De prijs van een wereldreis - of veel minder

Een computer kopen lijkt vreselijk ingewikkeld. Wie zich aan de volgende suggesties houdt, zal zich geen buil vallen.

Er zijn mensen die slechts gewapend met de wens 'ik wil een computer kopen' naar de winkel gaan. Zij vragen de verkoper in feite: ik wil mijn geld kwijt, kunt u mij helpen? Dat kunnen de meeste verkopers wel. Of de koper er dan ook beter van wordt, is de vraag. Wie een computer wil kopen, moet zich eerst afvragen wat hij of zij daarmee wil doen.

Grofweg zijn er drie typen particuliere computerkopers te onderscheiden, voor het gemak A, B en C genoemd. Type A tikt voornamelijk tekst, gebruikt misschien een rekenprogramma, houdt een adressenbestand bij en kijkt eventueel wat rond op het Internet. Hiertoe behoren veel wetenschappers, studenten, leraren, journalisten en beleidsmedewerkers. Type B tikt niet alleen zelf, maar moet ook teksten van anderen bewerken. Voorbeelden zijn docenten die elektronische documenten van studenten moeten nakijken en mensen die samen met anderen aan een nota schrijven. Type C tikt misschien ook wel eens wat, maar houdt zich vooral bezig met tekenen, foto's bewerken of muziek componeren. Illustratoren, ontwerpers, ingenieurs, fotografen en musici vallen in deze categorie. Echte spelletjesfanaten die regelmatig complexe grafische spellen spelen, mogen zich ook hieronder scharen.

De meeste kopers passen goed in een van deze categorieën. Sommigen twijfelen. Eigenlijk vallen ze in categorie A of B, maar misschien willen ze in de toekomst wel gaan tekenen op de pc, of hun vakantiedia's verfraaien. De vuistregel voor twijfelaars luidt: koop wat je nú nodig hebt. Een computer kopen voor de toekomst is een van de meest effectieve manieren om van overtollig geld af te komen. De prijzen van computers dalen zo snel dat het meer loont over twee à drie jaar een nieuwe te kopen dan nu een op de groei. Technisch gaat een computer overigens gemakkelijk een jaar of acht mee.

Kopers van type A zitten voor een dubbeltje op de eerste rang. Hun activiteiten stellen geen hoge eisen aan een computer. Hij zou minimaal moeten bevatten: een 486-processor (snelheid niet zo belangrijk), 4 MB werkgeheugen, een 500 MB-harde schijf en als besturingssysteem Windows 3.1. Zulke computers, veelal geleverd met een 14-inch-monitor, zijn verkrijgbaar voor minder dan 1.500 gulden. Toegegeven, het is wat Spartaans, maar het kan. Wie wil Internetten, moet er een modem bij kopen.

Wie zijn computer sneller wil maken, neemt 8 MB geheugen in plaats van 4, dat zet meer zoden aan de dijk dan een snellere processor en is veel goedkoper. Wie dan nóg sneller wil tekstverwerken, kan het beste een typecursus volgen. Het beste extraatje dat veeltikkers kunnen kopen, is een goede monitor. Wie meer dan een uur per dag achter het beeldscherm zit, moet eigenlijk geen genoegen nemen met het standaard 14-inch-exemplaar. Koop een goede 15-inch-monitor voor zo'n 700 gulden extra (1.000 gulden los). Een CD-ROM-speler is tegenwoordig wel handig, een quad speed (vier keer de snelheid van de oer-CD-ROM) is snel genoeg. De prijs van het geheel komt dan op circa 2.500 gulden. Ten minste de helft van de computergebruikers kan daarmee uitstekend uit de voeten.

Type B moet hogere eisen stellen. Dat zit hem in de wens documenten van anderen te kunnen bewerken, ook in de nabije toekomst. Een deel van de collega's werkt dan op nieuwe computers met nieuwere versies van programma's. Aangezien nieuwe programma's per versie groter worden en meer geheugen en verwerkingssnelheid vereisen, moet de samenwerker B, nu of binnen twee jaar, een snellere en wat meer opgetuigde computer hebben dan solowerker A.

Met minimaal een 486 processor van 100 MHz of een Pentium, 8 MB- geheugen (liever 16), 1 GB-harde schijf, een quad speed CD-ROM-speler, een modem van 28.800 bits per seconde en Windows 95 als besturingssysteem kan type B prima uit de voeten. Omdat het lezen van teksten van anderen altijd meer moeite kost dan het teruglezen van eigen teksten, gelden hier zeker zulke hoge eisen aan de monitor als bij type A. Een goede 15-inch is het minimum, een 17-inch-exemplaar valt te overwegen. Reken op 3.000 gulden voor een set met 15-inch-monitor, 4.000 gulden voor een met een 17-inch-monitor. Net als voor A geldt: als het toetsenbord niet bevalt, koop dan een ander. Toetsenborden zijn in vele varianten los te koop voor 50 tot 200 gulden.

Type C heeft een heel ander soort computer nodig. Foto's en tekeningen nemen gigantisch veel meer geheugenruimte in beslag dan tekst. Eén enkele foto kan al tientallen megabytes in beslag nemen. Omdat beeldbewerking van een computer vooral veel rekenwerk vergt, loont het relatief veel geld uit te geven aan een snellere processor.

C moet uitzien naar minimaal een Pentium 133 processor, 32 MB-werkgeheugen, 2 GB-harde schijf, een CD-ROM-speler, Windows 95, een 17-inch-monitor en een snelle beeldschermaansturing. Zo'n computer kost 4.000 tot 6.000 gulden. Wie ook moderne spellen wil spelen, schaffe zich een snellere CD-ROM-speler aan (8 speed - 200 gulden extra), een goede geluidskaart en goede luidsprekers (200 tot 400 gulden extra). En wie echt top of the bill wil hebben, koopt een Pentium Pro 200-processor, een 4 GB-harde schijf, 64 MB-werkgeheugen, Windows NT-besturingssysteem en een 21-inch-monitor. Met een beetje geluk blijft de prijs net onder de 10.000 gulden steken. Kopers van categorie C kunnen ook overwegen een Apple te kopen, vooral wanneer ze veel bestanden uitwisselen met andere gebruikers in de grafische hoek.

