Laptop en pc hebben geen toekomst

Een kwart eeuw terug voorspelde een Bergense classicus mij dat de mensheid gillend van de lach de ondergang tegemoet zou gaan. Dat is een hoopgevende gedachte gebleken. Immers, geen enkele toekomstvoorspelling komt helemaal uit. Omdat het dankzij de computer met de gillende lach sindsdien uitstekend is gegaan, zal het met de ondergang van de mensheid dus wel meevallen.

Amusement is het terrein waarop de digitale revolutie tot nu toe de diepst ingrijpende veranderingen in het dagelijks leven heeft teweeggebracht. Spelletjes van Donky Kong tot Doom en films als Jurassic Park, Tron en Toy Story hadden zonder de microprocessor nooit bestaan, evenmin als 06-babbelboxen, CD-spelers, camcorders, laserdisco's, house-muziek en het ABS-remsysteem, waarmee ook de klunzigste kantoortijger zijn BMW-van-de-baas nog veilig achteraan de file stilzet. Om nog maar te zwijgen van gloednieuwe geneugten als mobiel telefoneren en live-peepshows op het Internet. Daarbij vergeleken steekt de 'klassieke' administratieve automatisering maar bleekjes af. Administratieve automatisering leunt op welgeteld drie essentiële uitvindingen: de spreadsheet, de tekstverwerker en de database, waarvan de eerste het revolutionairst was. Ze hebben gedrieën vooral veel haalbaar gemaakt: veel meer gegevens kunnen per tijdseenheid worden verwerkt, veel ingewikkelder berekeningen gedaan. Maar die gegevens en die berekeningen zelf bestonden al. Van alle beloften van tijdwinst en vermindering van werkdruk die uit automatisering zouden voortvloeien, is niets terechtgekomen. Administratieve automatisering gehoorzaamt een speciale vorm van de Wet van Parkinson: vrijkomende tijd wordt volledig opgevuld met werk dat eerder niet werd gedaan - en niet gedaan hoefde worden. We administreren, beheren en controleren veel meer dan voorheen.

De derde manier waarop computers het leven hebben veranderd, is veel sluipender maar daarom niet minder belangrijk. Het zijn de robots in fabrieken, het is de groeiende stille slimheid in televisie, auto, wasmachine en betaalpas. Wie had dat ooit kunnen voorspellen? Wie dacht dertig jaar geleden bij computers aan wasmachines, broodroosters of wilde schiettent-spelletjes? Voorspellen hoe het verder zal gaan, is dan ook een heikele zaak.

Maar net als het KNMI kunnen we wel een verwachting maken. Als er geen gekke dingen gebeuren, zal het de komende jaren ongeveer als volgt gaan.

De pc en de laptop hebben geen toekomst. Het blijven dozen met een monitor. Die monitor wordt platter en groter. De processor wordt nog wat krachtiger, de opslagcapaciteit ruimer. De scanner en de camera worden standaardonderdelen, maar verder zit er geen muziek in. Behalve letterlijk dan: verzadiging van de serieuze markt doet producenten zich nu al steeds meer op spelletjes en ander amusement richten, wat vooral neerkomt op meer lawaai. Met de Netwerk-pc, die simpele basiscomputer die alle software van het Internet betrekt, wordt het nooit wat. Het is een ding met louter kwade genen. De Netwerk-pc is een uitgeklede variant van de pc zonder eigen pluspunt, maar vol onzekerheden, zoals de kosten van huur van software en opslagruimte op het Internet.

Meer muziek zit er in een huwelijk tussen computer, tv en telefoon: televisie, spelletjes, elektronische post en het Internet in één, simpel te bedienen apparaat. Ideaal voor de massa die voor een heuse pc geen emplooi heeft, maar wel nieuwsgierig is. De televisie doet dienst als ouderwetse killer-application, de toepassing die in haar eentje de aanschaf van het geheel rechtvaardigt, en tegelijk heeft de koper e-mail en de hele rest van de Internetkermis in huis. Internet blijft hoe dan ook belangrijk, maar zal snel veranderen. Het is nu nog net een leeg, vrij land, waar iedereen naar believen zijn schapen laat grazen. De geschiedenis leert dat bevolkingsgroei en het opduiken van de geldeconomie daarmee korte metten maken. En inderdaad, ook op het net zijn met de komst van gewone mensen en commercie onmiddellijk de enclosures begonnen: men paalt af en omheint dat het een aard heeft. Bij steeds meer poorten staat een kaartjesverkoper of controleur. Internet wordt Ottonet, Omroepnet en Amronet, iets heel anders dan het informatieparadijs dat romantische netpioniers voorzagen.

Dat paradijs was toch al een raar idee. Uit de immense oersoep van ongefilterde gegevens kon ieder met behulp van speciale software zijn persoonlijke informatiepakket samenstellen, zonder tussenkomst van betuttelende redacteuren. Dat is een hersenschim, vergelijkbaar met een toprestaurant zonder menu, waar de klant zijn eigen spijzen moet verzinnen, ingrediënten en bereidingswijzen incluis. Dat wil en kan de klant niet, daar heb je koks voor. De praktijk van World Wide Web en Usenet leert inmiddels bovendien dat meer 'informatie' vooral meer ruis betekent, een kakofonie van onzin, geruchten en halve waarheden, waarin zinvolle informatie licht verdrinkt. Goede redacteuren gaan gouden tijden tegemoet.

Omroep en Internet zullen langzaamaan versmelten, zodat omroepen meer gaat lijken op het uitgeven van een tijdschrift. Televisie wordt ook wat interactiever: bestel nú wat u ziet. Maar papieren boeken en kranten worden vooralsnog niet bedreigd. Dat gebeurt pas als de computer oprolbaar en strandbestendig wordt, met een passende simpele besturing.

Hou vooral de embedded soft- en hardware in de gaten, de verborgen chips die domme dingen slim maken. Denk nu niet meteen aan het intelligente tapijt van multimedia-goeroe Nicholas Negroponte, dat zodra u rillend thuiskomt het bad vult, of op advies van sensoren in uw schoenzolen de CD opzet die bij uw stemming past. Denk wel aan echt slimme huishoudelijke apparaten, veel zuiniger en veiliger auto's en aan totale en onmiddellijke telecommunicatie (Bel nú uw favoriete Toeareg. Zie elke vakantiedag hoe het op kantoor gaat). Verwacht een baaierd van nieuwe beveiligings- en identificatietechnieken. Dan is meteen ook duidelijk wat het echte hete hangijzer zal zijn: niet de techniek, maar de toepassing en beheersing ervan. Digitalisering is en blijft, behalve een technisch wonder, vooral een maatschappelijke uitdaging.