Pedofilie is helemaal niet onschuldig

Pedofilie is niet altijd seksueel misbruik, zei Theo Sandfort, onderzoeker van de Werkgroep Homostudies aan de Universiteit Utrecht, op 21 augustus in een vraaggesprek met NRC HANDELSBLAD. Pedofiele contacten zouden door de betrokken kinderen als zinvol en verrijkend worden ervaren. Deze stelling is wetenschappelijk niet onderbouwd, vindt Erik Heineman, en miskent de traumatische gevolgen ervan, aldus G.H.F. van der Most.

De publieke opinie wordt regelmatig geconfronteerd met berichten over kinderen die door volwassenen mishandeld worden in een afgedwongen seksueel contact. Bij elk nieuw bericht is de algemene verontwaardiging groot, misschien wel omdat door ons het gegeven dat zoiets een kind kan overkomen het liefst geloochend wordt. In het spanningsveld tussen collectieve ontkenning en morele verontwaardiging vraagt onderzoekspsycholoog Theo Sandfort bij herhaling om een genuanceerd begrip voor wat hij noemt 'de gewone pedofiele relatie'.

Zijn onderzoeksgesprekken met jongeren hebben hem gesterkt in de overtuiging dat mensen een positieve ervaring kunnen overhouden aan een eerder beleefde pedofiele relatie, mits deze maar niet afgedwongen is. Sandfort erkent weliswaar dat een kind door zo'n relatie geïsoleerd wordt in het gezin van herkomst, omdat de ouders het nagenoeg altijd onaanvaardbaar vinden. Maar hij wijt dat aan het taboe op pedofilie en stelt er tegenover dat de jongere er een kameraadschap kan beleven die thuis gemist wordt. Gemakshalve gaat Sandfort in deze redenering voorbij aan het gegeven dat de samenleving - ondanks verwoede en soms ideologisch gekleurde pogingen daartoe - er niet in slaagt een alternatief te vinden voor het gezin als plaats waar kinderen opgroeien.

Tot zover Sandfort, die natuurlijk gelijk heeft met de stelling dat pedofilie niet op één lijn moet worden gesteld met verkrachting. Niettemin zou hij moeten weten dat pedofilie alle kenmerken vertoont van seksueel misbruik en dat kinderen ervan gevrijwaard zouden moeten blijven.

De argumenten tegen een pedofiele relatie zijn niet alleen op morele of levensbeschouwelijke grondslag gebaseerd. Uit een oogpunt van opvoeden is het gegeven dat ouders - zolang het kind jong is - mede bepalen wat goede en minder goede ervaringen zijn, een wezenlijk element van de generatieketen. Er is niets mis met een ouder die geschokt reageert wanneer duidelijk wordt dat zijn kind betrokken is in een pedofiele relatie; ook al wordt dat door het kind als spannend beleefd. Je wordt als ouder toch ook woedend als je 14-jarige zoon in een auto wegrijdt, terwijl dat voor hem net zo spannend is.

Bovendien: Sandfort stelt dat een 11-jarige jongen aan een volwassene (bijvoorbeeld een leraar of sporttrainer) duidelijk kan maken wat hij wel en niet wil en dat daarmee zo'n contact kenmerken van vrijwilligheid heeft. Ik wil niet ontkennen dat er 11-jarigen zijn die dat kunnen, maar er zijn er zeker meer die dat niet kunnen en ik betwijfel of een - door zijn verlangens gedreven - pedofiel kan uitmaken of de betrokken 11-jarige daartoe in staat is. Als kinderpsychiater heb ik in ieder geval genoeg kinderen behandeld die ernstig getraumatiseerd zijn door een zogenaamd vrijwillig pedofiel contact. De seksuele handelingen tussen een volwassene en een kind zijn op grond van diens ontwikkeling onbegrijpelijk en ook beangstigend. Hoe zwaar dat in onze samenleving in andere relaties gewogen wordt, blijkt uit het gegeven dat er gedragsregels bestaan die een arts of psycholoog dicteren dat hij de afhankelijkheid van zijn cliënt niet mag misbruiken om op basis daarvan een seksuele relatie aan te gaan. Waarom zou dat in een afhankelijkheidsrelatie met een kind wel mogen?

Maar toch ook een morele overweging. Er is veel voor te zeggen om het kind te zien als iemand voor wie diens ouders - en in het verlengde van hen de andere mee-opvoedende volwassenen - een grote mate van onbaatzuchtigheid kunnen opbrengen. De pedofiel kan dat niet, kan niet - zoals in hun kringen geformuleerd wordt - het kind centraal stellen, omdat de eigen behoeftebevrediging een dominante rol inneemt. Een pedofiel zou zijn geaardheid moeten opvatten zoals iemand met bijvoorbeeld kleptomanie dat doet, namelijk als iets wat schade berokkent aan anderen, en dus behandeld moet worden en niet uitgeleefd