Buigen voor wensen Beatrix is de regel

DEN HAAG, 5 SEPT. Koningin Beatrix heeft het oor van minister H. van Mierlo van buitenlandse zaken. In januari van dit jaar, bij de opening van Hare Majesteits ambassade in Amman, maakte de bewindsman bekend dat het niet zijn idee was geweest om een diplomatieke post te openen in Jordanië, maar dat van het staatshoofd.

De departementale wens om ambassades elders in de wereld te openen, moest het afleggen tegen het majesteitelijk verlangen om de vriendschappelijke banden tussen de Oranjes en het Hasjemietisch koningshuis te honoreren met een diplomatieke post.

Gisteren werd bekend dat Van Mierlo opnieuw een verzoek van de majesteit heeft verkozen boven dat van zijn ambtenaren. Deze krant berichtte dat Van Mierlo onder druk van koningin Beatrix de ambassadeur in Zuid-Afrika, jhr. E. Roëll, voortijdig heeft teruggeroepen. Een overigens alweer beëindigde buitenechtelijke relatie van de diplomaat was aanleiding voor het staatshoofd om bij Van Mierlo op zijn voortijdig vertrek aan te dringen. Beatrix wilde niets met de volgens zijn omgeving goed functionerende Roëll te maken hebben als zij samen met echtgenoot en kroonprins aan het einde van deze maand Zuid-Afrika bezoekt voor een vierdaags staatsbezoek.

Beide gevallen boden eerder aanleiding voor een discussie over de handelwijze van Van Mierlo dan over de interventies van de koningin. De Koning is immers onschendbaar, zijn ministers zijn verantwoordelijk, zo schrijft de grondwet voor.

De SGP vond dat Van Mierlo een scheve schaats had gereden door de wensen van de koningin in verband te brengen met de opening van de ambassade in Jordanië. Een Kamermeerderheid sloot zich bij dat negatieve oordeel aan. In het tweede geval valt nog te bezien of Van Mierlo er zonder kleerscheuren van afkomt. GroenLinks heeft zich gisteren bij de minister gemeld met schriftelijke vragen over de staatsrechtelijke achtergronden van de overplaatsing van Roëll.

De twee gebeurtenissen passen in een patroon waarin niet alleen de minister van buitenlandse zaken, maar politici in het algemeen tolerant omgaan met de ruimte die koningin Beatrix neemt bij de uitoefening van haar prerogatieven, ook als dat ten koste gaat van hun eigen positie. De gulden regel voor koninklijke staatshoofden van constitutionele democratieën dat zij zich dienen te beperken tot het 'waarschuwen, aanmoedigen en informeren', wordt door het Nederlandse staatshoofd in toespraken en bij kabinetsformaties ruim geïnterpreteerd.

Dat de koningin ambassadeursbenoemingen bij haar ruime taakopvatting betrekt, hoeft niet te verbazen. Evenals haar man heeft koningin Beatrix grote interesse voor buitenlandse vraagstukken. De minister van buitenlandse zaken is verantwoordelijk voor de aanstelling van elke ambassadeur van Hare Majesteit. Deze geschiedt echter bij koninklijk besluit en dient dus van de handtekening van koningin Beatrix te worden voorzien. Ook ontvangt het staatshoofd nieuwe ambassadeurs ten paleize om hen te beëdigen alvorens zij afreizen naar hun diplomatieke post.

Ambassadeurs op plaatsen die door de majesteit met een staatsbezoek worden vereerd, kunnen à fortiori rekenen op koninklijke aandacht. Zij zijn wegbereiders van de koningin in den vreemde en verantwoordelijk voor een vlekkeloze afwikkeling van het bezoek. Dat de majesteit daarbij ook de huwelijksmoraal van haar gezant betrekt, hoeft al evenmin verbazing te wekken. Sinds jaar en dag laat de koningin geen vriendinnen van mannelijke leden van haar gevolg toe bij staatsbezoeken. Ook geen vaste, zoals de ministers Van Mierlo en Wijers hebben mogen ervaren.

Tot nog toe hebben alleen politieke jongerenorganisaties zoals de Jonge Socialisten en de JOVD opgeroepen tot een kritischer houding tegenover de interventies vanuit het paleis. Zij zijn echter roependen in de woestijn. Oud-premier Lubbers is eerder representatief voor de heersende opvattingen onder politici over hun verhouding tot het nog immer populaire staatshoofd. Lubbers zei bij het twaalfëneenhalfjarig ambtsjubileum van koningin Beatrix in 1992 over de koningin: “Samen met de ministers vormt zij ook de regering waarbij zij, staatsrechtelijke verhoudingen respecterend, wel degelijk een stimulerende rol kan vervullen. Een royale, en geen angsthazige interpretatie van de ministeriële verantwoordelijkheid blijkt de moeite waard”. Minister Van Mierlo wordt nu op deze verantwoordelijkheid aangesproken.

    • Kees Versteegh