Premier raakt binnen Likud geïsoleerd; Netanyahu zit verlegen om Arafats concessies

TEL AVIV, 3 SEPT. Alles wijst erop dat premier Netanyahu en president Arafat elkaar ontmoeten vóór de donor-conferentie van donderdag in Washington, die een snelle oplossing moet vinden voor de rampzalige financieel-economische situatie van het Palestijnse Gezag.

Zij hebben nog steeds geen oplossing gevonden inzake Israels 'her-ontplooiing' in Hebron, het heetste hangijzer in hun overleg.

Israelische woordvoerders berichtten de afgelopen dagen dat de Palestijnen akkoord waren gegaan met nieuwe onderhandelingen over Hebron. Met even grote stelligheid zeiden Arafat en zijn woordvoerders nog gisteren dat daarvan geen sprake was. “We gaan niet nóg eens onderhandelen over zaken, waarover al een akkoord was bereikt. Als we daaraan beginnen, zijn we terug bij af. Dan kunnen we samen met Netanyahu opnieuw het wiel gaan uitvinden.”

De 'historische handdruk' tussen Netanyahu en Arafat zal dan ook waarschijnlijk niet bekrachtigen wat hun hoofdonderhandelaars hebben bereikt, maar omgekeerd de inleiding moeten worden van overeenstemming op het hoogste niveau. Het was geen toeval dat Arafat zelf vannacht onderhandelde met Netanyahu's advocaat.

Netanyahu - zo zeggen de deskundigen hier - wordt langzaam maar zeker met dezelfde realiteit geconfronteerd als zijn voorganger Rabin, drie jaar geleden: zaken doen met de Palestijnen is uitsluitend mogelijk als Arafat het wil en ook nog het middelpunt van die onderhandelingen is. In diverse toonaarden - variërend van zoetzuur tot heel bitter - beklemtonen de woordvoerders van de Arbeidspartij dat “Bibi (Netanyahu) er wel heel lang over doet om de fundamentele zaken van het vredesproces te doorgronden”.

Hebron is voor Netanyahu de ultieme test van zijn binnenlandse geloofwaardigheid, ook al stelt hij zich op als de keizer van Israel die kan doen en laten wat hem goeddunkt. Een paar dagen geleden zei Silvan Shalom, hoofd van de parlementscommissie voor financiën: “Er is een gevoel dat Bibi in de regering zit en de Likud in de oppositie”. Veel invloedrijke Likud-mensen zijn namelijk woedend dat Netanyahu hen niet consulteert, erger nog, hen volledig uitsluit.

Deze verbittering maakt het voor Netanyahu des te urgenter om zijn voortdurend herhaalde verkiezingsbeloftes inzake Hebron in te lossen. Als hem dat niet lukt, zullen de ontevredenen in zijn partij ongetwijfeld wraak nemen, waardoor Netanyahu het regeren steeds moeilijker wordt gemaakt.

De bizarre situatie doet zich voor dat Netanyahu, die zich in de positie van de sterkste waande, nu tot elke prijs concessies van Arafat moet losweken. Want hij moet aan zijn partij- en coalitiegenoten verkopen dat hij uiteindelijk het voorbeeld van zijn voorgangers, Rabin en Peres, niet volgt. Dat is heel moeilijk, omdat hij onder druk staat van president Clinton. Deze heeft hun afgesproken ontmoeting in New York afhankelijk gemaakt van Netanyahu's ontmoeting met Arafat. Dat is een diplomatieke oorvijg die geen enkele Israelische premier zich kan veroorloven.

Daarom proberen de onderhandelaars nog steeds tot een package-deal te komen, waarbij Hebron wél wordt her-onderhandeld, in ruil voor Israelische concessies, met name op economisch gebied, zoals het aantal Palestijnse gastarbeiders dat in Israel mag werken. Hoe zwak Arafat ook moge staan, hij zit op dit moment in minder grote tijdnood dan Netanyahu. Daarom wordt van Palestijnse kant de toon opgevoerd.

Zo verklaarde Mohamed Dahlan, hoofd van de Preventieve Veiligheidsdienst in Gaza en één van de Palestijnen die in het geheim met Israel onderhandelden, in een vraaggesprek met de krant Al Hayyat dat “de gewapende strijd” nog steeds een optie is, waarbij “wij gebruik kunnen maken van de wapens in handen van het Palestijnse Gezag”. Toen Netanyahu dreigde de onderhandelingen terstond af te breken, greep de Amerikaanse diplomaat Dennis Ross, speciaal belast met het Midden-Oosten, in. Hij overtuigde Arafat telefonisch ervan dat het verstandiger was Dahlans opmerking te desavoueren. Hetgeen Arafat deed.

Het wachten is nu op de volgende crisis.