Tenen met slaapkramp in Domstad

Holland Festival Oude Muziek Utrecht. Concerten en muziektheater, gehoord 1 t/m 3/9 op diverse plaatsen in Utrecht.

De Dombeiaard speelt plechtige muziek zoals Psalm 97 (op het hele uur), Frescobaldi (kwart voor), Dowland (het halve uur) en Händel (kwart over). Maar het Festival Oude Muziek in Utrecht biedt nog veel grotere tegenstellingen: afgelopen zondagavond was er gestileerde komische Spaanse muziek bij het ensemble Al Ayre Espanol, maandagochtend La Sfera Armoniosa met ondermeer zettingen van de psalmen 70 en 118 door Heinrich Schütz en dinsdagtot diep in de nacht Offenbachs modellen voor de moderne operette.

Jacques Offenbach, componist van de Algierse cancan is minder lichtzinnig en pikant ('Wagner maakt muziek met de warmte van de mestvaalt') dan de voorspelbare teksten doen vermoeden. Met name de ensemblestukken staan dicht bij de serieuze muziek van zijn tijd en de instrumentatie is bijzonder effectief. Helaas beperkte de uitvoering van drie 'bouffes parisiens' (Un marie à la porte, Ba-ta-clan en La lec, on de chant) zich tot een rechttoe-rechtaan pianobegeleiding, op een Grand Erard (zoals het hoort).

Ook het bij vlagen amateuristische niveau bij het luchtig kwinkelerende ensemble The Lost Maples gaf iets authentieks aan het ongedwongen geheel, dat werd omlijst door een picknick aan lange tafels midden in het café-restaurant van de Winkel van Sinkel. Soms liet het personeel - evenmin geheel professioneel - iets vallen achter in de zaal terwijl het publiek reikhalzend uitzag naar weer een nieuwe gang.

De regie tekende gelukkig voor een wel degelijk onderhoudende pantomime in Ba-ta-clan - een parodie van beslist muzikaal gehalte - dat als meest dadaïstisch theaterstuk in de vorm van een chinoiserie musicale uit 1855 ook alle kansen biedt om aan een gelikte Theater van de Lach-enscenering te ontkomen. Dat lukte onmogelijk in Un marie à la porte - kromme tenen dus.

Die tenen konden ontspannen bij La sfera Armoniosa dat speelde tijdens een lunchconcert in Muziekcentrum Vredenburg. De Italiaanse invloed in het Duitsland van de zeventiende eeuw (stylus luxurians) was hier het onderwerp. Mezzosopraan Nele Grams was wel wat saai en meeslepend, maar had alle aandacht voor de devote aspecten: tenen met slaapkramp.

Overigens kon men ook ditmaal dada-elementen proeven uit teksten als Ich armer Madensack van Heinrich Albert (1604-1651), een jongere neef van Schütz. Albert was de lievelingsmuze van zijn gehele tijdperk, er circuleerden dan ook zeer veel roofdrukken van zijn muziek. Opmerkelijk was voorts het werk van Christoph Bernard, wiens tractaat over de versieringen op dit festival met vrucht geraadpleegd wordt door de diverse ensembles.

Veel beter vond ik het instrumentale aandeel. Theorbe-speler Mike Fentross, de leider van het ensemble, houdt van ongewone continuo-instrumenten als lirone en barokgitaar. Nog sterker kwam dat tot zijn recht bij zarzuela's van rond 1700 door Al Ayre Espanol, waarin Fentross eveneens musiceert. Ik vond dit het professioneelste gezelschap.

Sopraan Marta Almajano heeft weliswaar geen grote stem maar weet die uitstekend te plaatsen en haar coloraturen zijn messcherp, even ratelend virtuoos als de castagnetten die nog al eens te pas en te onpas worden toegevoegd.

Klavecinist en dirigent Eduardo Lopez Banzo heeft in de dansliederen het ensemble perfect onder controle, zonder dat dit de spotaniteit in de weg staat - alle tenen in het volle Vredenburg dansten mee.