A.D.W. Tilanus 1910-1996; Aan wieg van CDA

A.D.W. (Arnold) Tilanus, voormalig Tweede-Kamerlid en voorman van de CHU, is zaterdag 31 augustus in zijn woonplaats Zoetermeer overleden. Hij is 85 jaar geworden. Familie van de politicus heeft dat gisteren bekendgemaakt. De voormalige CHU-leider is inmiddels in besloten kring begraven.

Tilanus, van origine huisarts, was de zoon van de grote man in de CHU, dr. H.W. Tilanus, en zat van 1963 tot 1977 in de Tweede Kamer. Van 1966 tot 1968 was hij tevens voorzitter van de CHU.

In de Tweede Wereldoorlog werd Tilanus door de bezetter drie maanden geïnterneerd in het concentratiekamp Amersfoort. Daarover zei hij later: “in Amerfoort ben ik volleerd grondwerker geworden.” Zijn vader zat gedurende de vijf bezettingsjaren vast als gijzelaar in St. Michielsgestel. De voor een groot deel joodse praktijk van de jonge arts werd weggevoerd. Na de oorlog diende hij als dienstplichtig officier tijdens de politionele acties in het voormalig Nederlands-Indië.

Tilanus was tweemaal fractievoorzitter, van 1968 tot 1969 en van 1971 tot 1973. Als voorzitter van zijn partij reorganiseerde hij aanvankelijk de partijorganisatie. Als Kamerlid was hij de initiatiefnemer tot de nieuwbouw van de Tweede Kamer.

Maar belangrijker was dat hij aan de wieg stond van de eerste officiële gesprekken tussen zijn partij, de Anti-Revolutionaire Partij (ARP) en de Katholieke Volkspartij (KVP) over een nauwe samenwerking. In een vraaggesprek in 1992 zei Tilanus daarover onder meer: “Op de dag van de verkiezingsuitslag in 1967 ben ik naar Aalberse, de toenmalige KVP-voorzitter gegaan. Even later bleek dat Berghuis van de ARP hetzelfde had gedaan. Reden voor de drie partijvoorzitters om eens bij elkaar te gaan zitten.” Afgesproken werd elk zes prominenten uit eigen gelederen aan te wijzen. Deze 'Groep van 18' ging op zoek naar “de grootste gemene deler”. Tilanus in hetzelfde interview: “De sfeer was plezierig. Ieder groep had een beetje zijn eigen taalgebruik, rituelen en gewoonten. Als we die niet van elkaar begrepen was er ruimte om te vragen wat daarvan de bedoeling was.”

Het was Tilanus' vaste overtuiging dat de drie partijen niet langer afzonderlijk van elkaar konden opereren en dat nauwe samenwerking en wellicht samensmelting was geboden. Uiteindelijk kwam het in 1977 zover dat KVP, AR en CHU samen gingen vergaderen. Tilanus vond dat een “mooi moment” om de politiek te verlaten.

In de jaren daarvoor had de CHU-voorman als lijsttrekker en onderhandelaar in de kabinetsformatie met lede ogen moeten toezien hoe na de val van het kabinet-Biesheuvel in 1972 AR en KVP samen met PvdA, D66 en PPR het kabinet-Den Uyl vormden. Kabinetsformateur Burger (PvdA) had de CHU buiten spel gezet. Daarover was Tilanus bijzonder vertoornd: “Burger sloot ons uit, en sleutelde vervolgens het kabinet-Den Uyl op een ontoelaatbare, ondemocratische manier in elkaar. Ik heb dat intensief beleefd en ervaren als een hoogst onbillijke zaak.”

Tilanus junior zei enige jaren geleden over zichzelf dat hij “net zo'n type politicus” was als zijn vader dr. H.W. Tilanus, die 41 jaar voor de CHU in de Tweede Kamer zat. “Een hele nuchtere politicus die zich niet zo gauw op stang liet jagen. Hij wilde niet op grond van emoties maar op basis van argumenten beslissen.” Terugkijkend antwoordde hij echter in 1990 op de vraag of politiek zijn lust en zijn leven was geweest: “Ik heb er nooit van gehouden. (-) Een politiek dier, dat zat er bij mij niet in.”