Clinton kan teleurstelling over steun bondgenoten amper verbergen

WASHINGTON, 4 SEPT. In het Amerikaanse Congres heeft president Clinton gisteren brede steun gekregen voor de raketaanvallen op Irak. Maar de opluchting daarover werd meteen getemperd door de afwijzende en afstandelijke reacties van veel bondgenoten, vooral in de Arabische wereld en Frankrijk.

De president had moeite zijn teleurstelling te verbergen toen hem gisterochtend, tijdens de korte persconferentie waar hij de eerste reeks aanvallen toelichtte, gevraagd werd waarom alleen Groot-Brittannië de Amerikanen steun had gegeven. Naar woorden zoekend zei hij: “We hebben historisch, althans in de recente geschiedenis, de leiding genomen in dit soort zaken. En ik geloof dat dit onze verantwoordelijkheid was op dit moment. Ik heb met een vrij groot aantal van onze bondgenoten gesproken. En ik ben, eh, tevreden met hun antwoord.”

Maar de vrees dat de alliantie van de Golfoorlog uit elkaar aan het vallen is, kon hij daarmee niet wegnemen. “Saddam Hussein heeft heel wat opgestoken over de opstelling van sommige landen”, zei de Republikeinse senator Richard Lugar van Indiana gisteren bezorgd. “En dat is heel ernstig.”

Een andere buitenlandspecialist in het Congres, de Democratische Afgevaardigde Lee Hamilton, sprak met zoveel woorden zijn teleurstelling uit over de houding van de Arabische bondgenoten. “Temeer daar we geloven dat zij een groot belang hebben (bij het intomen van Saddam Hussein).” In zijn motivering van de Amerikaanse actie zei Clinton gisteren, in een verklaring die hij omstreeks acht uur 's ochtends lokale tijd voorlas in de Oval Office in het Witte Huis: “Onze raketten zonden Saddam Hussein de volgende boodschap: als je je eigen bevolking mishandelt of je buren bedreigt moet je daarvoor een prijs betalen.” De president noemde zijn doelstellingen “beperkt maar duidelijk: Saddam een prijs laten betalen voor zijn recentste gewelddadigheden, en zijn vermogen verminderen om zijn buurlanden en Amerikaanse belangen te bedreigen. We moeten duidelijk maken dat roekeloze daden gevolgen hebben, want anders zullen die daden alleen maar toenemen”.

Minister van defensie William Perry liep gisteren al vooruit op de tweede reeks raketaanvallen van vanochtend. “We behouden ons het recht voor op verdere militaire actie. Het gedrag van Saddam Hussein is een factor die we daarbij in overweging nemen, maar niet de enige factor.” Een andere factor, zo bleek vannacht, was dat een aantal doelen in de eerste aanval niet vernietigd was. Het Pentagon maakte bekend dat die luchtafweer- en communicatie-installaties alsnog uitgeschakeld zouden worden, “om de veiligheid van onze luchtmacht te verzekeren”.

Perry ontkent dat de alliantie die zich in de Golfoorlog vormde om Iraks verovering van Koeweit ongedaan te maken, nu uiteengevallen is. “De proef op de som”, aldus Perry, “is de voortzetting van de gezamenlijke operatie Southern Watch, waarmee de VS, Groot-Brittannië, Frankrijk, Saoedi-Arabië en Koeweit er in het zuiden van Irak op toezien dat Bagdad niet nog eens een invasie kan voorbereiden”. Volgens Perry steunen meer Arabische leiders de Amerikaanse aanvallen “dan hun openbare verklaringen aangeven”.

Perry lichtte ook toe waarom de Amerikaanse raketaanvallen zich op het zuiden van Irak richten, terwijl het Iraakse offensief waar ze een antwoord op zijn zich in het noorden afspeelde. “Ons nationale belang is niet verbonden met welke partij wint in Noord-Irak. We willen geen partij worden in hun burgeroorlog. Maar het is een vitaal nationaal veiligheidsbelang voor ons om veiligheid en stabiliteit in de regio te bewaren. Daarbij hoort handhaving van de stabiliteit; bescherming van bevriende naties, waaronder Israel, Jordanië, Koeweit, Saoedi-Arabië en andere Golfstaten; en bescherming van de olie-export. Aangemoedigd door hun succes tegen de Koerden van de PUK-factie in het noorden, hadden de Irakezen, als er geen reactie van de internationale gemeenschap was gekomen, verder kunnen gaan met het onderdrukken van beide Koerdische groeperingen, of ze zouden hun buurlanden in het zuiden kunnen aanvallen. In het zuiden ligt ons strategische belang. Daarom hebben we ervoor gekozen dáár onze doelwitten te kiezen, en zo het controleren van de uitgebreide No-fly zone veiliger te maken.”

Hoewel Congresleden van beide partijen gisteren hun steun uitspraken voor de raketaanvallen, waren er vooral onder de Republikeinen meningsverschillen over de vraag of de Amerikaanse actie wel voldoende krachtig was. Bob Dole, de rivaal van president Clinton bij de presidentsverkiezingen, steunde de president en opperbevelhebber, enkele dagen nadat hij hem “zwak leiderschap” had verweten en verantwoordelijk had gesteld voor de crisis in Noord-Irak. Dole hecht er als voormalig militair sterk aan dat de rijen zich sluiten als de president besloten heeft troepen naar een conflict te sturen. Wel formuleerde Dole een reeks doelstellingen die de Amerikanen in Irak zouden moeten zien te bereiken - van de terugtrekking van Iraakse troepen uit de uitzonderingszone tot vrijlating van politieke gevangenen - waarmee hij alvast de basis legde om als een of meer van die doelen niet bereikt worden van een mislukking te kunnen spreken.

Dole's partijgenoot Lugar steunde de president eveneens, maar hij toonde zich teleurgesteld dat het Amerikaanse optreden “welbewust bescheiden” was gehouden. “Ik zou denken: nu kun je de militaire macht van Saddam Hussein beslissend vernietigen. Hij heeft ons keer op keer getart, en zal dat in de toekomst zeker weer doen. Alles bij elkaar is het een dure onderneming daar steeds weer op te reageren. Ik zou ook aanvallen op militaire installaties in Bagdad hebben uitgevoerd.”

Phil Gramm, een andere Republikeinse senator, verwoordde de gevoelens van degenen die het ermee eens zijn dat Saddam Hussein een tik op de vingers heeft gekregen, maar terugschrikken voor verdere Amerikaanse betrokkenheid. “Wij hebben daar niets te winnen”, aldus Gramm.