'Laat hoger onderwijs collegegeld vaststellen'

AMSTERDAM, 4 SEPT. Elke hogeschool en universiteit moet zelf de hoogte van het collegegeld kunnen vaststellen. Bovendien moet dat bedrag per studie kunnen verschillen, al naar gelang de duur en de kwaliteit van de opleiding.

Dit zei de voorzitter van de vereniging van universiteiten VSNU, prof. R.M.H. Meijerink, vanmiddag bij de aanvang van de lessen aan de Hogeschool van Amsterdam. “Het wordt tijd dat instellingen zich met verschil in collegegeld kunnen manifesteren ten opzichte van hun klanten”, aldus Meijerink.

“De prijs is heel gewichtig nu het aantal studenten terugloopt en minister Ritzen van Onderwijs meer marktwerking heeft geïntroduceerd door ruimte te scheppen voor variatie in kwaliteit en lengte van studies.” Angst voor verdere afname van het aantal studenten door collegegeldverhogingen acht hij ongegrond. “De concurrentie is groot. Dan doet de markt zijn werk.”

Nu betaalt het leeuwendeel van de studenten in het hoger onderwijs nog een landelijk vastgesteld bedrag aan collegegeld, dit studiejaar 2.400 gulden. Alleen studenten zonder studiebeurs betalen afwijkende bedragen, die per universiteit of hogeschool kunnen verschillen.

Verschil tussen collegegelden zorgt voor een “evenwichtiger relatie” tussen instelling en student, vindt Meijerink. Het geeft studenten de mogelijkheid behalve de kwaliteit “ook de prijs mee te wegen bij de studiekeuze”. Voorwaarde is wel dat met studiefinanciering hoge collegegelden voor kinderen met laagbetaalde ouders worden gecompenseerd. “Op die manier voorkom je dat de duurste studies worden bevolkt door studenten uit de upper class.”

Ander voordeel van zijn plan, benadrukte Meijerink, is dat de overheid een instrument in handen krijgt om de studiekeuze te beïnvloeden, “hoognodig” in een tijd van een tekort aan bijvoorbeeld informatici. De VSNU-voorzitter: “Zij kan voor die studenten een premie betalen op voorwaarde dat de instellingen het collegegeld verlagen. De studie wordt dan goedkoper en dus aantrekkelijker voor studenten.”

De vereniging van hogescholen is fel gekant tegen Meijerinks plan van 'vrije collegegelden'. “Wij hebben het afgewezen ter bescherming van de kwaliteit en toegankelijkheid”, beklemtoonde de voorzitter van de HBO-Raad, A. van der Hek, vanmiddag bij de opening van het studiejaar aan de Hanzehogeschool Groningen. We moeten oppassen dat we niet afbreken wat we al hebben, waarschuwden de collegevoorzitters in Utrecht en Nijmegen. Anders dan universiteiten hebben hogescholen te duchten van commerciële opleidingen die zijn erkend door minister Ritzen. Als hogescholen in de toekomst nieuwe opleidingen aanvragen, wordt dat beoordeeld in het licht van het particuliere aanbod. “Dit leidt tot een woestijnlandschap in het publieke hoger onderwijs”, aldus O. Brouwer, voorzitter van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen.