Conclusie van deskundigen: Rechter is niet bereid sneller te gaan werken

DEN HAAG, 4 SEPT. Rechters zijn nauwelijks bereid om civiele procedures bij rechtbanken te versnellen. Zij doen geen serieuze pogingen om de langdurige procedures te bekorten.

Dit concludeert een commissie van deskundigen in een nog niet gepubliceerd advies aan minister Sorgdrager (Justitie). Het projectteam onder leiding van de voormalige president van de rechtbank in Roermond, G.A.T. Wind, vindt dat wettelijke maatregelen noodzakelijk zijn om de duur van rechtszaken te bekorten. Vrijblijvende “aanbevelingen” hiertoe aan rechtbanken zijn in het verleden “niet of nauwelijks” opgevolgd. Tot ergernis van veel rechtzoekenden duren civiele procedures vele maanden zonder dat dat nodig is, aldus het projectteam. De adviseurs vinden dat de rechters zich veel actiever en kritischer moeten opstellen.

Verzoeken om uitstel van één van de procederende partijen worden te gemakkelijk gehonoreerd. Daar moeten strakke regels voor komen, aldus het advies. De belangrijkste oorzaak van de lange doorlooptijden bij civiele rechtszaken ligt in een te ruime uitstelregeling; doordat de rechter zich te weinig met de termijnen bemoeit kunnen de procederende partijen zaken vaak te gemakkelijk rekken. Dat gebeurt bijvoorbeeld als één van de partijen in financiële moeilijkheden verkeert. Bovendien wordt bij de meeste rechtbanken elk verzoek om uitstel dat door beide procespartijen is gedaan, automatisch gehonoreerd. De adviseurs vinden dat de rechter de verzoeken moet beoordelen.

Voor elke procesfase moeten termijnen worden vastgesteld waarvan rechters en advocaten niet mogen afwijken. Ook advocaten moeten meer verantwoordelijkheid nemen om zaken sneller te behandelen. “Rechters noch advocaten schijnen zich te realiseren hoeveel financiële en maatschappelijke schade een te lange procedure voor de rechtzoekende met zich brengt.” Instanties die veel te maken hebben met rechtbanken klagen volgens de commissie onder meer over de slechte bereikbaarheid en klantgerichtheid van rechters en griffiers.

De commissie concludeert verder dat er grote verschillen bestaan in regels van rechtbanken. Zij pleit voor een landelijke rolregeling om “paal en perk te stellen aan het cultiveren van regionaal procesrecht”. De onderzoekers pleiten er verder voor dat alleensprekende rechters zelf een zaak van begin tot eind volgen. Nu is vaak de ene rechter belast met de procedure, een ander met de rechtszaak zelf.

    • Rob Schoof