'Het kan me niet schelen wie in Arbil aan de macht is'

ARBIL, 4 SEPT. Zegevierende guerrillastrijders van de Koerdische Democratische Partij (KDP) patrouilleren in de straten van de stad Arbil, die zaterdag door het Iraakse leger op de Patriottische Unie van Koerdistan (PUK) werd veroverd. Tien Iraakse soldaten bewaakten gisteren nog het gebouw van het Koerdische parlement, maar vandaag waren geen Iraakse miltiairen of tanks in en rond de stad te zien. Veel winkels bleven nog dicht, maar burgers konden bij stalletjes terecht voor levensmiddelen.

Vanuit het zuiden klonk gisteren het gedreun van zware artillerie. Colonnes vrachtwagens vol KDP-strijders reden zuidwaarts, waarheen de strijd zich sinds zaterdag heeft verplaatst. “Vanavond vallen we Sulaymaniya aan, zo God het wil”, riep een KDP-guerrillastrijder. Sulaymaniya is nog steeds in handen van de PUK, waarmee de KDP sinds enkele jaren in een van tijd tot tijd bloedig oplaaiende machtsstrijd is gewikkeld.

Bronnen bij het Hoge Commissariaat voor Vluchtelingen van de VN maakten melding van spanningen in het gebied van Qushtepa en Debacka, respectievelijk 30 en 50 kilometer ten zuiden van Arbil. Qushtepa is in handen van de KDP, Debacka van de PUK. Volgens de PUK heeft het Iraakse leger gisteren ook posities van de partij in Bistana, 30 kilometer ten zuidoosten van Arbil, bestookt. Ook Kifri en Shamshamal, eveneens PUK-bolwerken, zouden door de Irakezen worden gebombardeerd. De Iraakse autoriteiten wijzen dergelijke beschuldigingen verontwaardigd van de hand.

Arbil zat gisteren nog steeds zonder stroom en water. Volgens een KDP-man is een hydro-elektrische installatie door artillerievuur beschadigd. Anderen zeiden dat de PUK de installatie in haar macht heeft, en de stroom heeft afgesneden. Op het eerste gezicht was de schade van de Iraakse aanval beperkt gebleven tot gebouwen van de PUK. Inwoners zeiden dat er weinig burgers waren omgekomen. “Ze vechten tegen elkaar”, zei de 60-jarige Dawud Abdullah. “Er waren gevechten in de straten, maar als je binnen bleef, bleef je ongedeerd.” In de grootste twee ziekenhuizen van Arbil, een stad van 80.000 inwoners, was het niet druk. De KDP zegt dat aan haar zijde 70 doden zijn gevallen.

Burgers zeiden dat hun nieuwe, door Irak gesteunde meesters hen goed behandelden. “Het kan me niet schelen wie er aan de macht is. Ze zijn allemaal hetzelfde. Ik wil alleen maar werken en mijn twee dochters te eten geven”, zei Abdullah, een technicus die al drie jaar werkloos is. “Ook al komt Saddam hier regeren, dan nog interesseert het me nog niets.”

Zijn overschilligheid weerspiegelde de stemming onder de inwoners van Arbil, die al jaren in het kruisvuur tussen de rivaliserende Koerdische partijen leven. “Ik ben altijd bang wanneer er weer wordt gevochten”, zei de bejaarde Rabia Musa Kadir. “Maar wat kan ik doen? De een komt, de ander gaat, en zo gaat het door.”

Volgens een zegsman van een humanitaire organisatie in Dohuk, in het noorden van het Koerdische gebied, heeft het geregelde Iraakse leger inderdaad Arbil verlaten, maar wemelt het er nog van Iraakse agenten, soms gekleed in Koerdische dracht. Hij zei dat de Irakezen ongeveer honderderd mensen hebben opgepakt, met name uit oppositiegroepen zoals de Turkmenen en de communisten. De PUK spreekt van honderden arrestaties, waarbij KDP'ers als gids zouden hebben gediend voor de Iraakse autoriteiten.

KDP-leider Barzani rechtvaardigde gisteren op een persconferentie in zijn hoofddkwartier in Salahuddin zijn verbond met Saddam Hussein. Hij zei dat zijn partij de buik vol had van de Amerikaanse beloften de Koerdische autonomie in Noord-Irak te bevorderen. “Jarenlang hebben de Amerikanen met ons gespeeld, en zijn ze in feite toeschouwers gebleven”, zei hij. “Ik ben niet bang voor de kruisraketten.”

Jonge strijders van zijn KDP verwierpen de kritiek op Barzani's verbond met Saddam. “Iedereen houdt van Barzani. Hij is een goede man, en hij wil niet vechten. Maar alle KDP-peshmerga's (strijders) zijn bereid te sterven om Arbil te verdedigen”, zei de 15-jarige Amir Salla. (Reuter, AP, AFP)