Vogels

Terwijl ik met halfgeloken ogen naar beelden van een door een bierfirma gesponsorde vaderlandse bekercompetitie keek, viel ineens het woord IJsselmeervogels. Klaarwakker schoot ik overeind en trachtte iets uit het verleden te recapituleren. Was het niet IJsselmeervogels, dat ergens in de zeventiger of tachtiger jaren een fantastische opmars maakte in de bekerstrijd? Zeker wel.

Op een gegeven moment had de loting de bewoners van het voormalige vissersdorp de FC Groningen als tegenstander uit de bokaal getoverd. Jan Huijbregts, toen van de KNVB, presteerde dat en zette er het eeuwig-vriendelijke gezicht bij zoals voetbalminnend Nederland hem al die jaren kende. Nu is hij niet alleen weg bij de KNVB, waar zijn functie steeds meer werd uitgehold, maar ook bij Feyenoord, waar hij plotseling als penningmeester opdook.

Terug naar de Vogels. Want onder die kreet manifesteerde de club zich vaak. “Vogels...Vogels”, schalde het dan langs de rangen, doorgaans op zaterdagmiddagen, want aan zondagvoetbal zijn ze in Bunschoten-Spakenburg nog steeds niet toe. Eenmaal een aardig eind gekomen in de bekerstrijd kwam de FC Groningen opdagen. Nu hadden de noorderlingen één grote fout gemaakt door hun linksback met de pers te laten praten aan de vooravond van de match. Ik ben zijn naam vergeten, maar hij gedroeg zich in het interview als een blaaskaak. Hij zag namelijk niets in de IJsselmeervogels. Zomaar een amateurploegje, geen techniek, een paar dommekrachten, kortom: weinig klasse. De FC Groningen zou die heertjes wel eens even duidelijk maken dat er een grote kloof school tussen amateur- en profvoetbal.

Dat interview ging in de kleedkamer van de Vogels van hand tot hand. De Spakenburgers spogen het uit van kwaadheid en geschokte trots. Ze besloten tot de sterkst mogelijke weerstand. In Jaan de Graaf hadden zij een voortreffelijke rechtervleugelspits en de hele poeg had vleugels gekregen. Vogels met vleugels: kan het logischer? Enfin, de Groningers gingen voor de bijl, met 2-1 en op zeker moment bereikten de IJsselmeervogels de halve finale van het toernooi. Die werd op neutraal terrein (Go Ahead in Deventer) gespeeld. Daar blies de ballon zichzelf op. De FC Twente speelde het spel gewiekst. Op techniek rolde men de amateurs op en Twente schoot niet minder dan zes gaten in het zeil. Na 2-0 begrepen de liefhebbers dat de droom teneinde liep. Het was mooi geweest. Verder reikte de polsstok niet.

Er gingen jaren overheen, maar gisteren stond de uitslag in alle kranten: IJsselmeervogels-Heracles 2-1. Het begin van nieuwe glorie? De Vogels bezitten nu drie punten uit twee wedstrijden en ze zijn het aan hun geschiedenis verplicht verder te komen dan de poule uit groep 7. Al schrijvende schiet me nog te binnen dat zij destijds uitstel van een wedstrijd hadden gevraagd vanwege een dankdag voor het gewas. Of misschien was het een biddag. Nu was ik wel eens door de Spakenburger dreven gereden en daar zelden ander gewas bespeurd dan gras. Terwijl deze dubbelplaats toch vooral bekendstond als een oord van vissers. Ik schreef daar toen een vragend stukje over en kreeg onmiddellijk lik op stuk uit kerkelijke kring. Men kon en wilde niet voetballen op de dag dat er gebeden of gedankt werd voor alles wat groeide, gras en vissen beide.

De beker leeft toch al weinig in Nederland. Alleen als de finale zich aandient en de witte badjassen te voorschijn komen, bekruipt velen het cup-gevoel. Daarom is een club als IJsselmeervogels onmisbaar om de zaak een beetje kleur te geven. Ik hoop dus dat ze ver komen.