Vacaturegolf op arbeidsmarkt in aantocht

De banenmotor van Nederland raakt goed op stoom. Voor het tweede achtereenvolgende jaar groeit het aantal banen met meer dan 100.000. De kranten raken weer goed gevuld met personeelsadvertenties en de werving- en selectiebureaus zien de omzetten stijgen. Voor het eerst in jaren ontstaan er zelfs weer kraptes op de arbeidsmarkt. Werknemers moeten echter op hun tellen blijven passen: de saneringen gaan door. Wie qua kennis en arbeidsproduktiviteit niet meer mee kan, zal onvermijdelijk een ontslagbrief op de deurmat vinden.

Voor veel Nederlandse werknemers zijn de jaren negentig tot nu toe tropenjaren geweest. Zowel bij de overheid als in het bedrijfsleven waren saneringen en reorganisaties aan de orde van de dag; wie de bezuinigingsronde van vandaag overleefde, kon morgen evengoed toch de klos zijn. Werknemers bij bedrijven als Shell, ABN Amro en Unilever werden met morele drukmiddelen en riante bonusregelingen gestimuleerd vrijwillig te vertrekken, voor het personeel van Fokker en Daf restte slechts WW en Bijstand.

Werknemers die zo gelukkig waren hun baan te behouden, kropen massaal in hun schulp. Bedrijven die eind jaren tachtig waren opgeschrikt door het verschijnsel van de job hopper, de werknemer die steeds elders op zoek gaat naar nieuwe uitdagingen en een hoger salaris, leken in de jaren negentig alleen nog over werknemers te beschikken met als levensmotto: ik blijf zitten waar ik zit. Terwijl in 1988 nog jaarlijks 13 procent van alle werknemers het bedrijf of de instelling waar men werkte verliet, was dat in 1994 teruggelopen tot 7,5 procent.

Deze afname van mobiliteit, schrijft de Organisatie voor Strategisch Arbeidsmarktonderzoek in het Trendrapport Vraag naar arbeid 1996, kwam geheel voor rekening van een verminderd vrijwillig vertrek van werknemers. De geringe doorstroom van het zittend personeel, in combinatie met het streven van organisaties om openvallende vacatures zo min mogelijk op te vullen, maakte het voor baanzoekers niet eenvoudig om ergens binnen te komen.

Alleen de uitzendbureaus deden goede zaken: in een reactie op de onzekere economische toekomst en de voortdurende bezuinigingsronden kozen bedrijfsleven en overheid er steeds vaker voor om het werk uit te besteden aan tijdelijke krachten. Ter illustratie: in het tweede kwartaal van dit jaar hebben uitzendkrachten tezamen ongeveer 72 miljoen uren gewerkt, wat omgerekend overeen komt met bijna 140.000 volledige banen. Ten opzichte van tien jaar geleden is dit bijna een verdubbeling, blijkt uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek vorige week publiceerde.

In de tweede helft van dit decennium lijken werkzoekenden er aanmerkelijk beter vanaf te komen. De vooruitzichten voor het bedrijfsleven zijn sterk verbeterd. Dit jaar zal de economische groei waarschijnlijk uitkomen op 2,5 procent, zo maakte het Centraal Planbureau onlangs week bekend. Voor volgend jaar rekent het CPB op een groei van 2,7 procent. De banengroei (die dit jaar waarschijnlijk ruim boven de 100.000 zal uitkomen) is zo sterk dat zelfs langdurig werklozen er weer in slagen om aan een baan te komen.

Bedrijven die de afgelopen jaren hun wervingsactiviteiten op een laag pitje hebben gezet, komen tot het besef dat goede mensen niet meer met de pet in de hand aan de deur staan. Wie vacatures te vervullen heeft, moet daar zelf ruchtbaarheid aan geven, bijvoorbeeld via een opdracht aan een werving- en selectiebureau. “Ten opzichte van vier jaar geleden is onze omzet op het gebied van search-opdrachten dit jaar verdubbeld”, zegt dr. J.F. Bolweg, directeur bij adviesbureau Berenschot. Lachend voegt hij er aan toe:“Het zijn weer goede tijden voor de search-markt. Dat is de afgelopen jaren wel anders geweest.”

Ook op de advertentie-afdelingen van de Nederlandse dag- en weekbladen merkt men dat ondernemingen zich actiever opstellen. “Ik ben weer welkom bij de bedrijven”, zegt P.A.M. van der Zande, medewerker van de afdeling personeelsadvertenties van de Dagbladunie (NRC Handelsblad en Algemeen Dagblad). Organisaties gaan niet alleen meer adverteren, ze gaan ook weer aandacht besteden aan de wervingskracht van de advertentie: “Je zult zien dat advertenties weer creatiever worden en groter afgedrukt gaan worden. De boodschap moet gezien worden”, aldus Van der Zande.

