Op safari in dynamisch Afrika

Westers raffinement had weer gezegevierd. De talloze runners van de diverse safari-agencies, die op alles wat roze is afstappen, hadden wij routineus afgeschut. Voor ons geen overbetaalde safari in gezelschap van in Daktari-pakken gehulde Amerikanen, van wie je in het centrum van Nairobi kleine samenscholingen schichtig zag wachten op hun bezebrastreepte mini-busjes.

Voor 600 dollar acht dagen all in met z'n vieren per Landrover naar het aan de grens met Ethiopië gelegen Lake Turkana, dat was de deal die wij gingen maken en anders niets. Tja, dat was even slikken voor de manager van Dynamic Tours. Hij was op dit soort zondagen toch gewend binnengelokte klanten met behulp van wat grappen en wat kleurenfoto's razendsnel met een dikbetaalde safari naar hun airconditioned hotelkamer te sturen, maar hier had hij toch ander vlees in de kuip. Wat kon hij inbrengen tegen reizigers die zijn prijzen direct vergeleken met gelijkwaardige tochten in willekeurig welk continent? Die zijn trucs aangaande inclusief en exclusief moeiteloos pareerden. Die niet te vermurwen waren door Afrikaanse charme. Bovendien, deze 600 dollar was het laatste geld dat zij, vlak voor hun vertrek naar Amsterdam, nog te besteden hadden. Het leek toch kiezen of delen te worden. “O.k., you win! You are tough negotiators, ha, ha, ha. See you on tuesday.” En zo togen wij, nog vier weken Afrika voor de boeg, met enigszins triomfantelijke pas naar het dichtstbijzijnde terras. “Ober, 4 cold Tuskers!”

Die dinsdagmorgen zijn we benieuwd of er zich nog een andere reiziger heeft aangediend. In onze onderhandelingen hebben we zondag een beetje water bij de wijn gedaan door Dynamic Tours nog een dag de kans te geven een extra passagier voor onze ruime Landrover te vinden. Enigszins geschrokken vernemen we echter dat de zes Israeliërs die daar zo onuitgeslapen over hun koffie zitten te staren, allen reisgenoten zijn. “But..... two Landrovers! Of course!!” Die worden zojuist nog in orde gemaakt. We gaan toeristen niet met slechte remmen op pad sturen. Na twee, drie uur wachten begint iedereen wat nerveus te worden. Dan komt ineens een paarse Matatu, een klein stadsbusje, bekend om de onwaarschijnlijke hoeveelheid passagiers die het doorgaans weet te vervoeren, het parkeerplaatsje opgescheurd. New Plan! Aangezien er de eerste middag alleen over goed begaanbare wegen wordt gereden, gaan we vast op pad. Vanavond arriveren dan de Landrovers, fris en wel, om ons verder over de zeer moeilijk begaanbare wegen van Noord-Kenia te brengen. Met een vreemd gevoel van misplaatste hoop slapen we die avond in.

En zo maken de Samburu- en Turkanastammen, velen voor het eerst in hun leven, de daaropvolgende dagen kennis met een stukje Nairobi. Aan Landrovers zijn de bewoners van deze noordelijke, afgelegen huttendorpen wel gewend. Maar dat buschauffeurs in Nairobi gewoon zijn hun voertuigen met gebruik van veelkleurige verf, discolichten, soundsystems en meertonige claxons wat op te fleuren, weet men hier niet. Naarmate de weg onbegaanbaarder wordt, neemt de attractiewaarde van onze met dertien man en materiaal afgeladen Matatu dan ook toe. Volwassen dorpsbewoners staan langs de weg met open monden naar het ruimteschip te kijken. Kinderen rennen overenthousiast met ons mee. Eindelijk weer toeristen die verbazing wekken.

Onze aanvankelijke woede neemt geleidelijk iets af. Het is zelfs wel vermakelijk te zien dat onze gids permanent aan het raam geplakt zit, daar het vermoedelijk zijn eerste reis buiten de hoofdstad betreft. En dat de kok zijn meegebrachte vlees, bij wijze van koeling, in een bak met water achterin het kokendhete busje heeft staan, negeren we maar. Toch wordt na vijf zeer vermoeiende dagen, als voor de ingang van een wildpark het geld ineens op blijkt te zijn, de spanning ook de crew te veel en vertelt ieder zijn verhaal.

Terwijl wij dinsdagochtend zaten te wachten op onze Landrovers, blijkt de chauffeur voor een aanlokkelijk bedrag van straat geplukt. Vandaar dat hij al sinds vertrek hetzelfde fantasieshirt draagt. Bij het aannemen van het geld had hij niet vermoed dat de wegen hier in het noorden zo slecht zijn, dat hij dit bedrag bij terugkomst wederom aan reparaties zal moeten uitgeven. Kok en gids werden vervolgens om de hoek tegen wat geld de bus ingepraat en hadden zich dagenlang als echte reisleiders tegen onze klachten moeten verweren. We pikken het nu geen van allen meer! Terug naar Nairobi! Terug naar Dynamic Tours!

Twee volle dagen besteden we aan reclameren. Schreeuw- en bijna vechtpartijen met het management geven de lunchpauzes voor employés uit hetzelfde gebouwencomplex wat afleiding. We zoeken persoonlijk contact met een topambtenaar van het ministerie van Toerisme. Dat dit soort pogingen in de reisgids getypeerd wordt als 'trying to push shit uphill', inspireert des temeer. Als we ten slotte met een, in aanwezigheid van onze topambtenaar ondertekende, verklaring over teruggave van vijftig van de reissom voor ons zitten, trakteren we onszelf wederom op een koud biertje.

Twee dagen later, de periode die de ambtenaar aan de manager heeft toegestaan om het geld te regelen, spoeden we ons triomfantelijk naar het kantoortje dat wij ruim een week geleden met een overeenkomstig gevoel verlieten. Van buitenaf gezien lijkt het interieur nogal gewijzigd. Binnengekomen blijkt dit te kloppen. Achter de etalageruit met Dynamic Tours huist nu een tapijtenhandel.