Halen FNV en Johan Stekelenburg het jaar 2000?

DEN HAAG, 4 SEPT. Met een feestelijke bijeenkomst in de Zuiveringshal van de Westergasfabriek in Amsterdam viert de grootste vakcentrale van Nederland (1,2 miljoen leden), de FNV, vandaag haar 20ste verjaardag. Tevens wordt het 90-jarige bestaan van de moderne vakbeweging gevierd. Johan Stekelenburg was de afgelopen acht jaar het gezicht van de FNV. Hij wordt wel de 'Bill Clinton' van de FNV genoemd, omdat hij er goed uit ziet, sociaal is en populair.

Stekelenburg heeft beroemde voorgangers. Zo kwam de eerste moderne vakcentrale, het NVV, in 1906 tot stand op initiatief van Henri Polak, een begenadigd journalist en mede-oprichter en voorzitter van de SDAP (voorloper van de PvdA). Het NVV fuseerde in 1976 met het NKV tot FNV. Eerste voorzitter: Wim Kok, de huidige minister-president. Is Stekelenburg de laatste voorzitter van de FNV? De vraag werd een paar maanden geleden nog door niemand gesteld, maar is nu ineens actueel geworden.

Met de plannen van enkele belangrijke FNV-bonden om een mammoetbond te vormen van een half miljoen leden rijst de vraag of de vakcentrale FNV en haar voorzitter in de nabije toekomst nog wel een functie hebben. Voorzitter Roel de Vries van de Bouw- en Houtbond FNV heeft daarover zo zijn twijfels. Stekelenburg zelf niet. De FNV-voorzitter, gedecideerd: “De vakcentrale blijft nodig voor de afstemming en coördinatie van beleid. Al is het maar om te voorkomen dat de overheidssector en de marktsector elkaar bevechten”.

Gisteravond werd er op initiatief van Stekelenburg bij de Bouw- en Houtbond in Woerden vergaderd over plannen van de Diensten-, Industrie-, Vervoers- en Voedingsbond om zichzelf op te heffen en op te gaan in een nieuwe bond met een half miljoen leden. Behalve Stekelenburg en de voorzitters van de vier bonden was De Vries van de Bouw- en Houtbond aanwezig. Hij gaf vorige week te kennen ook aan te willen schuiven. De andere bonden hebben zijn huwelijksaanzoek gisteren officieel afgewezen. Er komt per 1 januari 1998 een fusie van vier en niet van vijf bonden. “De andere bonden vinden dat de schaal wel erg groot wordt met de Bouw- en Houtbond erbij”, zegt Stekelenburg. “Zij zijn bang dat het fusieproces dan meer tijd in beslag neemt en tot ingewikkelde discussies leidt over inrichting van de nieuwe bond”.

Zelf heeft Stekelenburg zich naar eigen zeggen “neutraal” opgesteld. “Voor de vakcentrale maakt het niet veel verschil of vier, dan wel vijf bonden fuseren. Er blijven nog genoeg andere bonden over die niet aan de fusie meedoen en toch vertegenwoordigd moeten worden.” Stekelenburg beschouwt de op handen zijnde fusie als een stap in de richting van verdere schaalvergroting. “In de publieke sector zal ook een zekere krachtenbundeling plaatsvinden, al is het tempo waarin dat gebeurt nog onduidelijk. Uiteindelijk komen er dan misschien twee clusters: één voor de publieke en één voor de marktsector. Voor het zover is zijn we echter al gauw tien jaar verder. Eerst moet de fusie van vier marktbonden zich settelen. Het zou mij niet verbazen als de FNV toegroeit naar een eenheidsvakcentrale, waarbij alle leden onder één en dezelfde paraplu vallen.”

Stekelenburg zegt groot voorstander van schaalvergroting te zijn. “Sommigen vinden mij laconiek, maar op het punt van organisatorische veranderingen ben ik een hardliner”, zegt hij. Achter de schermen heeft hij zich intensief met het fusieproces bemoeit. Niet alleen kwam het gesprek tussen de voorzitters van de vijf bonden gisteravond op zijn initiatief tot stand. Stekelenburg heeft zich ook ingezet om twijfels bij de Voedingsbond uit de weg te ruimen. De FNV-voorzitter somt een aantal argumenten op voor schaalvergroting. “Leden vragen in toenemende mate individuele dienstverlening. De kosten daarvan zijn echter dermate hoog dat we moeten streven naar meer efficiency. We moeten de bereikbaarheid van de vakbeweging vergroten. Als een lid een klacht of een probleem heeft, moeten we nog alerter reageren. Bovendien kan de dienstverlening worden uitgebreid. We hoeven niet te stoppen bij het aanbieden van verzekeringen en hypotheken, maar kunnen allerlei financiële adviezen geven.”

Tweede argument voor schaalvergroting: de vakbeweging moet nadrukkelijker aanwezig zijn in de bedrijven. “Daar zal beleid voor moeten worden ontwikkeld”, aldus Stekelenburg. “En dat betekent: extra mensen en activiteiten. Bij de Industriebond hebben ze daar al aardig wat ervaring mee, maar de Dienstenbond kampt nog met problemen. Die bond concentreert zich tijdelijk op een bepaalde sector, bijvoorbeeld de supermarkten. Maar er is te weinig geld en mankracht om die belangenbehartiging vol te houden, om daarvoor een goede infrastructuur te ontwikkelen. Als het personeel in de winkel dan de bond nodig heeft is die er ineens niet meer. De contributie bij de Dienstenbond is hoger dan bij de Industriebond, maar aan die hoogte zijn grenzen. Met de fusie wordt de kans om in de dienstensector leden te werven flink vergroot.”