Wie op meer dan één plaats met zijn computer wil werken, is aangewezen op een draagbare computer, een notebook. Besef echter wel dat draagbaarheid een prijs heeft, in guldens en ook in comfort en degelijkheid. Een notebook is 1.000 gulden (voor een 486) tot 2.000 gulden (voor een Pentium) duurder dan een bureaucomputer. Wie regelmatig tikt in het vliegtuig of tijdens lange treinreizen, moet uitzien naar een computer die plaats heeft voor twee accu's. Werken los van het stopcontact kan dan meer dan zes uur. Kortademige PC's met één accu houden er soms na een uur al mee op. Helaas zeggen de opgaven van fabrikanten over werkduur bij accugebruik niet zo veel.

Nu de categorie computers is afgebakend, wordt het tijd voor vergelijkend warenonderzoek. Koop enkele computertijdschriften en bekijk advertenties. Prijsverschillen zijn overigens niet schokkend groot. Wel verschillen leveranciers in de extra's die ze bieden. Vooral een flinke hoeveelheid programma's 'gratis' erbij kan heel aantrekkelijk zijn. Een bundel programma's als Microsoft Office of Lotus Smartsuite (schrijven, rekenen, gegevens beheren,presentaties maken en nog zo het een en ander) kost los 350 tot 600 gulden.

Ten slotte moet een leverancier worden gekozen. De belangrijkste vraag die de koper zich daarbij moet stellen is: hoeveel verstand heb ik van computers? Wie niets van computers weet, is het best af met een gòede winkel om de hoek, om eventueel zo met computer en al naartoe te kunnen lopen. Een goede winkel is geen dozenschuiver, maar een zaak met enthousiaste, deskundige medewerkers. Vraag vrienden en collega's naar hun ervaringen. Het merk van de computer is niet van belang; het 'eigen' merk van de winkel is meestal prima.

Wie behoorlijk wat van computers weet, problemen bij de installatie van programma's in het algemeen zelf kan oplossen en er desnoods niet voor terugschrikt de computer open te maken en een onderdeel te vervangen, kan prima bij postorderbedrijven terecht. Die bieden vaak wat meer waar voor hun geld, maar daar staan vrij lange levertijden tegenover en een ondersteuning die beperkt is tot telefonische help desks.

Rest de vraag of een supersnelle pc met een groot beeldscherm en veel geheugen niet in alle gevallen prettiger is. Het antwoord luidt: ja. Bedenk echter wel dat voor het bedrag dat die extra pret vergt ook een wereldreis is te maken of een zestig centimeter brede boekenkast tot het plafond toe is te vullen met voortreffelijke lectuur. Maar voor wie nooit buitenkomt en niet van lezen houdt, is zo'n super-pc wellicht een goede koop.

Reacties en meer suggesties zijn te sturen naar: pckopen@supplement.nrc.nl. Deze reacties zullen te lezen zijn op de website van NRC Handelsblad: http://www.nrc.nl.

1. Microprocessor, de chip die berekeningen en bewerkingen uitvoert. Er zijn drie typen: de 486, de Pentium en de Pentium Pro, elk leverbaar in diverse snelheden, uitgedrukt in megahertz (MHz). De duurste, de Pentium Pro 200, kost 1.500 gulden; de goedkoopste 486-varianten minder dan 100 gulden

2. Geheugenchips, het korte-termijngeheugen van de computer. Wanneer de computer wordt uitgezet is alles wat er in dit geheugen zat, verdwenen. Te koop in porties van 4 megabyte (MB), voor 50 tot 80 gulden per portie.

3. Harde schijf,het lange-termijngeheugen van de computer, te koop van 500 megabyte tot 9 gigabyte (GB = duizend MB), voor respectievelijk 200 en 4.000 gulden.

4. Diskette-eenheid, ook wel floppy drive genoemd. Diskettes vormen een verwisselbaar lange-termijngeheugen; gemakkelijk te versturen per post. Er past 1,44 megabyte op.

5. CD-ROM, ook een vorm van lange-termijngeheugen. Kan door de gebruiker zelf niet worden beschreven, maar alleen worden gelezen. Daarom vooral gebruikt als 'programmaschijf'. Snelheid: 4 tot 10 keer de snelheid van de oer-CD-ROM. Prijzen: 100 tot 800 gulden.

6. Ingebouwde luidspreker. Doet weinig meer dan piep zeggen. Wie behoorlijk geluid wil, moet losse speakers kopen.

7. Plaatsen voor insteekkaarten, waarmee het aantal gebruiksmogelijkheden van de computer is uit te breiden. Vaak zijn al enkele plaatsen bezet, bijvoorbeeld voor de aansturing van beeldscherm of luidsprekers.

8. Beeldscherm, waarvan de grootte wordt uitgedrukt in inches. Een goedkoop beeldscherm van 14 inch kost minder dan 500 gulden. Een goed beeldscherm van 15, 17 of 20/21 inch kost 1.000, 2.000 of 4.000 gulden.

9. Modem, om via een telefoonlijn te communiceren met de buitenwereld, bijvoorbeeld het Internet. Vrijwel alle moderne modems kunnen ook faxen. Ze kosten 300 tot 500 gulden. De gangbare snelheid is 14.400 bits p/s, de nieuwere types halen 28.800 bits p/s.