Na koppeling 12.000 buitenlanders te veel

ROTTERDAM, 5 SEPT. Gemeenten en vreemdelingendiensten hebben de afgelopen maanden twaalfduizend buitenlanders uit hun registers verwijderd. Dit blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De verwijderingen zijn het eerste resultaat van de koppeling van bestanden van deze instellingen, die anderhalf jaar geleden tot stand is gebracht.

Degenen die uit de registers werden geschrapt, zijn voornamelijk illegalen of vreemdelingen die naar het buitenland zijn vertrokken, reeds overleden zijn of dubbel geregistreerd stonden. Ambtenaren van de gemeenten hebben deze mensen na onderzoek niet op hun adres aangetroffen. Beide instanties weten van een groot deel van deze mensen niet of zij zich nog in Nederland bevinden.

De koppeling tussen de gemeentelijke basisadministratie (GBA, voorheen het bevolkingsregister) en het vreemdelingen-administratiesysteem (VAS) van Justitie is een voorloper van de omstreden Koppelingswet. Dit wetsvoorstel, dat naar de Tweede Kamer is gestuurd, beoogt illegalen uit te sluiten van allerlei collectieve voorzieningen, door databanken van diverse instellingen aan elkaar te koppelen. Het GBA is daarin een zeer belangrijke schakel.

In totaal onderzochten de gemeenten 800.000 dossiers in het kader van de koppeling tussen de bestanden van gemeenten en vreemdelingendiensten. Eind vorig jaar bleken 50.000 buitenlanders wel in het bevolkingsregister te zijn opgenomen, maar niet bij de vreemdelingenpolitie bekend te zijn. De gemeenten onderzochten deze gevallen. Twaalfduizend mensen werden uiteindelijk niet op het adres aangetroffen dat zij bij het bevolkingsregister hadden opgegeven. Van de overige 38.000 vreemdelingen onderzoekt de vreemdelingenpolitie nu of zij in Nederland mogen blijven. Dit onderzoek moet voor het eind van het jaar zijn afgerond.

Amsterdam verwijderde de meeste vreemdelingen uit zijn bevolkingsregister: ruim zesduizend. De steden Rotterdam en Den Haag voerde ieder duizend vreemdeling en administratief af. Directeur mr J.E. Geuzinge van het Amsterdamse bevolkingsregister zegt dat zijn dienst een 'opschoningsslag' heeft gemaakt. “Eerst was niet echt sprake van een actief opsporingsbeleid bij het vreemdelingentoezicht. Nu is extra energie gestoken in de afstemming tusen het vreemdelingenbeleid en het administratiebeleid. En als je een illegaal een briefje stuurt met het verzoek zich te melden, duikt die meteen onder. Dan moet je hem of haar vervolgens uit je register afvoeren.”

Hij memoreert dat Binnenlandse Zaken eerder had geconstateerd dat de verschillen tussen de bestanden van de vreemdelingdienst en de GBA in Amsterdam veel groter waren dan in de andere steden. In Amsterdam was het verschil 25.000 namen, de helft van het totale aantal 'spooknamen' van Nederland.

Volgens hem was daarmee in Rotterdam en Den Haag eerder begonnen. “In Rotterdam houdt de vreemdelingendienst kantoor naast het bevolkingsregister. Zoiets bevordert de samenwerking.”

In Rotterdam deden zich andere problemen voor, aldus directeur G. Reussink van de dienst burgerzaken. In de databanken van gemeente en vreemdelingenpolitie zaten volgens hem nogal wat verkeerd gespelde namen. “Dan stond het dakje bij een Turkse naam fout”, aldus Reussink. Gevolg was dat, vanwege deze spelfouten, dezelfde man twee keer apart stond geregistreerd. Een groot deel van de duizend 'administratieve verwijderingen' zou dan ook mensen betreffen die dubbel stonden vermeld.

De vervuiling in de bestanden werd ook veroorzaakt door vreemdelingen die naar het buitenland vertrokken zonder de Nederlandse autoriteiten daarvan op de hoogte te stellen. Daaronder vallen Marokkanen die definitief naar hun land van herkomst terugkeren, maar ook bijvoorbeeld Amerikanen die enkele maanden voor een bedrijf in Rotterdam werkten en zich niet uitschreven als het werk gedaan was. Ook het overlijden van vreemdelingen werd soms niet ingevoerd in de administratie van de vreemdelingenpolitie, aldus Reussink. “De vreemdelingendienst heeft haar gegevens niet altijd even consequent verwerkt”, zegt hij voorzichtig.

De mensen die niet op de adressen werden gevonden, zijn overgeschreven naar een centraal register onder de afkorting VOB - Vertrokken naar Onbekend Buitenland, zegt Reussink. Doel is, zo verklaart hij, een goede, eenduidige registratie. Hij erkent dat ook fraude op deze manier makkelijker is op te sporen, “al is het systeem daarvoor niet opgezet.” Fraude komt voor als bijvoorbeeld een legale buitenlander naar zijn geboortegrond vertrekt zonder dat aan de Nederlandse autoriteiten mee te delen en een illegaal zijn naam 'overneemt'. “De gegevens die iemand opgeeft, controleren we daarom wel met de gegevens in het centrale register”, aldus Reussink. Zijn er discrepanties, dan wordt de persoon niet ingeschreven.

De Haagse politiek krijgt zo haar zin, zegt de directeur van de Rotterdamse dienst burgerzaken. “Een illegaal is ook echt illegaal. Hij kan nergens meer terecht.” Maar Reussink waarschuwt voor de effecten van de koppelingswet en het daarmee toegankelijker maken van persoonsgegevens: “Den Haag moet zich goed realiseren wat de gevolgen kunnen zijn als iedere instantie alles weet. Schending van privacy en misbruik van gegevens liggen op de loer. Een instantie moet niet meer willen registreren dan ze daadwerkelijk nodig heeft. Anders komt het moment dat gebruiker èn beheerder niet meer weten waarom ze hun gegevens invoeren.”