In de automatiseringsbranche is de wervingsgekte al enige maanden geleden volop toegeslagen. Een bedrijf als CMG gooit ballonvaarten, vliegreisjes en weekendjes-uit in de strijd om de sollicitant, maar ook ondernemingen als IBM, Origin en Raet doen hun uiterste best om kandidaten binnen te halen. De honderd automatiseerders van Fokker die na het faillissement hun baan kwijtraakten, zaten geen dag zonder werk. Het financiële concern ING hing onmiddellijk bij Fokker aan de telefoon met de vraag of die groep werknemers in zijn geheel overgenomen kon worden, maar viste achter het net: automatiseringsbedrijf Roccade bleek er al met de buit vandoor gegaan.

Ook uitzendbureaus merken dat bedrijven anders beginnen om te gaan met hun personeelsbezetting. De spectaculaire groei van het aantal uitzendkrachten lijkt af te vlakken, zo meldde het CBS onlangs. Reden is waarschijnlijk dat veel tijdelijke werknemers nu opeens vaste arbeidscontracten aangeboden krijgen: in economisch slechte tijden is het voordeel van de uitzendkracht dat deze binnen een dag op straat kan worden gezet, maar in goede tijden bestaat het risico dat de uitzendkracht zelf van de ene op de andere dag verdwenen is. En dat is een vorm van flexibiliteit die de werkgever minder goed uit komt.

Werd de arbeidsmarkt in de jaren zeventig en tachtig beheerst door een overschot aan arbeidskrachten, in de komende jaren zal in steeds meer sectoren sprake zijn van serieuze tekorten, zo voorspellen arbeidsmarktdeskundigen. De demografische ontwikkelingen wijzen er op dat steeds meer ouderen hun werkend bestaan zullen beeindigen. Naar verwachting zal tussen 1995 en 2000 jaarlijks 3,3 procent van de werknemers stoppen met werken, twee maal zoveel als in de afgelopen periode.

Tegelijkertijd neemt de instroom van jongeren af. Uit de Schoolverlatersbrief die Arbeidsvoorziening jaarlijks publiceert, blijkt dat het aantal schoolverlaters pas na het jaar 2002 weer structureel zal toenemen. De komende vijf jaar zullen circa 212.000 jongeren jaarlijks voor de arbeidsmarkt beschikbaar komen. Na een kleine piek kort na de eeuwwisseling stijgt dit aantal geleidelijk tot 223.000 in het jaar 2010.

Het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (verbonden aan de universiteit van Maastricht) heeft onlangs berekend dat de gezamenlijke personeelsafdelingen in Nederland tussen 1995 en 2000 1,6 miljoen vacatures vervuld moeten krijgen. Het merendeel daarvan (1,2 miljoen) ontstaat door het vertrek van medewerkers. Een kwart (420.000) is het gevolg van nieuwe werkgelegenheid - een categorie die alleen maar zal groeien als het economisch herstel verder doorzet.

Demografische ontwikkelingen zijn niet de enige stuwende kracht achter de vacaturegolf die Nederland de komende jaren zal overspoelen. De vele reorganisaties en bezuinigingsrondes, zowel in het bedrijfsleven als bij de overheid, hebben in veel organisaties tot lege plekken geleid. Zolang de economie nauwelijks groeide, leidde dit niet tot problemen. Nu bedrijven hun vleugels weer uit willen slaan, blijkt er op alle niveaus gebrek aan expertise: wie moet die nieuwe vestiging in het buitenland gaan leiden, wie coordineert de reclamecampagne, wie zorgt ervoor dat er voldoende ingewerkt produktiepersoneel is? Ook de overheid is er achter gekomen dat de bezuinigingen van de afgelopen jaren (zoals in de ziekenhuizen en de thuiszorg) nu wel heel zichtbaar negatieve effecten beginnen af te werpen - en dat in een tijd dat de Nederlandse burger ook door de overheid klantvriendelijk benaderd wil worden.

In de top-tien van meest gevraagde beroepen, zoals het ROA die tweejaarlijks opstelt, gooien accountants, managers en verpleegkundigen hoge ogen. Ook de werving van MBO'ers voor fijnmechanisch en laboratoriumwerk zal volgens het ROA (verbonden aan de Universiteit van Maastricht) de komende jaren steeds meer moeite kosten. Met stip op de eerste plaats zette het ROA vorig jaar al de automatiseringsdeskundigen, zoals programmeurs en systeemanalisten.

