nu helemaal in Brussel gemaakt moet worden, lijkt de ongerustheid wat overdreven. Zolang de ons omringende Europese staten nog steeds een publieke omroep de moeite waard vinden - en in vrijwel alle gevallen een veel hogere omroepbijdrage heffen - zal dat wel los lopen.

Beter dan met grote angstogen naar Brussel te kijken, is het om hier in Nederland te discussiëren over de wenselijkheid van een onafhankelijke met publieke middelen gefinancierde informatievoorziening. Ik schrijf nog maar eens onafhankelijke informatievoorziening, omdat de commentator van NRC Handelsblad suggereerde dat ook dat een aspect van zorg is als je een provinciebestuur laat beslissen of de omroepbijdrage met een bedrag van vijf tot tien gulden per jaar mag worden verhoogd voor regio-tv.

Al zo'n zeven jaar draaien dertien regionale radiostations op die constructie en krijgen ze tien gulden van de 192 gulden omroepbijdrage, die iedere bezitter van een radio- en tv-toestel moet betalen. En laat niemand zeggen dat er geen waar voor dat geld wordt geboden. De regionale radiostations, die twaalf tot 24 uur per dag uitzenden, zijn marktleider in Nederland. Ze worden dus beter beluisterd dan Radio 1 tot en met 5, Sky Radio, Radio Noordzee of noem maar op. Uit kwantitatief onderzoek blijkt dat luisteraars de regionale omroep betrouwbaar vinden. Nog nooit heb ik de afgelopen jaren vernomen dat de onafhankelijkheid in het geding zou zijn.

Maar als we toch zo beginnen, ik denk dat de grote uitgevers die met zijn vieren (Perscombinatie, Telegraaf, Wegener, VNU) bijna alle dagbladen in Nederland in bezit hebben, met genoegen de redactionele commentaren in hun kranten hebben gelezen. Miljoenen Nederlanders zijn straks een tientje kwijt aan regio-tv, schreef vol overgave De Telegraaf. De hoofdredactie van het Algemeen Dagblad had blijkens het commentaar nog nooit iets gehoord of gezien van regionale radio of tv. Wie zat daar nou op te wachten? Het moest eerst nog maar eens worden bewezen dat regionale omroepen bestaansrecht hebben. En voorlopig klapstuk is toch wel het 'verplichte abonnement' waar de commentator van NRC Handelsblad gewag van maakt.

De vergelijking met een krantenabonnement is overigens een interessante stijlfiguur die ik even overneem. Het geheel vrijwillige abonnement op NRC Handelsblad bijvoorbeeld kost 443,75 gulden per jaar. Dat is nog eens andere koek dan een tientje per jaar. Een vraag in deze discussie is dan ook, of we als beschaafde democratie ook in dit neoliberale tijdperk nog vinden dat goede informatievoorzieningen toegankelijk moeten zijn voor een breed publiek?

SBS6 en RTL5 hebben aangekondigd ook met regio-tv te beginnen. De commerciële omroepen zullen vroeg of laat achter de decoder verdwijnen, commercials leveren onvoldoende inkomsten op. Informatieve programma's (zo die er al zijn) gaan dan in een combinatie met pret- en sportprogramma's een paar tientjes per maand kosten.

Een andere vraag die in de discussie over het nut van publieke omroep moet worden beantwoord gaat over pluriformiteit. Of we vinden dat die vier - of misschien zijn het er na nog een fusie drie - uitgevers zowel de gedrukte als elektronische media moeten beheersen? Na alle fusies zijn in de regio de regionale omroepen nog de enige concurrent van de uitgevers die onderling het land keurig hebben verdeeld.

Regionale omroepen zijn een belangrijke aanvulling op de landelijke publieke omroep. Ze zijn in staat gebleken om op radio en tv een relatief goedkope en voor iedereen bereikbare informatievoorziening te leveren. Dat het publiek geïnteresseerd is, tonen de radiostations van de regionale omroepen met hoge luistercijfers al vele jaren aan. Ook de tv-uitzendingen van bijvoorbeeld de omroepen in de noordelijke en oostelijke provincies leveren dat bewijs.

Omroep Gelderland wil dit najaar met een kabelprogramma beginnen. In navolging van regionale collega's die met nieuwsprogramma's de soaps van RTL4 in kijkdichtheid weten te verslaan. Noodgedwongen moeten we ons beperken. Een (bescheiden) publieke financiering zal de regionale omroepen in staat stellen om de tv-kijker de kwaliteit te bieden waarmee de luisteraar van regionale radiostations zo vertrouwd is geraakt.