De fusie is ook goed voor de herkenbaarheid van het vakbondswerk, meent hij. “Voorkomen moet worden dat leden zich niet meer herkennen in zo'n mammoetbond. Daarom zal waarschijnlijk een matrix van belangen- en beroepsgroepen worden gemaakt. Secretaresses, schoonmakers, lassers en andere beroepsgroepen hebben gemeenschappelijke interesses en belangen. Door voor die groepen opleidingen en andere activiteiten te organiseren, wordt ervoor gezorgd dat leden zich thuis voelen in de nieuwe bond. Door een efficiëntere belangenbehartiging moet die bond in staat worden geacht om met 3 à 5 procent per jaar te groeien.”

Derde reden voor bundeling: verbetering van de kwaliteit van de beleidsvoorbereiding en machtsvorming. “De fuserende bonden hoeven geen dubbel werk meer te doen. Daardoor neemt de slagkracht toe. Het maakt nogal uit of acties bij supermarkten worden ondersteund door de huidige Dienstenbond of de nieuwe marktbond. Samen staan de bonden in de marktsector veel sterker dan alleen.”

Kaderleden zullen intensiever worden ingeschakeld bij de belangenbehartiging in de bedrijven. “Nu gebeurt dat nog hoofdzakelijk door districtsbestuurders. In de toekomst zullen binnen het raamwerk van algemene afspraken op bedrijfstakniveau invullingen per bedrijf worden gemaakt door de leden. Denk aan het werkgelegenheidsbeleid. Bij de CAO-onderhandelingen in de metaal wordt bijvoorbeeld 1 procent loonruimte geclaimd voor werkgelegenheidsbeleid. De leden vullen dat beleid vervolgens voor hun specifieke situatie in. Waarbij ze voor steun kunnen terugvallen op de bond. Als vakbeweging worden we daar sterker van. We winnen aan invloed.”

De vakcentrale blijft volgens Stekelenburg nodig voor guidance, dat wil zeggen: voor begeleiding van de ontwikkelingen op decentraal niveau. “De werkgevers en de overheid willen een aanspreekpunt hebben op centraal niveau”, zegt Stekelenburg. “Die behoefte blijft bestaan.” Stekelenburg is een fanatiek voorstander van het Nederlandse overlegmodel en zet zich dan ook fel af tegen de VVD. Deze partij voerde afgelopen maandag onder aanvoering van fractievoorzitter Bolkestein een aanval uit op Stekelenburgs burcht en krijgt vervolgens de volle lading terug. Stekelenburg: “Ik begrijp niets van de VVD en zie het neo-liberalisme dat daar wordt aangehangen als een bedreiging, waartegen we fel weerstand moeten bieden. De kwaliteit van onze economie is door overleg en redelijke arbeidsverhoudingen tot stand gekomen. Bolkestein roept nu voor de zoveelste keer dat de overlegeconomie stoffig is en tot veel woorden en weinig daden leidt. Onzin! De maatschappij die hij voorstaat past niet bij de Nederlandse arbeidsverhoudingen. Werkgevers, werknemers en overheid willen elkaar niet de tent uitvechten. Wij willen de tegenstellingen niet vergroten, ook niet door grote loonverschillen. Dat is niet de rust van het kerkhof, zoals wel eens wordt beweerd, maar de basis om met elkaar risico's te nemen, om creatief op nieuwe ontwikkelingen in te spelen en onze concurrentiepositie te versterken.”

Het steekt hem dat hij niet is uitgenodigd voor het debat dat de VVD afgelopen maandag organiseerde en werkgeversvoorman Blankert (VNO-NCW) wél. “Het is toch belachelijk dat één van de voornaamste actoren waar de VVD kritiek op heeft niet aan het debat mag deelnemen.”

De FNV zal volgens Stekelenburg zeker het jaar 2000 halen. Maar hij zal dan hoogstwaarschijnlijk geen voorzitter meer zijn. Hoewel hij zich volgend jaar mei kandidaat stelt voor een nieuwe vierjarige periode is de kans groot dat hij al na twee jaar opstapt om zich net als zijn voorgangers Polak en Kok aan de politiek te gaan wijden. “Ik ben nu 54”, zegt Stekelenburg. “Ik zou best iets anders kunnen gaan doen. Ik teken in voor de volgende periode en zie wel of ik die volmaak.” Een paar maanden geleden werd hij gevraagd als Commissaris der Koningin voor de provincie Groningen. “Ik heb dat verzoek afgewezen”, zegt Stekelenburg, “en gekozen voor de continuïteit binnen de FNV.” Deze was door de fusiebesprekingen van diverse marktbonden in gevaar, zo taxeerde hij. Als kapitein verlaat je in zo'n geval niet het schip. “Maar de toekomst van de FNV kan niet alleen van mij afhankelijk zijn”, zegt hij. “Het zou wel eens goed zijn als er een ander gezicht zou komen. Ik zit hier nu acht jaar als voorzittter en maak al 11,5 jaar deel uit van het FNV-bestuur. Er is niet het begin van kritiek op mijn functioneren, want daar ben ik heel gevoelig voor.”

Een andere reden om de baan in Groningen af te wijzen, zo geeft hij toe, is dat hij nog geen tijd heeft gehad om een opvolger voor te bereiden. Namen noemt hij niet, hoewel bekend is dat vice-voorzitter Ella Vogelaar en CAO-coördinator Lodewijk de Waal beide hoge ogen gooien. De laatste wordt ook genoemd als mogelijk voorzitter van de nieuwe marktbond. Stekelenburg beperkt zich tot: “Mijn opvolging is nu nog niet aan de orde.” In 1998 zijn er verkiezingen. Er wordt dan een nieuw kabinet geformeerd. Heeft hij belangstelling? “Een post in het kabinet is niet mijn grootste ambitie, maar ik verwerp het idee ook niet.”