Vader en zoon Huygens vereeuwigd in duizend kilo klei

Vrijdag 13 september krijgt Nederland eindelijk een nationaal Huygensmonument. Mr W. Scholten, vice-voorzitter van de Raad van State, onthult 's middags om half zes in park 'Vreugd en Rust' te Voorburg een bronzen beeld van vader Constantijn en zoon Christiaan, vervaardigd door Hans Bayens. Eerder maakte de Amsterdamse beeldend kunstenaar beelden van Kees de Jonge, de Titaantjes en Multatuli.

Met het duo-beeld wordt vooral recht gedaan aan Christiaan, eminent wiskundige, uitvinder van het slingeruurwerk en een van de grootste wetenschappers van de zeventiende eeuw. In 1908 zou hij een monument krijgen op het Lange Voorhout in Den Haag, bij Hotel des Indes. Maar het door Cuypers ontworpen vierhoekige gedenkteken van 20 meter hoog, een gift van de Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen, viel slecht bij de burgerij. Die sprak van 'neogotische kunstdrijverij' en van een 'Waldkapelle zoals men die in katholieke streken aantreft'. De gemeenteraad weigerde het te aanvaarden, waarna Cuypers' creatie, schaal 1:3, in het Haarlemse binnentuintje van de Maatschappij der Wetenschappen werd weggestopt.

Heerst in Voorburg over het huidige beeld alom tevredenheid, het vinden van een geschikte locatie heeft de nodige voeten in de aarde gehad. Bayens: “De hele procedure heeft tweeëneenhalf jaar geduurd. Er was een comité van notabelen dat niet vol eensgezindheid was en voor mij was het soms moeilijk daar doorheen te ploegen. Ieder had zo zijn eigen megalomane ideeën over waar het beeld moest komen te staan. Bij de kerk, op een plein, in een grasveld, bij moderne bouw, en nog zo wat.”

De strijd spitste zich toe op het buiten Hofwijck, dat vader Constantijn in 1639 had laten neerzetten om de drukte van Den Haag te ontvluchten en waar een melancholieke Christiaan zijn laatste levensjaren sleet. Bayens: “Grandioos moet dat geweest zijn, met prachtige Moreau-tuinen. Tot de Nederlandse Spoorwegen er een groot viaduct bouwden en de tuin een tuintje werd. Dat huis staat er nu heel bedremmeld. Ik had grote bezwaren tegen die locatie, hij ligt niet in de loop en was er met de haren bijgesleept. Bovendien staan er al sierplastieken.”

Toen Bayens en zijn echtgenote eens in Voorburg een wandeling ondernamen, stuitten ze op het buiten 'Vreugd en Rust', waar nu een restaurant is gevestigd. Bayens: “Het is een park met sombere oude bomen en bij de ingang is een fraai hek, een schitterend decor voor mijn beeld, met prachtige zichtlijnen. Ik heb het comité direct een dringende brief geschreven om de impasse te doorbreken en die kant op te denken. Men ging akkoord, al zijn er nog steeds die mopperen.”

Het beeld krijgt een plek op het gazon van 'Vreugd en Rust', op een sokkel van 1,40 meter. Zelf is het twee meter hoog. Het stelt een zittende Christiaan voor, met in zijn hand een model van de ring van Saturnus, door hem in 1655 ontdekt. Achter Christiaan staat vader Constantijn met een dichtbundel, hand op de schouder van de zoon. Bayens: “Die twee zijn in gesprek. Het moeilijke van zo'n opdracht is niet te verzanden in modepoppen. Je moet toch twee zeventiende-eeuwse mannen uitbeelden, aan die kragen zit je vast. Eerst heb ik een schets gemaakt, toen een beeld van een meter dat ik in mijn atelier in gips heb gegoten. Het comité is wezen kijken, die vinden dat een leuk dagje uit. Daarna ben ik naar twee meter gegaan.”

Op het moment staat het beeld bij de bronsgieter. Bayens: “Er zit duizend kilo klei op, met daaronder een constructie van gelast ijzer. Die klei mag niet in elkaar zakken. Met gipsgieten ben ik een half jaar bezig geweest. Tien september is het klaar en gaat er een zeildoek omheen met een touw dat Scholten mag lostrekken. Alle bezwaren zijn intussen weggeëbd, zo gaat het altijd.”

    • Dirk van Delft