De particuliere verzameling van Renzo Jardella; Bezeten van het scheermes

De Egyptenaren schoren zich met bronzen messen, de Romeinen schoren zich pas nadat Scipio Maior met gladde kaken uit Afrika terugkeerde. Maar de verzamelaar van scheermessen beleeft het meeste plezier aan de periode na 1904, toen het Gillette-mes werd uitgevonden.

Tel: 00 44 181 948 0043

Bezoek moet van tevoren worden aangekondigd.

Verzamelaars zijn bijna even vreemd als gokkers voor mensen die hun hobby of bezetenheid niet delen. Waarom gaat iemand in plaats van een wandeling te maken of een boek te lezen geld verspillen aan de instandhouding van een casino? En waarom gaat iemand een collectie aanleggen van voorwerpen die nergens voor dienen, in een huis waar zoals in de meeste huizen tegenwoordig toch al te veel dingen een plaats moeten vinden? Soms wordt de schoonheid van de voorwerpen ter verklaring aangevoerd; maar liefde voor het schone is niet de kiem waaruit verzamelwoede groeit.

Wie de vraag onder woorden brengt, begrijpt tegelijkertijd dat er geen antwoord op gegeven zal worden. Dit soort vragen dient alleen om verwondering te vertolken over verzamelingen zoals die van Renzo Jardella in Richmond bij Londen: een enorme hoeveelheid scheermessen. Jardella is een Engelsman van Italiaanse herkomst, van zijn vak restaurateur van juwelierswerk. Hij bezoekt steeds maar antiekmarkten en -beurzen, waar hij behalve de scheermessen andere scheerartikelen vindt, zoals van die grappige oude kommen met inhammen voor de keel van de barbiersklant. Daarnaast onderhoudt hij contacten met medeverzamelaars in vele landen, ook Nederland (waar zij meestal kappers of ex-kappers zijn, zegt hij).

Misschien is zijn verzameling de grootste van de wereld. In ieder geval is het een heel grote en bekende, met duizenden scheermessen en enkele tienduizenden verwante artikelen. Als hij alles naar het veilinghuis bracht zou hij er tonnen aan verdienen. Sommige van de mooiste negentiende-eeuwse vouwscheermessen zijn tegen de duizend gulden waard; de dozen voor aanzienlijke heren met zeven messen op een rij (altijd een week rust na gebruik, dan bleven ze scherper was het idee) zullen nog meer opbrengen. Daar is het Jardella niet om te doen. Hij hoopt dat het plan uitgevoerd kan worden om in het voormalige raadhuis van Stepney, Oost-Londen, een museum van excentrieke collecties in te richten; daar zal dan de Jardella Collection het nageslacht blijven verbazen.

De aandachtigste belangstellenden zullen mannen zijn, op zoek naar technische en historische informatie. Zij zullen zien wat voor bronzen scheermes de Egyptenaren drieduizend jaar geleden gebruikten (Jardella heeft er een) en beter beseffen dat de Grieken zich in de oudheid zelden of nooit schoren. De Romeinen lieten eerst ook hun baarden staan, maar toen Scipio Maior geschoren uit Noord-Afrika terugkwam na zijn overwinning op Hannibal in 202 voor Christus werd hij algemeen nagevolgd, en scheren bleef de regel in de bloeitijd van het Romeinse rijk.

Voor de verzamelaar is de Oudheid voorgeschiedenis, en het Europese vervolg tot ongeveer 1750 ook; van de scheermessen van die tijd is weinig over want zij waren van ijzer en zijn bijna allemaal weggeroest. In 1762 kwam een Fransman genaamd Jean Jacques Perret aan de markt met een voorloper van het veiligheidsmes: nog steeds het oude openslaande type maar met een kap er overheen die diepe sneden belette. Al zijn daar ook geen exemplaren van bekend, er bestaan duidelijke tekeningen van.

In de negentiende eeuw werden verscheidene andere vormen van veiligheidsscheermessen hier of daar in de handel gebracht. Het basismodel bleef onveranderd totdat de grote hervormer van de scheergeschiedenis met zijn ontwerp aankwam: King C. Gillette, in 1904. Daarna zal er aan de geschiedenis van het niet-mechanische scheermes weinig meer te beleven zijn, denkt de buitenstaander: verschillende merken, altijd volgens hetzelfde principe - maar dan komt de verzameling pas goed op gang. De varianten van het veiligheidsscheermes, bij Jardella in vitrines op de overloop van de eerste verdieping, zijn onvoorstelbaar: de rechthoekige, de ronde, de lange, de korte, de opvouwbare, de inschuifbare, de openklappende, de schroevende, de eenvoudige, de versierde, allemaal in verschillende modellen met verschillend gevormde handvatten.

Gebruikt hij ze wel eens, als er mesjes voor te vinden zijn? Welnee, dat komt niet bij hem op. Jardella is geen maniak, hij is een verzamelaar; een rustige man in een rustig huis, met als eigenaardigheid dat hij niet genoeg kan krijgen van snuffelen naar scheerartikelen, vooral 's morgens vroeg als de handel net begint. Hij kan een tijd lang vertellen over scheerpraktijken door de eeuwen, over de vettige substanties of oliën die de oudste scheerders gebruikten om het krassen van het brons te verzachten, over de resterende stoppeligheid van hun geschoren kaken, over kostbare handvatten van oude messen, over barbierszaken en over de scheerliteratuur. Het erkende standaardwerk is moeilijk te vinden, ook alweer een object voor verzamelaars: Once over lightly van Charles de Zemler, in 1939 uitgekomen in New York. Een handige minigeschiedenis: Shaving, a short history and hints on collecting door een Zweed, Thorsten Sjölin, is bij Jardella zelf te krijgen voor ¢8 3. Daar staan enige musea met bezienswaardige verzamelingen in vermeld, waarvan het Zweedse waarschijnlijk het beste is: het Frisörmuseet in Stockholm. De Engelse museumcollecties die er opgegeven worden zijn niets waard, zegt Jardella; misschien zijn de Duitse beter voorzien (Darmstad, Kronberg).

Bij de privé-scheerder die zelden aandacht heeft besteed aan andermans baardgroei, roept Jardella's collectie tegenstrijdige stemmingen op. Aan de ene kant is het verkwikkend om te denken aan zoveel ochtendlicht, aan al de wastafels en kwasten en de geur van zeep, aan het plonzende koude water tot besluit en dan al de miljoenen blozende wangen boven miljoenen ontbijtbordjes. Tegelijk stemt het zwaarmoedig om aan zoveel kribbige halfgeklede mannen te denken, met hun monden scheef zodat de huid van de wang strak getrokken werd; en aan het naar binnen gepropte ontbijt dat erop volgde, en aan de lange stoffige dagen waarin de stoppels weer op kwamen zetten uit de kaken. Iedere dag het wegscheren, en iedere dag het weer opkomen: de vergeefsheid van de menselijke inspanningen kan niet beter worden geïllustreerd.

Dat zijn bijgedachten. De ware verzamelaar laat er zich niet mee in. Hij houdt van zijn voorwerpen, hoe meer hoe beter; en de bezoeker die ze uitgestald ziet moet toegeven ja, het heeft iets ongelofelijks.