Onschuld verloren in nat Arcadië

Waterland. Regie: Stephen Gyllenhaal. Met: Jeremy Irons, Sinéad Cusack, Ethan Hawke, Lena Heady, Grant Warnock, David Morrissey.

In: Utrecht, Movies; Groningen, Concerthuis.

Slechte rollen speelt Jeremy Irons niet. Sinds hij in 1981 voor de camera debuteerde in Brideshead Revisited, heeft hij even overtuigend gestalte gegeven aan sullige highbrowhelden (Kafka, Un amour de Swann) als aan psychopathische griezels (Die Hard with a Vengeance). Ook in Waterland, een film op basis van Graham Swifts gelijknamige roman, is Irons op zijn plaats. Met zijn licht-krakende stem, zijn zorgvuldige Engelse articulatie en zijn ingehouden spel laat hij zien dat een mislukte literatuurverfilming nog net het aanzien waard kan zijn als een goed acteur de hoofdrol speelt.

In Waterland, een van de klassieken uit de moderne Engelse literatuur, probeert een geschiedenisleraar op leeftijd zijn Amerikaanse scholieren bij zijn vak te betrekken door ze zijn levensverhaal te vertellen. Zijn jeugd in de 'Fens', de gedraineerde moerasgebieden in het oosten van Engeland, blijkt te zijn beheerst door een moordzaak waarvan de wortels in zijn familiegeschiedenis liggen en die dertig jaar later nog steeds repercussies op zijn leven heeft.

De verknooptheid van seks en dood die de roman van Swift kenmerkt, is in de verfilming - door de Amerikaanse televisieregisseur Stephen Gyllenhaal - goed bewaard gebleven, net als het verlies van onschuld van een groepje plattelandskinderen in een waterig Arcadië. Maar wat de scenarioschrijver (Peter Prince) nooit had moeten doen was het handhaven van de literaire verteller. De telkens terugkerende monologen van de met confessies strooiende leraar maken de film statisch en geven de scènes in het klaslokaal iets ongeloofwaardigs. Het is alleen aan de geïnspireerde melancholie van Jeremy Irons te danken dat je je niet verschrikkelijk gaat ergeren aan zijn lessen in Living History. En zo werd deze onbeholpen Waterland-bewerking toch nog een heel klein beetje 'Fenland Revisited'.