'In elk geval niet méér rokers bij prijsverhoging'

Het aantal rokende jongeren onder achttien jaar is de laatste jaren gestegen. Het kabinet heeft maatregelen aangekondigd om het roken te ontmoedigen. De accijnzen op tabak gaan volgend jaar met vijftig cent omhoog, tabaksreclame gericht op jongeren moet volledig worden uitgebannen en het instellen van een leeftijdsgrens wordt overwogen. Donderdag debateert de Tweede Kamer over de tabaksnota. “De nota is een stap in de goede richting, maar hiermee zijn we er nog niet”, vindt de Stichting Volksgezondheid en Roken. “Het kabinet heeft het vertrouwen van de industrie geschonden”, zegt de tabaksindustrie.

De Stichting Volksgezondheid en Roken (Stivoro) heeft maar één missie: Het aantal rokers moet omlaag. Elke maatregel die daartoe bijdraagt is 'een stap in de goede richting'.

“Vijftig cent accijnsverhoging is wel wat aan de lage kant. We hadden liever gezien dat het kabinet in plaats van een 'hoge tree' een 'blokkade' had voorgesteld . Dan moet je denken aan een gulden omhoog. Ik heb echter begrepen dat de industrie er nu zelf ook wat dubbeltjes bij doet. Nou prima, dan komen we in de richting”, zegt B.A.I.M. de Blij, directeur van Stivoro.

Van de Nederlandse bevolking van vijftien jaar en ouder rookt 35 procent. Jaarlijks sterven er volgens cijfers van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) bijna dertigduizend mensen in Nederland ten gevolge van roken. Ieder jaar komen er echter voldoende (vooral jeugdige) rokers bij om het aantal rokers stabiel te houden of zelfs iets te laten stijgen. “Wanneer de prijzen van sigaretten tien procent omhoog gaan zal ongeveer zes procent van de jongeren stoppen met roken. Of beter gezegd, niet beginnen. Het verhogen van de accijnzen is daar een middel voor. In elk geval zullen er niet méér mensen gaan roken als het duurder wordt”, aldus De Blij.

In het kantoor van Stivoro in Den Haag liggen stapels folders met informatie over wat de stichting 'de grootste vermijdbare doodsoorzaak' noemt. “Het is toch verschrikkelijk als kinderen van twaalf jaar zo uit het hoofd tien sigarettenmerken op kunnen noemen. De reclame op straat is voor hen te zien. Dat moet worden teruggebracht”, meent De Blij.

Dat de industrie zich in een reclamecode een systeem van zelfregulering heeft opgelegd kan De Blij niet tevreden stellen. “Nee, reclamemakers in de tabakswereld zijn hele knappe koppen, die zoeken altijd wel weer een slim sluipweggetje of een gaatje. Ze richten zich bijvoorbeeld nu op direct mail. Jongeren kunnen dan met Marlboro Amerika ontdekken of kijken naar de Camel Trophy. Het liefst zou de industrie de mensen op de dag dat ze achttien worden meteen willen inschrijven op hun mailinglist”, meent De Blij.

De reclame moet volgens Stivoro zich beperken tot de verkooppunten van tabakswaren, al het overige moet verdwijnen. “Ja, leuk, zo'n zelfreguleringsplan, maar daar staat geen enkele handtekening van een minister onder. Dat is er alleen maar om wettelijke richtlijnen te voorkomen. Nu is echter een gedeelte van de Tweede-Kamerleden van mening dat de industrie toch de hand licht met de regels”, zegt De Blij.

Dat de industrie nu voorlopig afziet van een Platform dat zich richt op preventieve voorlichting in de richting van jongeren vindt De Blij geen ramp. “Nee, dat is net zoals PvdA'er Oudkerk zegt: 'het lijkt op een slager die zijn klanten probeert over te halen vegetariër te worden'. Wat voor slogans moet zo'n platform verzinnen? Roken doe je pas als je achttien bent, of zo?”

De tabaksindustrie moet maar eens echt laten zien dat het haar menens is dat campagnes niet meer op jongeren worden gericht, vindt Stivoro. “Ze moeten de pakjes van vijf en tien sigaretten uit de handel nemen. Dat is nou echt een produkt dat bijna alleen door jongeren wordt gekocht”, meent De Blij. De goede voornemens van de industrie worden voorlopig in de ijskast gezet, omdat door de accijnsverhoging wordt gevreesd voor een forse illegale handel. “Zoals met alles”, zegt De Blij, “zal er altijd wel illegale handel zijn. Maar mensen gaan echt geen honderden kilometers rijden voor een pakje sigaretten.”