De illusie wordt steeds echter

Spelletjes op CD-ROM veroveren de personal computer. Het nobelste in de mens brengen ze niet boven. Wees uw eigen seriemoordenaar. Yaboo? Zug zug!

Zijn gegrom had me moeten waarschuwen, of zijn silhouet met rode ogen dat rusteloos in de schaduw van de stenen richel ijsbeerde. Ik zie de rottweiler pas als het te laat is. Het scherm vult zich met tanden en bloedspatten. Ik ben hondenvoer.

Na een paar minuten Quake, het nieuwe spelletje van ID Software, loopt de speler het zweet door de handen. Quake is een nachtmerrie in een schemerig labyrint van zalen, gangen, trappen, zuurbaden en lavastromen. Honden besluipen de wandelaar, demonen verbergen zich achter pilaren, zombies moeten tot pulp worden vermalen voordat ze hun aanvallen staken. Voor de ware liefhebber komt er vast en zeker programmatuur om het gelaat van baas of ex-vriendin op de vijanden te projecteren.

De makers van Quake bluften onlangs dat ze een kort geding van God verwachten nu ze zijn patent op de realiteit hadden geschonden. De Heer kan zich de proceskosten besparen: een kleurenscherm haalt het nog lang niet bij de werkelijkheid. Maar pc's met beeldscherm, toetsenbord en muis hebben als platform voor computerspelletjes wellicht hun langste tijd gehad. Ze maken plaats voor virtual reality-helmen of -brillen die de speler helemaal onderdompelen in een virtuele wereld, zo belooft de industrie. De speler beweegt zich daarin met behulp van een powerglove, een handschoen die elke beweging van de hand vertaalt in virtuele beweging. Of wellicht door gebruik te maken van ZON, een elektronisch oog dat de speler op afstand scant. Of zelfs via MindDrive, een gadget dat de komende maand wordt gepresenteerd. De Amerikaanse fabrikant zegt dat deze hoofdband door middel van leugendetectortechnieken gedachten leest. De speler hoeft nog slechts 'links' of 'rechts' te denken om de hoek om te slaan.

Voorlopig voldoet de pc nog en bestuurt men de spelletjes gewoon met joystick, console, muis of toetsenbord. Naar schatting zijn er in Nederland zo'n kwart miljoen spelletjes in omloop. De variatie is eindeloos. De pc-bezitter kan schaken, pokeren, voetballen, skiën of basketballen. Hij kan beschavingen stichten en verdedigen tegen barbaren. Hij kan rijk worden op de beurs of met ijzeren vuist een bananenrepubliek regeren. Hij kan historische veldslagen overdoen en Hitler van Stalin laten winnen. Hij kan een metropool zuiveren van gespuis of vrouwen aan vleeshaken ophangen. Ieder zijn smaak.

Niet alle spelfanaten zoeken het in gewelddadig en snel realisme. “Je wordt ouder hè”, zegt de 59-jarige Cees Hek. “Dat snelle hoeft van mij niet zo.” Hek lost op zijn pc liever puzzels op, legt een kaartje in een van zijn twaalf Solitaire-varianten of kaatst bedaard een balletje tegen een muur van gekleurde steentjes in Break It. Het bordspel Shanghai 2 is momenteel zijn obsessie. “Begin ik daar aan, dan lig ik niet voor twee uur in bed.” Vaak valt hij terug op een oude liefde: het nu bijna prehistorische Emerald Mines. Cees Hek heeft 87 schijfjes met elk 80 levels van dit spel.

Computergames worden nog altijd geassocieerd met kinderen of met nerds die weigeren volwassen te worden - en zelden met een 59-jarige installatiemonteur in de VUT, zoals Cees Hek. De spelletjeshal en de spelcomputers van Nintendo, Sega en Sony blijven inderdaad het domein van de jeugd, maar de CD-ROM-markt voor de pc wordt gedomineerd door twintigers en dertigers. Of ouder.

Cees' zoon, Rob Hek, is nu geobsedeerd door Warcraft II, een strategiespel. Soldaten slaan elkaar de hersens in, onder het slaken van kreten als 'zug zug' of 'yaboo?', ze bouwen steden en vestingwallen. Rob krijgt illegale versies van computerspelen anoniem toegestuurd door een netwerk van krakers. Een kennis heeft zich via een 06-nummer opgegeven en stort elke maand twintig gulden op een naamloze rekening. In ruil daarvoor krijgt hij cd's met gekraakte spelletjes. Soms heeft Rob ze al in bezit voordat ze in de winkel liggen.

In het studentenhuis van Rob Hek zijn de pc's aan elkaar gekoppeld. 's Avonds klinkt vanachter de dunne wanden het gevloek of gejuich van gezamenlijke Duke Nukem- of Warcraft-sessies. De bewoners blijven in hun eigen kamer en komen elkaar hooguit tegen op weg naar het toilet. “Ik besteed minimaal tien uur per week aan games”, schat Rob.

Cultuurpessimisten als Neil Postman, of recentelijk Mark Slouka in War of the Worlds, the assault on reality, beklemtonen dat computerspelen minder onschuldig zijn dan ze lijken. Ze maken de pc-bezitter steeds meer tot alleenheerser in het eigen pretwereldje. En dat brengt niet direct het nobelste in de mens boven. De eenzame goden achter hun pc-scherm hebben niet zelden een voorkeur voor een wereld waarin ze straffeloos alles doden dat hun voor de voeten loopt. Of waarin ze, zoals in Sexmaster, geketende vrouwen met een mes mogen ontkleden en daarna verkrachten.

Slouka beschouwt het computerspel als een nieuwe stap in de vervanging van realiteit door illusie, van ervaring door kunstmatigheid. Miljoenen mensen verkeren nu al dagelijks in slechts drie ruimtes: thuis, auto en kantoor. Telewerkers hoeven hun huis helemaal niet meer uit. Na overdag voor hun dagelijks brood bits en bytes te hebben verplaatst, trekken ze zich 's avonds terug in hun virtuele wereld voor virtuele belevenissen. Slouka waarschuwt voor een Brave New World, waarin contact is vervangen door e-mail en seks door teledildonics, waarin echt en nep ineenvloeien. “Strikt gesproken raken technovisionairen niet opgewonden van informatie, maar van desinformatie. Ze dromen van de perfecte misleiding, de onfeilbare nabootsing”, schrijft hij. Goebbels zou watertanden bij de kansen die pc's bieden.

Optimisten beklemtonen al evenzeer dat de computerspelen niet zomaar spelletjes zijn. Ze wijzen op mogelijkheden in het onderwijs, waarin games vrijwel elke vaardigheid kunnen simuleren, en op de onbeperkte vrijheid binnen de spelzone, waar men kan zijn en doen wat men wil.

Onlangs bekende autocoureur Jacques Villeneuve dat hij zich op de wedstrijd in het Belgische Francorchamps voorbereidde door te oefenen met het racespel Formula 1: Grand Prix 2. Zijn opvolgers slaan de echte race misschien helemaal over.