Kruisraketten onderdeel psychologische oorlog

Het salvo kruisraketten dat gisteren insloeg in radar-installaties, luchtafweerbatterijen en commandocentrales in het zuiden van Irak was het Amerikaanse antwoord op een Iraaks “clear and present danger”, een duidelijk en direct gevaar voor de staatsveiligheid van de Verenigde Staten.

De term, die deze keer door de Amerikaanse minister van defensie, William Perry, werd gebruikt, wordt doorgaans gebezigd om Amerikaans militair ingrijpen in het buitenland zonder een directe oorlogverklaring politiek mogelijk te maken. De vraag of deze term van toepassing is op het Iraakse offensief in Noord-Irak is niet de enige die bij de Amerikaanse actie kan worden gesteld.

Waarom bijvoorbeeld moeten radarinstallaties in het zuiden worden vernietigd wanneer Iraakse troepen in het noorden van Irak tegen Koerdische groeperingen optrekken? En waarom moet de Iraakse luchtmacht in nog eens tienduizenden km zuidelijk luchtruim worden geweerd, als Saddams luchtmacht toch al een zieltogend bestaan leidt en zo nodig in mum van tijd volledig van de kaart kan worden geveegd?

Eén ding staat vast: de Iraakse strijdkrachten zijn niet meer wat ze voor de Golfoorlog waren. De modernste vliegtuigen van de Al Quwwat al Jawwiya namen al in de Golfoorlog de wijk naar Iran en of dit nu een massale desertie was of een list van president Saddam Hussein doet niet terzake: Iran heeft de meer dan honderd moderne MiG's en Soechois ingelijfd en die komen niet meer terug. Van de resterende helikopters en kleinere aanvalsvliegtuigen, die vlak na de Iraakse overgave in maart 1991 de shi'itische rebellie tegen het centrale gezag in Bagdad onderdrukten, zijn al vijf jaar nauwelijks meer in het Iraakse luchtruim actief. En dat geldt niet alleen voor de vliegbewegingen in de No-fly zones - vergelijk dit met het drukke illegale vliegverkeer in de Bosnische No-fly zones - maar ook voor die rond Bagdad, waar wel mag worden gevlogen. Het Iraakse leger beschikt nog steeds over duizenden tanks en pantservoertuigen, maar hiervan mag eveneens worden betwijfeld of deze allemaal inzetbaar zijn. De acties in Noord-Irak tegen Koerdische strijdgroepen spreken dit niet tegen: het is vooral licht bewapende Iraakse infanterie geweest die de Koerden te hulp kwam. Het uitbreiden van de No-fly zone in Koerdisch gebied ten noorden van de 36ste breedtegraad was op het eerste gezicht een logischer stap geweest. Maar waarschijnlijk vonden de VS dat de situatie op de grond te onoverzichtelijk is en dat het weinig zou uithalen om boven de politieke chaos te patrouilleren. De ene Koerdische groepering heeft de steun van Iran, de ander werkt tegenwoordig samen met het gezag in Bagdad en Turkije is toch al niet bijzonder geporteerd van de aanwezigheid van de Amerikaanse gevechtsvliegtuigen die vanaf de basis bij Incirlik in het Noordiraakse luchtruim patrouilleren.

Als motief voor de uitbreiding van de No-fly zone in het zuiden van Irak gaf de Amerikaanse luchtmachtgeneraal Joe Ralston dat Irak een directe bedreiging vormt voor Saoedi-Arabië en de shi'ieten in de zuidelijke moerassen. Door het optrekken van de zuidelijke No-fly zone wordt de Iraakse strijdkrachten toegang tot belangrijke trainingsgronden ontzegd. “Ze oefenen daar de coördinatie tussen leger- en luchtmachteenheden en er liggen in het toegevoegde gebied belangrijke militaire installaties. De troepenbewegingen van het Iraakse leger kunnen we nu beter in de gaten houden”, aldus Ralston.

Deze argumentatie is in ieder geval deels aanvechtbaar. De Iraakse strijdkrachten zijn te zwak om naar de Golfstaten door te stoten en van vijandelijkheden tegen de shi'ieten is al lange tijd geen sprake. Captain Larry Baucom van het in de Golf gestationeerde Amerikaanse vliegdekschip USS Carl Vinson zei gisteren nog dat er “al maandenlang geen ongewone activiteiten” meer te zien zijn geweest in het gebied waar shi'itische rebellen leven.

Het uitbreiden van de zuidelijke No-fly zone lijkt niet zozeer een passief defensief oogmerk te hebben; eerder is het een meer offensieve zet in de psycholochische oorlogvoering tegen Bagdad. Saddam Hussein zal het immers op zijn minst niet leuk vinden dat toestellen met vijandige bedoelingen tot boven de zuidelijke buitenwijken van Bagdad kunnen cirkelen; wanneer zijn troepen in het noorden in het offensief gaan zal hij toch zijn rugdekking in de gaten moeten houden. De extra controle door de Amerikaanse gevechtsvliegtuigen die hiermee is mogelijk gemaakt, ontzeggen Saddam Hussein daarnaast de mogelijkheid om zijn resterende strijdkrachten onopgemerkt in het zuiden van Irak te hergroeperen; iets dat in 1994 en 1995 nog gebeurde en toen leidde tot een snelle - en dure - aanvoer van Amerikaanse versterkingen naar de Golfregio.

Het naleven van het vliegverbod voor de Iraakse toestellen moet ook worden gecontroleerd en dit brengt met zich mee dat gevechtsvliegtuigen van de anti-Iraakse coalitie vanaf hun Saoedische en Turkse uitvalsbases en vanaf vliegdekschepen in de Golf ongehinderd hun baantjes moeten kunnen trekken. Ze kunnen dat sinds de aanvallen met kruisraketten van gisteren en vandaag ongestoord doen door de vernietiging van de radarinstallaties en luchtafweerbatterijen in het toegevoegde patrouillegebied tussen de 32ste en de 33ste breedtegraad die een eventueel gevaar zouden vormen. Als de Tomahawks vanochtend wèl hun werk goed hebben gedaan, tenminste.

    • Menno Steketee