Simonis houdt Van Dis op afstand

Krijgen we na Gerard Reve wéér een belangrijke schrijver die toetreedt tot de katholieke kerk? Afgaand op wat Adriaan van Dis gisteravond in NCRV's Levenslied tegen kardinaal Simonis zei, zou je het bijna mogen veronderstellen.

Na enige aarzeling (“U hoeft geen antwoord te geven”) vroeg Simonis het hem recht op de man af: “Overweegt u wel eens om katholiek te worden?”

“Ja...” zei Van Dis, “dat is het pijnlijke, als ik het in mijn vriendenkring zeg, royeren ze me bijna. En ik heb het niet op een Reviaanse manier (...) Ik wil wel een zekere autoriteit aanvaarden, maar niet een paus die onfeilbaar is. Ik zou me wel thuis kunnen voelen in een culturele gemeenschap die zegt: we willen het met elkaar goed doen, en daarvoor hebben we afspraken gemaakt, en daarin voelen we ons thuis.”

De kardinaal schrok zich een mijtertje. Lieve God, hoorde je hem denken, alsof we aan Reve al niet onze handen vol hebben. En was die Vonne van der Meer laatst ook al niet katholiek geworden? Een vrouw nota bene!

En dus posteerde de kardinaal zich in zijn volle omvang op de drempel van de katholieke kerk en zei: “Goeie meneer Van Dis, lees de vier evangeliën nou eens ontzettend serieus, en blijf ze lezen, en dan zou ik weer eens graag met u een gesprek hebben, en dan denk ik dat u dat geloof van de katholieke kerk op een andere manier leert verstaan dan u het tot nog toe naar voren brengt.”

“U bent minder radicaal dan ik dacht”, zei Van Dis aan het einde van het gesprek. Hij zou nog eens aandachtig de tekst van het gesprek moeten nalezen. Dan zou hij merken hoeveel scepsis Simonis achter zijn vriendelijke glimlach verborg. Daarmee kapte hij in feite elke poging tot een toenadering af.

Van Dis vertelde in het begin hoe mooi hij de gezangen en de mis vond: “Ik denk: nog één glas en ze halen me ook binnen.” Simonis, argwanend: “Is dat vooral vanuit esthetisch oogpunt? Ik word katholiek, want het is zo mooi, dat is te weinig.”

“Zou ik toegang tot uw kerk kunnen krijgen met deze opvattingen?” vroeg Van Dis op zeker moment.

“U bent een heel eind op weg”, zei Simonis terwijl hij aan zijn schouderholster voelde. Even later floten Van Dis de kogels om het hoofd.

“Aanvaardt u een leergezag?”

“Als je lid bent van een vereniging, moet je je aan de statuten houden”, beloofde Van Dis manhaftig.

De kardinaal begon scherper te mikken. “Die Kerk van ons heeft een heel duidelijke geloofsbelijdenis: de verrijzenis van Christus. Gelooft u dit fundament? Ten tweede! De leer van de Kerk over de seksuele moraal, u weet hoe daar tegenaan wordt geschopt...”

“Ik begrijp niet waarom de mensen het zo moeilijk hebben met het celibaat van priesters”, suste Van Dis.

Het zal hem allemaal niet baten. Ook al bidt Van Dis elke dag tien rozenkransen, gaat hij elke avond naar het lof (kan dat nog?) en onderneemt hij jaarlijks een pelgrimstocht naar oud-bisschop Gijsen op IJsland, kardinaal Simonis zal onvermurwbaar blijven. Adriaan komt er niet in.

    • Frits Abrahams