Studiekosten drempel voor kinderen laagopgeleiden

AMSTERDAM, 3 SEPT. Hoger collegegeld en strengere normen bij de studiefinanciering weerhouden kinderen met laag opgeleide ouders van direct verder studeren in het hoger onderwijs. Uit angst voor hoge studieschulden stelt een toenemend aandeel Havo- en VWO-scholieren met laagopgeleide ouders de keuze voor een studie in het hoger onderwijs uit, en mogelijk af.

Dit blijkt uit onderzoek onder scholieren van VWO, Havo en middelbaar beroepsonderwijs die afgelopen twee schooljaren niet verder studeerden in het hoger onderwijs. De uitkomst is opmerkelijk omdat de wet op de studiefinanciering juist beoogt de toegankelijkheid van het hoger onderwijs te waarborgen. In 1991 wierpen het collegegeld en de studiefinanciering voor scholieren met laag opgeleide ouders nog geen financiële drempel op om direct door te studeren.

In hoeverre het uitstel ook afstel betekent moet de komende jaren blijken. Op basis van vastomlijnde studieplannen van de ondervraagde scholieren veronderstellen de onderzoekers dat er geen sprake is van afstel. “Maar dat is nog niet zeker”, stelt onderzoeker D. Webbink. Het hogere collegegeld en de beperking van de studiefinanciering tot vier jaar leiden in ieder geval tot “een grotere bezinning op de studiekeuze”, benadrukt hij. “Scholieren willen zeker zijn van hun studie. Liever een jaar wachten dan tijdens je studie erachter komen dat het een foute keuze was. Dat kost geld.”

In een reactie schrijft minister Ritzen (Onderwijs) dat hij in de onderzoeksuitkomsten nog geen aanleiding ziet tot “reparatie van de studiefinanciering en het collegegeld”. Wel wil hij “een vinger aan de pols houden door het onderzoek voort te zetten”. De sociaal-democratische bewindsman wil voorkomen dat hij voor kinderen van laaggeschoolde ouders een financiële drempel opwerpt om verder te studeren in het hoger onderwijs.

Het onderzoek getiteld 'Uitstel of Afstel?' is uitgevoerd door het SCO-Kohnstamm Instituut en de Stichting voor Economisch Onderzoek. Ritzen had om het onderzoek gevraagd nadat bleek dat vorig studiejaar het aantal eerstejaars aan de universiteit daalde met tien procent ten opzichte van het jaar daarvoor. Die daling bleek sterker dan werd verwacht op grond van bevolkingsafname en de dalende instroom van afgestudeerden aan hogescholen door beperking van de mogelijkheid opleidingen te 'stapelen'.

De invloed van sociale herkomst op de beslissing door te studeren is toegenomen sinds 1991, schrijven de onderzoekers. Opmerkelijk is dat het hierbij gaat om “een tweeledige sociale selectie”. Behalve een kleiner aandeel scholieren van ouders met hooguit LBO- of Mavo-diploma besluit ook een kleiner aandeel scholieren met academisch gevormde ouders door te studeren.

“De traditionele voorhoede van de deelname aan het hoger onderwijs, met academisch geschoolde ouders, heeft een alternatief gevonden naast werken of studeren”, aldus de onderzoekers. “Namelijk niet direct gaan studeren maar een jaar rondkijken, en nadenken over de juiste studiekeuze.” De onderzoekers achten het ook mogelijk dat deze groep sociale vaardigheden wil opdoen, die in tijden van ruimere studiefinanciering tijdens de studie werden opgedaan.

Een afnemende belangstelling voor het hoger onderwijs wordt ook gevonden bij jongens. Verder valt op dat leerlingen uit de Randstad minder vaak direct doorstuderen in het hoger onderwijs dan leerlingen uit de rest van Nederland.

Verdeeld naar schoolsoort valt op dat meer MBO-ers zich ervan laten weerhouden door te studeren door de kosten van een studie en de eisen van de studiefinanciering dan scholieren van Havo en VWO. Daarnaast twijfelen deze scholieren ook meer aan hun eigen kunnen, en hebben ze vaker dan scholieren op Havo en VWO geen zin om door te leren. Voor het merendeel van de scholieren is MBO nog steeds eindonderwijs, aldus de onderzoekers.

Van de VWO'ers die dit voorjaar eindexamen deden, wilde bijna 89 procent direct doorstuderen. Bijna tien procent wacht nog met de studie. Dat was bijna 4 procent in 1991, en ruim vijf procent in 1994. Van de Havisten was 69 procent dit voorjaar van plan direct door te studeren. 28 procent wil verder in VWO of middelbaar beroepsonderwijs.