Informatici die denken dat hun kostje nu gekocht is, zullen echter bedrogen uitkomen. Ondanks de gesignaleerde tekorten daalden de salarissen voor informatici vorig jaar met 0,4 procent, zo blijkt uit de recente salarisenquete van Berenschot Informatica. Dit jaar stijgen de salarissen in de automatisering met 1,5 procent tot 76.900 gulden, nauwelijks meer dan de gemiddelde CAO-loonsverhogingen in de rest van het bedrijfsleven.

Maar niet alleen op het gebied van salarissen lijken de gouden tijden in de informatica voorgoed voorbij. Automatiseerder IBM voert deze weken een grootscheepse advertentiecampagne voor verkopers en netwerkspecialisten: sollicitanten mogen rekenen op 'training-on-the-job', studiemogelijkheden en internationale carriereperspectieven. Een vaste baan zit er alleen niet in: voor beide functies biedt IBM een contract voor vier jaar. IBM heeft in de jaren tachtig door schade en schande geleerd hoe duur het is om bij economisch contracten lost dit probleem zich vanzelf op. Door werkzoekenden voldoende uitzicht op scholing en werkervaring te bieden, denkt IBM toch de juiste kandidaten binnen te kunnen halen.

Ook in andere sectoren viert het tijdelijk contract nog steeds hoogtij. Niet alleen bij lager en middelbaar personeel, ook bij het hoger kader. Volgens Berenschot-directeur Bolweg zal daar voorlopig geen verandering in komen. “Het is nog steeds een aanbodmarkt.” Bovendien, en dat weegt volgens Bolweg nog zwaarder, is de mentaliteit van werkgevers en werknemers de afgelopen jaren veranderd. “We zijn er achter gekomen dat mensen bereid zijn zich gedurende een periode van, zeg, vier tot vijf jaar in te spannen voor een werkgever. Een tijdelijk contract maakt de loyaliteit blijkbaar niet minder.”

Dat de baan voor het leven nooit meer zal terugkomen, is inmiddels ook bij de vakbeweging doorgedrongen. Wie overbodig is of over verouderde kennis beschikt, loopt het risico van de ene op de andere dag op straat te staan. Vakbonden kunnen in dat stadium nauwelijks meer steun verlenen: ook hun leden zullen zelf zo weerbaar moeten zijn dat ze op de arbeidsmarkt opnieuw een plaatsje weten te veroveren. Ze moeten, zoals dat zo mooi heet, gedurende hun hele loopbaan werken aan hun employability, zorgen dat ze zowel intern als extern aan de relevante vacature-eisen blijven voldoen. Werknemers moeten zich niet in de luren laten leggen door het feit dat ze op dit moment geen klachten binnenkrijgen van de baas: uit een enqûete die KPMG in 1995 uitvoerde spraken de ondervraagde personeelsfunctionarissen de verwachting uit dat slechts één op de tien werknemers in staat zal zijn om over vijf jaar met hun huidige kwalificaties probleemloos te functioneren.

Om te vermijden dat deze werknemers over vijf jaar hun baan kwijt zijn, wil de vakcentrale FNV bij het komende CAO-overleg vooral inzetten op geld voor scholing voor werknemers. Want hoewel het voor de hand ligt te denken dat de werkgever er via cursussen en scholing voor zorgt dat zijn personeel bij de tijd blijft, in de praktijk blijkt hier vaak niet veel van terecht te komen. Vanuit bedrijfseconomisch standpunt is het voor de werkgever veel aantrekkelijker om niet te investeren in scholing van zijn huidige personeelsbestand, maar zijn werknemers op latere leeftijd te vervangen door jongeren met meer actuele kennis van zaken.

Werknemers hebben de afgelopen vijftien jaar door schade en schande geleerd dat loyaliteit aan de organisatie lang niet altijd beloond wordt. Dat leidt tot verwarring bij de mensen, erkent Berenschot-adviseur Bolweg. Aan de ene kant krijgen ze van hun werkgever een winstdelingsregeling, bedoeld om hun betrokkenheid bij het bedrijf te vergroten; tegelijkertijd krijgen ze via media-berichtgeving rond bijvoorbeeld CAO-onderhandelingen te horen dat ze er bedacht op moeten zijn dat ze straks wellicht niet meer nodig zijn, dat ze als oudere werknemer genoegen moeten nemen met een lager salaris of een tijdelijke baan. “Het is een wat paradoxale situatie: enerzijds wordt er een groot beroep gedaan op binding, op loyaliteit, maar wel in de context van een situatie waarin je de werknemer steeds minder zekerheid biedt”, aldus Bolweg. Daar krokodillentranen over plengen, is aan de Berenschot-adviseur niet besteed: “Het leven is wat harder geworden. Mensen vragen zich af: wat is het alternatief? Als er geen vaste baan te vinden is, blijken ze even vrolijk aan een tijdelijke baan te beginnen.”