Prijs akkoord ligt Moskou als een steen op de maag

MOSKOU, 3 SEPT. “We hebben genoeg gevochten, de oorlog is voorbij”, zei Aleksandr Lebed zaterdagmorgen in Tsjetsjenië, nadat hij een akkoord had getekend dat volgens hem een einde maakt aan de oorlog. Vier dagen lang - tot vandaag premier Tsjernomyrdin meldde dat president Jeltsin het akkoord steunt - leek de strijd zich alleen maar te hebben verplaatst: van de loopgraven in Tsjetsjenië naar de wandelgangen in Moskou. Vier dagen lang aarzelde Jeltsin om de inzet van die strijd, de prijs die het Kremlin voor dit akkoord moet betalen.

Lebed heeft op het eerste gezicht een opmerkelijke prestatie geleverd. Drie weken nadat hij van Jeltsin de opdracht kreeg de oorlog te beëindigen, sleepte hij een staakt-het-vuren en een politiek akkoord uit het vuur. Zijn optreden heeft vrede dichterbij gebracht dan ooit sinds Russische troepen de deelrepubliek in december 1994 binnenvielen om een eind te maken aan de eenzijdig uitgeroepen onafhankelijkheid.

Lebed handelt als 'persoonlijk vertegenwoordiger van de president' in Tsjetsjenië. Maar tot vandaag ontving hij van die president weinig steun. Jeltsin verklaarde vorige week 'niet helemaal tevreden' te zijn over Lebed. Ondanks herhaalde verzoeken van Lebed heeft Jeltsin hem niet ontvangen. Gisteren mocht Lebed verslag doen aan premier Tsjernomyrdin, die op zijn beurt Jeltsin ontmoette.

Vooral in buitenlandse media wordt Jeltsins kennelijk geringe betrokkenheid bij de inspanningen van zijn gezant in verband gebracht met mogelijke gezondheidsproblemen. Jeltsins medewerkers daarentegen verbergen niet dat zijn vertrek naar een vakantieverblijf (ook) politieke redenen heeft. “De president heeft ruimte nodig om te manoeuvreren”, verklaarde Jeltsins woordvoerder zondag. Jeltsins stafchef Anatoli Tsjoebais zei gisteren: “Ik ken Boris Nikolajevitsj vrij lang en ik begrijp heel goed dat hier niets toevalligs aan is.” Hoewel Lebed de president gisteren maar niet aan de lijn kon krijgen, had Tsjoebais zelf juist twee keer ongehinderd met een 'energieke' Jeltsin getelefoneerd.

In Moskou circuleren twee mogelijke verklaringen voor de reserves waarmee Lebeds jongste 'vredesakkoord' - Jeltsins uiteindelijke fiat ten spijt - is ontvangen. Eén ervan is de al vaker aangehaalde rivaliteit tussen Lebed en andere potentiële opvolgers van Jeltsin. “Ruslands politieke elite is buitengewoon cynisch en meedogenloos”, schreef Aleksandr Zjilin, defensieredacteur van Moskovskije Novosti onlangs. “Als Lebed erin slaagt Rusland van de Tsjetsjenië-crisis te verlossen zal hem dat zo populair maken dat er geen twijfel meer bestaat over wie de volgende president wordt. Daarom wordt hij tegengewerkt.”

De tweede verklaring is echter eenvoudig ontevredenheid over de inhoud. Lebeds oorspronkelijke opdracht was de oorlog te beëindigen én de afscheiding van de deelrepubliek Tsjetsjenië te voorkomen. Is dit doel bereikt? In de drie pagina's tekst die zaterdagmorgen vroeg zijn ondertekend staat dat beide partijen afzien van het gebruik van geweld en dat de kwestie van de status pas over vijf jaar, op 31 december 2001, moet zijn opgelost.

Over de huidige status wordt niet gerept. In theorie biedt dit Moskou de ruimte om te stellen dat Tsjetsjenië deel van de Russische Federatie is, zoals de Russische grondwet bepaalt. De rebellen kunnen erop wijzen, zoals hun leider Zelimchan Jandarbijev al heeft gedaan, dat zij hun eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring niet hebben ingetrokken. Over vijf jaar zal 'met koele hoofden' het laatste woord worden gesproken, betoogde Lebed. In de tussentijd kunnen troepen worden gescheiden en vernielde woningen worden herbouwd.

Premier Tsjernomyrdin maakt zich na nadere bestudering van de documenten zorgen over “de politieke prijs van het akkoord”. Zijn woordvoerder suggereerde gisteren dat de eenheid van Rusland belangrijker is dan de beëindiging van het bloedvergieten. Tsjoebais zei ronduit: “Ik ben verre van euforisch. Voor mij is er bij al deze problemen één absolute prioriteit die onder geen enkele voorwaarde of tegen geen enkele prijs geweld mag worden aangedaan, en die prioriteit is de territoriale integriteit van Rusland.”

Deze aan Jeltsin loyale politici staan hierin niet alleen. De communistische oppositie in het parlement heeft al herhaaldelijk betoogd dat Lebed veel te ver gaat. De nationalisten zijn ook tegen: de ultranationalistische krant Zavtra noemde Lebed zaterdag 'een verrader', de Sovjetskaja Rossija ontwaarde een 'Westerse samenzwering'. Voeg daar nog aan toe dat voor de Russische generaals te velde het verliezen van de oorlog - althans het niet winnen - bijna onverteerbaar is.

Openlijke steun kreeg Lebed tot vandaag alleen van uitgesproken liberale politici als oud-premier Jegor Gajdar en activist voor de rechten van de mens Sergej Kovaljov. De liberale kranten Izvestija en Moskovskije Novosti beschreven zijn nachtelijke onderhandelingen met de rebellen zelfs als heldendaden. Maar wat de grote middengroepen in Rusland denken staat niet vast. Tot nu toe waren veel Russen vooral tegen de oorlog omdat er Russische soldaten sneuvelden, niet omdat zij sympatiseerden met het streven naar onafhankelijkheid van de Tsjetsjenen.

Een knopen doorhakkende Lebed op televisie was de afgelopen weken voor iedereen in Rusland te begrijpen en goed te keuren. Maar wat voor uitwerking hebben de nu binnenkomende beelden van juichende, gewapende rebellen in de straten van Grozny? Een nieuwslezeres kon gisteravond haar afgrijzen nauwelijks verbergen toen zij moest melden dat de rebellen op 6 september de Tsjetsjeense 'onafhankelijkheidsdag' vieren. De onafhankelijke Nezavissimaja Gazeta repte van “de ondertekening van de overgave aan een vreemd, rebellerend, gewapend volk dat zelf verre van onschuldig is”.

Jeltsins langdurig aarzelen is dus niet zo vreemd: hij stond voor een lastiger beslissing dan Aleksandr Lebed. Tenslotte was hij het, president Jeltsin, die twintig maanden geleden deze oorlog is begonnen.