Parallelimport

Naar aanleiding van het artikel van prof. Van Wijnbergen over parallel-import (27 augustus) lijken mij de volgende preciseringen van belang.

1. Volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de EG, in 1989 gecodificeerd in een Europese richtlijn, is parallelimport van merkartikelen in beginsel toegestaan voor waren, die onder dit merk door de merkgerechtigde of met zijn toestemming in de handel zijn gebracht binnen de gemeenschap. Niets belet dus bijvoorbeeld een parallelimport van cd's, die in Engeland tegen lagere prijs in de handel zijn gebracht. In een serie arresten van 11 juli heeft het Hof van Justitie ook de mogelijkheden tot parallelimport uit andere lidstaten van farmaceutische merkartikelen verder vergemakkelijkt.

2. Daar de rechtspraak van het Hof op dit punt liberaler was dan binnen en buiten de EG de gebruikelijke uitleg was van de rechten van een merkhouder, gold zij niet voor parallelimporten uit derde landen. Commerciële parallelimport uit de VS kan dus door de merkgerechtigde verhinderd worden.

3. Voor zover prijsafspraken of onderling afgestemde feitelijke gedragingen tussen merkhouders van cd's of hun distributeurs in verschillende lidstaten zouden kunnen worden vastgelegd, zijn deze op grond van artikel 85 van het EG-verdrag verboden en kan de Europese Commissie boetes opleggen.

Wanneer conform de hypothese van Van Wijnbergen slechts sprake is van een 'normaal' marktgedrag van enkele oligopolisten, biedt het EG-verdrag volgens de huidige staat van de rechtspraak weinig mogelijkheden tot optreden. Artikel 24 van de Nederlandse Wet Ecoomische Mededinging zou hier meer mogelijkheden bieden.