'Reputatie VS was in geding'

WASHINGTON, 3 SEPT. Het Iraakse offensief tegen de Koerdische stad Arbil, dit weekeinde, werd in de Verenigde Staten gezien als een provocatie. Wat voor binnenlandse motieven Saddam Hussein ook gehad mag hebben, voor Washington bestond er geen twijfel aan dat de Iraakse leider de vastberadenheid van de Amerikanen en hun bondgenoten op de proef stelde.

Voor het eerst stuurde Bagdad zaterdag grote aantallen grondtroepen de zogenoemde uitzonderingszone binnen, het gebied dat de geallieerden uit de Golfoorlog hadden ingesteld om de opstandige Koerdische bevolking te beschermen tegen Saddams woede. In de Amerikaanse optiek kon dat alleen maar gezien worden als het tarten van de vastberadenheid van de alliantie (met voorop de VS), die aan het eind van de Golfoorlog het Iraakse leger in eigen land aan banden had gelegd.

Washington is er niet zozeer op uit het machtsevenwicht in het noorden van Irak te beïnvloeden, en zelfs niet om Saddams houding ten opzichte van de Koerden te veranderen. Het gaat de Amerikaanse regering om haar eigen geloofwaardigheid. “We hebben duidelijk gemaakt dat dit onacceptabel is”, zei de stafchef van het Witte Huis zondag. “We hebben gewaarschuwd dat er gevolgen zouden zijn als hij zoiets zou doen” - al liet Panetta in het midden hoe krachtig die waarschuwing was geweest. James A. Baker III, die ten tijde van de Golfoorlog minister van Buitenlandse Zaken was onder president Bush, zei dit weekeinde: “Onze reputatie is in het geding.”

Vandaar de snelle aankondiging dat Irak op een krachtige reactie kon rekenen. De Verenigde Staten zijn niet uit op de permanente deling van Irak - de Amerikaanse politiek is er nog steeds op gericht Irak in toom te houden als ontwrichtende factor in de regio, als agressor, als bedreiging voor andere landen. En dat de Amerikanen in het conflict tussen de twee Koerdische facties nu aan de kant staan van de groep die goede banden onderhoudt met Teheran, beschouwt Washington als hoogst ongelukkig. Maar algemeen, van The New York Times tot Republikeinse Congresleden, bestond de overtuiging dat Saddams offensief niet onbeantwoord mocht blijven. En omdat de Iraakse leider zich de afgelopen jaren niet erg gevoelig heeft getoond voor economische of diplomatieke sancties, werd besloten tot een militaire reactie: een antwoord in de enige taal die Saddam Hussein verstaat, zoals menige commentator dit weekeinde op de tv betoogde.

De regering-Clinton heeft in de eerste jaren van haar bestaan een reputatie opgebouwd dat ze haar eigen dreigementen als het er op aankomt niet altijd even serieus neemt. Of het nu ging om de wrijvingen met China, de uitbreiding van de NAVO of de handelsgeschillen met Japan: de soep werd zelden zo heet gegeten als ze werd opgediend. Nu over twee maanden de presidentsverkiezingen worden gehouden is Clinton gevoeliger dan ooit voor het verwijt van gebrek aan kracht en vastberadenheid.

Pag.5: Clinton kan imago misschien oppoetsen

Hij is de opperbevelhebber van het leger, maar veel Amerikanen herinneren zich nog dat vier jaar geleden uitkwam dat hij de dienstplicht ontdoken heeft. Zijn tegenstander Bob Dole is een oorlogsheld, die in de Tweede Wereldoorlog levensgevaarlijk gewoond raakte. Dole hamerde er de afgelopen dagen op dat zonder de slappe opstelling van de regering-Clinton de huidige situatie zich helemaal niet zou hebben voorgedaan. Vanochtend liet hij weten “achter onze mannen en vrouwen in uniform te staan” en te hopen dat de raketaanvallen “eindelijk het begin van beslissend ingrijpen” zijn.

De Amerikanen beseffen dat de juridische basis voor hun actie twijfelachtig is. Arbil ligt in de zone waarboven Irak niet mag vliegen, maar het sturen van grondtroepen is nooit met zoveel woorden verboden en de Iraakse soevereiniteit over het gebied is volgens internationaal recht nog steeds van kracht. Washington rechtvaardigt de aanval met een beroep op de VN-resolutie (688) die Bagdad opdraagt de rechten van minderheden te respecteren.

Clinton kan met de aanval op Irak in eigen land zijn imago als krachtig leider misschien oppoetsen, hij loopt er ook risico's mee. Onduidelijk is nog of het Amerikaanse machtsvertoon voldoende is om het gedrag van de onberekenbare Saddam Hussein ook werkelijk te beïnvloeden. En als het niet voldoende is, hoeveel verder is Clinton dan bereid om zich in dit conflict te engageren? De keuze voor het uitschakelen van luchtafweergeschut lijkt erop te duiden dat de Amerikanen de mogelijkheid van luchtaanvallen willen openhouden.

Zoals altijd bij het uitzenden van troepen is de vraag hoe groot de steun in eigen land zal blijken als er Amerikaanse slachtoffers zouden vallen - of grote aantallen, in dit geval Iraakse, burgerslachtoffers? En niet in de laatste plaats: wat zal het Amerikaanse optreden voor gevolgen hebben voor de betrekkingen met de Arabische bondgenoten in het Midden-Oosten?

De Verenigde Staten hebben in 1991, onder president Bush, met tegenzin ingestemd met uitbreiding van de taken van de alliantie tot de bescherming van de Koerdische bevolking. Het lijkt onwaarschijnlijk dat de regering-Clinton zich zal opwerpen als kampioen van hun zaak. Maar een provocatie van uitgerekend Saddam Hussein kon Clinton niet over zijn kant laten gaan.