Spervuur in enquête van Europarlement naar BSE

BRUSSEL, 4 SEPT. Op felle toon is het Europees Parlement gisteren begonnen met een speciale enquête naar de manier waarop de gekke-koeiencrisis is aangepakt door de Europese Unie en haar lidstaten.

Een negentien-koppige speciale enquêtecommissie richtte een spervuur van assertieve vragen en beschuldigingen op eurocommissaris Franz Fischler (landbouw) en de Ierse minister van landbouw Ivan Yates, die dit half jaar de Europese landbouwraad voorzit.

De Europarlementariërs wilden weten waarom niet eerder ingrijpende maatregelen zijn genomen tegen de gekke koeienziekte (BSE) en stelden dat de commissie onvoldoende openheid heeft betracht. In 1986 werd in Groot-Brittannië de eerste diagnose gesteld van de gekke koeienziekte. In maart dit jaar stelde de Europese Commissie een wereldwijd exportverbod in op Brits rundvlees, nadat Londen een mogelijk verband had gelegd tussen BSE en de voor mensen dodelijke ziekte van Creutzfeldt-Jakob.

“Jarenlang zijn ons leugens verteld”, aldus de Franse socialistische parlementariër André Laignel. De Fransman Jean-Claude Martinez wilde weten waarom commissiedocumenten over BSE via de media naar buiten komen en niet rechtstreeks aan het parlement worden voorgelegd. Deze week publiceerde het Franse dagblad Libération een aantal interne commissiedocumenten uit de afgelopen jaren, waarin wordt aanbevolen de gekke-koeienziekte zo min mogelijk te bespreken om de Europese vleesmarkt niet in elkaar te doen storten. Een woordvoerder van de Europese Commissie wilde eerder deze week niet op deze onthulling ingaan, maar zei wel: “De maatregelen die de commissie heeft genomen spreken voor zich.” “De commissie heeft zich nooit aan haar verantwoordelijkheid onttrokken”, stelde gisteren ook landbouwcommissaris Fischler. Volgens de Eurocommissaris heeft de Commissie op grond van de destijds beschikbare informatie steeds de juiste besluiten genomen. “Ze heeft altijd maatregelen voorgesteld, gebaseerd op wetenschappelijke aanbevelingen en ze belegde zelf vergaderingen over en stelde onderzoek in naar BSE.”

Ook de Ierse landbouwminister Yates betoogde dat sinds de diagnose van BSE tien jaar geleden werd gesteld, telkens is gehandeld op basis van de beschikbare wetenschappelijke gegevens van de best gekwalificeerde Europese deskundigen. Hij noemde het gemakkelijk om jaren later, nu er veel meer wetenschappelijke kennis is over de gekke koeienziekte, conclusies te trekken die acht jaar geleden niet konden worden getrokken. Yates lanceerde een tegenaanval op de europarlementariërs door te stellen dat zij al veroordeeld hebben, voordat de speciale enquêtecommissie goed en wel van start is gegaan. “Bepaalde parlementariërs willen veroordelen en de commissie op de beklaagdenbank zetten, zonder dat ze hebben geluisterd”, aldus Yates.

Het Europees Parlement besloot op 18 juli een tijdelijke enquêtecommissie op te richten, die een openbaar onderzoek moet uitvoeren naar de wijze waarop de gekke-koeiencrisis is aangepakt. Dit besluit werd genomen vlak nadat er in de Franse pers een intern commissiedocument uit 1990 werd bekend gemaakt, dat de vraag deed rijzen of de belangen van de Europese vleesmarkt niet zijn gesteld boven de gezondheid van de consument.

Deze week schreef Libération dat die notitie niet alleen stond, maar onderdeel uitmaakte van een doelbewust beleid de gevaren van de gekke-koeienziekte te bagatelliseren om de rundvleesmarkt niet in gevaar te brengen. De Nederlandse afgevaardigde in het permanent veterinair comité, Stan van der Meijs, stelt echter dat er de laatste jaren in de Europese Unie over BSE “zeker niet een houding is van flauwekul, daar hebben we het niet over”.

Met de gisteren geïnstalleerde enquêtecommissie maakt het Europees Parlement voor de tweede keer gebruik van zijn met het Verdrag van Maastricht (1991) verworven recht enquêtecommissies te benoemen. De eerste, zeventien-koppige commissie werd begin dit jaar belast met het onderzoek naar fraude in het Europese transit-systeem. De enquêtecommissie naar de wijze waarop de gekke koeiencrisis is aangepakt, moet na een tiental bijeenkomsten uiterlijk 17 november verslag uitbrengen.

De hoorzittingen van de enquêtecommissie zijn openbaar, tenzij een kwart van de leden of de opgeroepen getuigen een besloten vergadering eisen. De parlementariërs kunnen ambtenaren, politici en wetenschappers horen. Wie zij als getuige zullen oproepen, moet nog worden vastgesteld. De Belgische socialist José Happart opperde gisteren onder andere voormalig commissievoorzitter Jacques Delors en ex-landbouwcommissaris Ray McSharry “uit te nodigen of zelfs te dagen”. De parlementariërs kunnen ook documenten opvragen. De Europese Commissie heeft al in juli haar steun toegezegd aan het onderzoek de parlementariërs. “De commissie zal op alle vragen antwoorden en alle gevraagde documenten ter beschikking stellen”, herhaalde deze week een commissiewoordvoerder. “De commissie heeft niets te verbergen.”

Ook landbouwminister Yates zei gisteren toe dat hij met een positief advies van zijn kant het verzoek zal overbrengen aan de raad van ministers om notulen van vergaderingen over BSE aan de parlementariërs voor te leggen. Dit is opmerkelijk, omdat de Europese raad in principe weigert notulen van haar vergaderingen openbaar te maken. Aan het eind van haar werkzaamheden kan de enquêtecommissie van het Europees Parlement aanbevelingen doen over de openheid in de strijd tegen BSE, over de controle op het exportverbod en over de maatregelen om de volksgezondheid te beschermen en de vleesmarkt te steunen. De aanbevelingen moeten worden goedgekeurd door het voltallige parlement. “Alleen als we compleet kunnen doorlichten wat er is gebeurd, zal het vertrouwen in de Europese instituties worden hersteld”, aldus de gisteren gekozen voorzitter van de commissie, de Duitse parlementariër Reimer Böge. “We moeten de publieke opinie duidelijk maken dat het Europees Parlement met meer controlerechten de belangen van de burger beter kan behartigen.”