Gesteggel om claims in HCS-affaire

ROTTERDAM, 5 SEP. Terwijl er in de BolsWessanen-voorkenniszaak de ene na de andere verdachte wordt aangehouden, vindt een opmerkelijk achterhoedegevecht plaats in de al vijf jaar slepende 'HCS-affaire'. In deze tot nog toe meest omstreden voorkenniszaak in Nederland staat Justitie tegenover ex-verdachten die nu schadeclaims indienen tegen het Openbaar Ministerie omdat zij zich benadeeld voelen.

Eric Albada Jelgersma (eigenaar van levenmiddelengroothandel Unigro) die twee jaar geleden al door de Amsterdamse rechtbank werd vrijgesproken heeft kortgeleden een schadeclaim ingediend tegen het OM en moet op 24 oktober bij het Hof zijn zaak bepleiten, zo bevestigde hij gisteren desgevraagd. Hij claimt ondermeer de advocatenkosten die hij maakte.

Maar of het tot uitkering komt is de vraag. Het OM lijkt via juridisch steekspel de claim al bij voorbaat ongedaan te willen maken. “Het heeft er alle schijn van dat Justitie ons verzoek tot schadevergoeding al bijvoorbaat de grond in probeert te boren”, vertelt Albada Jelgersma's advocaat mr. D. Doorenbos van het Haagse kantoor Wladimiroff & Spong. “Dit is meer dan pesterij. Dit is een kwalijke zaak.”

Het vermeende misbruik van voorkennis bij handel in aandelen van het inmiddels failliete high tech-fonds HCS is de enige zaak die tot de Hoge Raad is uitgeprocedeerd.

De rechtbank in Amsterdam sprak alle verdachten in de HCS-zaak, onder wie Albada Jelgersma en hoofdverdachte Van den Nieuwenhuyzen (directeur/eigenaar van de Rotterdamse Droogdok Maatschappij), twee jaar geleden vrij. Het OM ging daarop bij het Hof in hoger beroep maar pikte alleen Van den Nieuwenhuyzen eruit om de kwestie uit te procederen. Het hoger beroep tegen Albada Jelgersma werd aangehouden. Van den Nieuwenhuyzen werd in maart in laatste instantie vrijgesproken. Zijn advocaten bereiden nu een schadeclaim voor tegen de Staat van 1,2 miljard gulden.

Albada Jelgersma zag in de vrijspraak van Van den Nieuwenhuyzen aanleiding te veronderstellen dat het hoger beroep tegen hemzelf zou worden ingetrokken. En ook Albada Jelgersma bereidde een schadeclaim voor. Probleem was echter dat hijzelf, zoals zou moeten, geen formeel schriftelijk bericht kreeg van Justitie dat hij inderdaad niet langer als verdachte te boek stond. Een dergelijke schriftelijk bericht is nodig voor indiening van een schadeclaim.

Doorenbos schreef de Amsterdamse hoofdofficier Vrakking een klachtbrief op poten. Vrakking zond vorige week een excuus-brief waarin hij uitlegde dat alles op een misverstand berust. Het OM had Albada Jelgersma in april al op de hoogte gesteld dat Justitie het appèl zou intrekken, en Justitie heeft dat vervolgens ook inderdaad gedaan maar heeft verzuimd dit aan Albada Jelgersma mede te delen.

Maar het venijn zit hem in de staart van de brief: “Wellicht ten overvloede voeg ik eraan toe dat ik met deze brief geen standpunt heb ingenomen ten aanzien van de vraag wanneer de termijn waar binnen schadevergoeding gevraagd kan worden, aanvangt dan wel aangevangen is,” aldus de Amsterdamse hoofdofficier. Met andere woorden: de termijn waarbinnen Albada Jelgersma zijn claim kan indienen is mogelijk verstreken.

Doorenbos in reactie op de brief van Vrakking: “Als het OM dit standpunt volhoudt zijn we ruimschoots te laat met het indienen van een schadeclaim. Dit is een kwalijke zaak. Maar gelukkig hebben we ons hier tegen ingedekt.” Dat is gebeurd door al eerder een schadeclaim in dienen. Nu de bevestiging van vrijspraak er is, moet de claimprocedure opnieuw worden ingesteld. Albada Jelgersma zèlf gaat er ondertussen van uit dit voldoende is: “Mijn claim loopt nu. En tot mijn verbazing ben ik opgeroepen voor een hoorzitting. Ze hebben me aangeraden zelf te komen om zo eerbied te tonen voor Justitie.”

De derde verdachte in de HCS-affaire, stoeterijhouder Leon Melchior, zegt zich ook te hebben ingedekt. Melchior spreekt van “flauwe grapjes” aan de kant van het OM. “Ik vind het allemaal zo kinderachtig. Je excuses aanbieden en vervolgens zeggen: die schadevergoeding, daar kun je naar fluiten.”