Domheid zal overbodig blijken

Hans Achterhuis (53), hoogleraar systematische wijsbegeerte aan de Universiteit Twente:

STELLING: Zowel utopische als dystopische voorspellingen dienen te worden opgeruimd om reëel zicht en reële greep te krijgen op de maatschappelijke betekenis van de computer.

Sinds de jaren zestig zijn er tientallen boeken verschenen waarin de invoering van de computer - door Time in 1982 uitgeroepen tot 'Man of the Year' - werd verbonden met revolutionaire, utopische verwachtingen. In algemene zin werd de realisering van oude anarchistische idealen als vrijheid, decentralisatie en autonomie aan de computer toegeschreven. In meer specifieke zin werden vele schone beloften gedaan over het 'paperless office', het einde van inspannend en eentonig werk en een toename van vrije tijd.

Noch de algemene, noch de meer specifieke voorspellingen uit het verleden zijn uitgekomen. Dat belet velen niet om nieuwe, ditmaal veelal aan Internet gekoppelde voorspellingen te doen over een utopische toekomst.

Parallel aan de heilsverwachtingen heeft zich een doemdenken rondom de computer ontwikkeld. Talloze doctoraalscripties van mijn linkse studenten uit het Amsterdam van de jaren zeventig getuigden van de grote angst voor deze machine die een totalitair toezicht op alles en iedereen mogelijk zou maken. Ook vandaag de dag maken cultuurpessimisten, onder wie Neil Postman, nog steeds goede sier met de voorspelling dat we via de computer onherroepelijk in Orwells 1984 zullen belanden.

Beide soorten voorspellingen gaan uit van een deterministische visie op techniek. De invoering van een techniek zou op zich al voldoende zijn om maatschappelijke waarden en verhoudingen beslissend te veranderen. Hier tegenover onderstreept het meeste recente sociaal-wetenschappelijke onderzoek dat er een wisselwerking bestaat tussen techniek en samenleving. Op zichzelf doet een computer niets, de maatschappelijke invoering en het maatschappelijk gebruik zijn bepalend voor de effecten ervan. Deterministisch getoonzette voorspellingen leiden slechts af van de ethische en politieke keuzen die over technologie moeten worden gemaakt.

In één opzicht bevatten het heilsdenken en doemdenken rondom de computer een kern van waarheid. Er is ontegenzeglijk sprake van een diepgaande cultureel-maatschappelijke verandering ten gevolge van de invoering van vele nieuwe media, waarvan de pc als symbool mag worden beschouwd. Net zoals het schrift de orale cultuur heeft afgelost en de boekdrukkunst de geletterdheid heeft gedemocratiseerd, lijkt de invoering van computers tot een nieuwe radicale culturele omwenteling te leiden. De cognitieve structuur van de mens en de verhoudingen in de maatschappij zullen hierdoor ongetwijfeld grote wijzigingen ondergaan. De suggestie dat hier concrete voorspellingen over kunnen worden gedaan, miskent echter juist de politieke maatschappelijke opdracht om dit soort veranderingen denkend en handelend te begeleiden.

Aanbevolen literatuur

- Mythinformation, in: The Whale and the Reactor, L. Winner, The University of Chicago Press, Chicago 1986 - L'utopie de la communication, Ph. Breton, La Découverte, Paris 1995 - Technopoly, N. Postman, Knopf, New York 1992 - Homo Zappens, J. de Mul, Kok Agora Kampen (te verschijnen in 1996)