Van Leer negeert anti-Cuba-wet VS

AMSTERDAM, 3 SEPT. Het Nederlandse verpakkingsproduktiebedrijf Van Leer onderzoekt mogelijkheden voor een produktiebedrijf in Cuba, ondanks de verscherpte wetgeving in de Verenigde Staten tegen investeringen in dat land. Dit heeft bestuursvoorzitter W. de Vlugt vanmorgen desgevraagd gezegd na de presentatie van de halfjaarcijfers.

“Cuba is een interessant land, waar we al langere tijd naar kijken”, zegt De Vlugt. “Als we daar iets kunnen doen, dan doen we het. Van de Amerikaanse wetgeving tegen Cuba trekken we ons helemaal niets aan. We zijn tenslotte een Nederlands bedrijf.” Van Leer is nog niet actief in Cuba, maar wel al in nabijgelegen landen in Latijns Amerika.

In de Verenigde Staten is dit voorjaar de Helms/Burton-wet aangenomen, die buitenlandse investeerders verbiedt om in Cuba gebruik te maken van bezittingen die bij de Cubaanse revolutie in 1959 zijn genationaliseerd. De voormalige eigenaren van deze bezittingen kunnen de schade verhalen bij de Amerikaanse activiteiten van de ondernemingen die deze extra-territoriale wet overtreden. Bovendien kan bestuurders van deze ondernemingen en hun familieleden de toegang tot de VS worden ontzegd. Het Mexicaanse telefoniebedrijf Grupo Domos werd onlangs door deze maatregel getroffen. De Nederlandse bankverzekeraar ING staakte onlangs de financiering van de Cubaanse suikeroogst.

Van Leer heeft in de VS veel en bovendien winstgevende activiteiten. “Wij zijn misschien wat standvastiger dan ING”, zegt De Vlugt. “Dat het nog niet is gekomen van een investering heeft te maken met de opstelling van de Cubaanse overheid, die ons geen meerderheidsbelang wenst te geven. Wij nemen geen genoegen met een minderheidsbelang, want we exporteren geen know how.”