Olivetti-baas wilde Italiaanse familiebedrijven blootstellen aan de markt; De Benedetti dupe van eigen ideeën

ROME, 4 SEPT. Met het gedwongen vertrek van Carlo De Benedetti komt er een einde aan een fabel die achttien jaar heeft geduurd. In zijn achttien jaar aan de top van Olivetti heeft De Benedetti zich niet alleen faam verworven als een geniaal manager en een financiële tovenaar. Hij is ook een van de modernste ondernemers van Italië, iemand die het beschermde systeem van familiebedrijven wil blootstellen aan de krachten van de markt.

In dat opzicht is De Benedetti het slachtoffer geworden van zijn eigen ideeën. Hij moest weg omdat hij niet meer het vertrouwen had van andere aandeelhouders. De Benedetti is gedwongen de consequentie te trekken van zijn uitspraak van begin dit jaar, dat hij zou opstappen als Olivetti dit jaar niet uit de rode cijfers zou komen. Nog nooit eerder is zo'n belangrijke ondernemer op een dergelijke manier de laan uit gestuurd in Italië.

De Benedetti heeft verloren in de opstand van leerling tegen meester. Vijf jaar geleden haalde hij Francesco Caio binnen, op advies van een koppenjagersbureau, om de nieuwe telecommunicatiepoot op te zetten. Caio, nu 39 jaar, deed dat met veel succes en kreeg twee maanden geleden de uitvoerende macht over heel de Olivetti-groep. Maar hij kwam al snel in aanvaring met De Benedetti omdat hij een groot deel van de oude garde in de top van het bedrijf opzij wilde zetten.

Caio heeft voor elkaar gekregen wat De Benedetti twintig jaar geleden niet lukte. Toen was De Benedetti, geboren in een gezin van joodse ondernemers in Turijn, het wonderkind. Hij werd managing director van Fiat, in een leidend trio van drie. Maar na honderd dagen ging De Benedetti met slaande ruzie weg, omdat zijn voorstellen voor een radicale schoonmaak binnen de top van het bedrijf werden afgewezen.

Van wonderkind is De Benedetti nu de sta-in-de-weg geworden. De afgelopen jaren zijn er onder zijn regie zoveel herstructureringsplannen doorgevoerd dat ze nauwelijks geloofwaardig meer waren. In een groots opgezette roadshow wist een sprankelende De Benedetti investeerders te bewegen tot een kapitaalinjectie van 2,2 biljoen lire, ongeveer 2,5 miljard gulden. Maar met het verlies van vorig jaar van 1,6 biljoen lire en de 440 miljard van het eerste halfjaar is dat geld al bijna weer op. Voor een nieuwe transformatie van Olivetti is iemand anders nodig.

De kritiek van de afgelopen jaren laat onverlet de lof voor de manier waarop De Benedetti als ondernemer is begonnen. In 1978 nam hij voor een prikje Olivetti over, dat toen een noodlijdende fabrikant van kantoormachines was. Onder regie van De Benedetti werd Olivetti een aanvankelijk zeer succesvolle producent van computers. Hijzelf werd de lieveling van de ingeslapen Milanese beurs.

De Benedetti slaagde er op de beurs in om met een betrekkelijk klein kapitaal een grote controle te houden over zijn groep. Ook al zagen zijn financiële constructies er soms wat vreemd uit, hij bleef altijd wel geld vinden omdat hij royaal was met dividenden. Op een vraag waar de stapel van elkaar controlerende houdstermaatschappijen voor diende die De Benedetti had opgezet, antwoordde een Milanese beurshandelaar indertijd: “Ze dienen om de liefde te bedrijven met De Benedetti.” De kapitaalverschaffers stonden te dringen.

Na de glorietijd in het midden van de jaren tachtig kwamen de eerste klappen. De mislukte overname van de Société Générale de Belgique, waarbij De Benedetti het verzet had onderschat, vormde de eerste smet op zijn imago. Daarna volgde in eigen land, een gevoelige nederlaag tegen aartsrivaal Silvio Berlusconi, die hem de controle over de uitgeverij Mondadori wist te ontfutselen. In de jaren negentig kwamen daar de aanhoudende verliezen van Olivetti en de problemen met de justitie bij.

Met name zijn rol in het frauduleuze bankroet van de Banco Ambrosiano, het grootste financiële schandaal na de oorlog, is nog een vraagteken. De Benedetti is hiervoor in eerste graad en in hoger beroep veroordeeld. De zaak moet nog in cassatie worden behandeld. De Banco Ambrosiano ging in de zomer van 1982 failliet toen het frauduleuze netwerk van bankpresident Roberto Calvi instortte. De Benedetti was in 1981 65 dagen vice-president van de bank geweest, maar hij was eruit gestapt en had in januari 1982 zijn belang van twee procent verkocht met steun van de bank. Volgens de rechters heeft hij daarmee bijgedragen aan het bankroet.

De Benedetti claimt dat hij er geen lire mee heeft gewonnen en dat het de Banco Ambrosiano geen lire heeft gekost. Maar hij voelde zich wel zodanig onder druk staan toen het vonnis in juni in hoger beroep werd bevestigd, dat hij de dag daarop zijn bestuursfuncties binnen de werkgeversorganisatie Confindustria neerlegde.

Critici zagen daarin een bewijs voor hun stelling dat De Benedetti zijn belangstelling voor het dagelijkse werk als manager was verloren en zich wilde concentreren op grote nationale internationale thema's, iets wat hij overigens met evident plezier en veel gezag doet. De Benedetti heeft er nooit een geheim van gemaakt dat hij weinig opheeft met het traditionele familiekapitalisme waarvan de Italiaanse economie is doordrenkt. Zijn persoonlijke aanvaringen met toonaangevende figuren en zijn dialoog met links maakten hem binnen de salotto buono, de binnenkamers waarin de belangrijke besluiten worden genomen, een vreemde eend in de bijt.

Of Olivetti nu helemaal ophoudt een familiebedrijf te zijn, is nog onduidelijk. De Benedetti houdt zijn belang van vijftien procent. Bovendien heeft de raad van bestuur gisteren naast managing director Caio een nieuw orgaan gecreëerd, het Uitvoerend Comité. Dat moet toezicht houden op het beleid en de investeringen. Hierin zitten behalve Caio en de nieuwe president Tesone twee vertrouwelingen van De Benedetti: zijn zoon Rodolfo en zijn financiële adviseur Franco Girard.

De Benedetti heeft steeds gezegd dat de ijzeren wetten van de markt moeten gelden. Alleen de cijfers tellen, de cijfers van winst en verlies, de verdeling van de aandelen, niet de akkoorden binnenskamers waarmee bijvoorbeeld de machtige handelsbank Mediobanca zoveel ondernemers heeft beschermd. Hij is nu gedwongen de consequentie van die opvatting te trekken. Daarmee is zijn vertrek niet alleen een nederlaag, maar ook een beetje een overwinning.

    • Marc Leijendekker