Regisseurs als verkeersagenten

Het Theater Festival wordt jaarlijks bezocht door een aantal buitenlandse critici. Karen Johnson is een van hen. Zij is freelance theaterregisseuse, toneelschrijfster en actrice, en schrijft in het Britse dagblad The Independent.

“Hij zou het verkeer niet kunnen regelen”, zeggen we in Engeland over een incompetente regisseur. Terwijl ik voor mijn leven ren, zigzaggend over het Leidseplein naar de Stadsschouwburg, ternauwernood ontsnappend aan taxi's, trams en - het allergevaarlijkst - de kamikaze-fietsers die uit alle richtingen op me af komen, bedenk ik dat deze uitdrukking in Amsterdam gemakkelijk van een belediging tot een loftuiting te maken zou zijn. Hier zou ik die willen toepassen (haast fluisterend van bewondering) op de regisseur die in complexiteit en menselijke interactie als een Icarus tot de verste hoogten durfde stijgen.

Het werk dat ik tot dusver als gast van het Theater Festival heb gezien muntte inderdaad uit door goede regie, bekwame acteurs en een economische stijl van decor-ontwerpen gecombineerd met een fantasievolle belichting en mise-en-scène. Maar de vraag waarop ik mezelf na enige voorstellingen betrapte was of met deze ongetwijfeld grote vaardigheden en vindingrijkheid geen theater werd gemaakt dat te ver van de menselijke emotie af stond. Was, in het proces van analytisch denken en motiveren, de essentie van liefde, haat, begeerte, hebzucht en wellust niet verstopt geraakt? Was de regisseur werkelijk een onpartijdige verkeersagent?

Wie vermoordde Mary Rogers (Orkater) is een prachtig geregisseerd stuk. Ik genoot van de belichting en de bewegingen van de acteurs en musici over het toneel waaruit een sierlijk, vloeiend geheel ontstond. Het is vol details, aandachtig gemaakt en geestig - maar in laatste instantie koel, een intellectueel onderzoek naar een moord - althans zo kwam het op me over. Misschien dat op een kleiner toneel of bij een welwillender relatie tussen acteurs en publiek minder de indruk van distantie ten aanzien van Mary's leven en dood zou zijn gewekt. Mary Rogers zelf was meer een ikoon - 'de mooie sigarenverkoopster' - dan een persoon. Dit lijkt merkwaardig omdat het stuk is opgebouwd vanuit de muziek, niet vanuit de tekst, en muziek staat veel dichter bij onze emoties dan taal. Afgezien van mijn algemene waardering maakte Mary één zeer fundamentele emotie bij me los: jaloezie - toen ik hoorde dat het gezelschap twaalf weken had kunnen repeteren. In Engeland krijg je daar eerder drie weken voor.

Heartbreak House van STAN stelde teleur. Ik had ze een jaar of twee geleden in Londen gezien met The Importance of Being Earnest. Om eerlijk te zijn was ik daarheen gegaan met een grote dosis scepsis, maar ik werd geheel en al betoverd. De ongewone uitspraak en frasering van de tekst en het herhaalde komische effect van een opzettelijk verkeerd getimed sociaal ritueel (het offreren van voedsel) deden recht aan Wilde's messcherpe taal. De dialoog vertoonde zich in een nieuwe helderheid en frisheid, en ik amuseerde me veel meer dan bij de vorige, matte West End-produktie die ik had gezien.

Heartbreak House trof me helaas voornamelijk omdat er slecht in geacteerd werd. Misschien gaat het effect van de aanpak, die gebaseerd lijkt te zijn op de gedrukte tekst zonder de gebruikelijke lichaamstaal, verloren voor iemand die geen Nederlands verstaat. Ik bleef zitten met de paradox van een gezelschap dat niet repeteert in de conventionele zin van het woord om de confrontatie met de tekst vers te houden, maar intussen wel al dertig voorstellingen achter de kiezen heeft.

De vergelijking met de verkeersagent bewaar ik voor Caligula, gespeeld door het Zuidelijk Toneel: een goed concept, een knappe combinatie van video, interessant (dynamisch) gebruik van de ruimte, sterke visuele beelden. Ivo van Hove heeft al die elementen samengebracht in een heel bijzondere voorstelling. Jammer dat hij geen minimumsnelheid had voorgeschreven. De onverstoorbare traagheid van dictie in de eerste helft was van dien aard dat ik na de pauze tussen twee lege stoelen bleek te zitten. Misschien is dat een van de gevaren van het gebruik van video op het toneel. Het is voor de acteur moeilijk om voor beide media gelijktijdig te spelen - deze stellen elk verschillende eisen die de acteur uit het oog verliest. Dit leidt tot een verslapping, een gevoel dat het publiek een bijkomstigheid is en het niet nodig is er rechtstreeks mee in contact te treden. Zoals Caligula absolute macht heeft over zijn onderdanen, had de voorstelling mij in een dwingende greep moeten houden. Maar die parallel ontbrak, en het effect was als een bezoek aan een tv-studio: ik bleef buitenstaander.

De vrouw van Schopenhauer door Oranjehotel was puntig, geestig en amusant, een uitstekend stuk voor een kleine zaal. En het subtiele spel in Uit liefde voor Marie Salat (Theater Malpertuis) schilderde op gevoelige wijze, in pretentieloos miniatuur, een verboden liefdesaffaire.

Nog een Britse manier om minachting voor een regisseur uit te drukken is: He couldn't direct a piss-up in a brewery ('Hij zou nog geen braspartij in een brouwerij kunnen regisseren'). Na het verrukkelijke Dynamo Mundi van Dogtroep zou ik zonder aarzelen naar iedere brouwerij gaan waar zij zich vestigen. En als ze iets op het Leidseplein zouden doen, zou ik onvervaard midden tussen het verkeer gaan zitten.

A propos, bestaan er in de Nederlandse theaterwereld ook uitdrukkingen voor slechte regisseurs?