Nederlands bedrijf voor olie-controle klem in Irak

ROTTERDAM, 3 SEPT. Op het hoofdkantoor van het Vlaardingse Saybolt International heeft men dezer dagen een open verbinding met Bagdad. Het bedrijf dat door de Verenigde Naties is ingehuurd om toezicht te houden op de uitvoering van het olie-voor-hulp-akkoord met Irak, heeft vier dagen geleden de eerste drie werknemers naar Irak gestuurd.

Er zouden nog elf medewerkers volgen. Maar de recente ontwikkelingen, de Iraakse aanvallen op de Koerden van gisteren en de Amerikaanse raketaanvallen die daar vanochtend op volgden, maken voortgang van Saybolts' activiteiten in Irak voorlopig uiterst onzeker.

“We staan in continue verbinding met Bagdad, met onze mensen daar en met de Verenigde Naties”, aldus Peter Boks, manager special projects bij Saybolt International, vanochtend over de telefoon. “In Bagdad is het tot nog toe rustig. Maar er zijn wel al raketinslagen geconstateerd in het zuiden van Irak.”

De drie medewerkers van Saybolt International, twee technici en een manager (twee Britten en een Nederlander), zijn eind vorige week naar Irak afgereisd om kwartier te maken voor de rest van het team van Saybolt. “Ze zouden de huisvesting beoordelen die de Iraakse oliemaatschappij voor onze medewerkers en voor ons laboratorium ter beschikking zou stellen. Onderdelen voor het laboratorium zouden we oorspronkelijk deze week naar Bagdad versturen. Maar door de recente ontwikkelingen hebben we alles maar even in de ijskast gezet. Onze mensen houden zich nu koest op het VN-terrein in Bagdad.”

De gespannen situatie in Irak moeten de Vlaardingers onherroepelijk doen terugdenken aan de Golfoorlog van zes jaar geleden toen Saybolt International zijn medewerkers hals over kop uit het land moest terugtrekken en zijn kantoor moest sluiten. Pas vorige week keerde Saybolt terug naar Bagdad, in het kader van het olie-voor-hulp-akkoord van de Verenigde Naties. En prompt barst de bom.

Aan vluchten denken ze bij Saybolt International nu niet. “We wachten de instructies van de Verenigde Naties af. Het is bovendien te gevaarlijk om maar lukraak door het land te gaan reizen”, aldus Boks. Aanvankelijk had Saybolt het idee “gewoon te wachten tot het over gaat”. Maar met de Amerikaanse raketaanvallen van vanochtend groeien ook in Vlaardingen de twijfels over de kans dat het akkoord nog op redelijk korte termijn zal worden uitgevoerd.

Saybolt International was door de VN ingehuurd om de 2 miljard dollar aan olie te controleren die het land in het kader van het olie-voor-hulp-akkoord gedurende een half jaar zou mogen uitvoeren. (Met het akkoord maakten de VN een uitzondering op het embargo tegen Irak, dat was ingesteld na de Iraakse inval in Koeweit in 1990.) Saybolt zou in Irak moeten controleren hoeveel olie het land precies uit zou gaan en welke kwaliteit de export-olie heeft. Het bedrijf zou daartoe mensen èn apparatuur neerzetten bij twee outlets: bij de grens met Turkije waar de olie via een pijpleiding Irak verlaat, en bij Mina al Bakr, belangrijke oliehaven aan de Perzische Golf in het zuiden van het land.

Maar of het op korte termijn nog zover komt is de vraag. Anderzijds heeft Saybolt International wel vaker voor hete vuren gestaan. Zo is het bedrijf sinds een paar maanden in Rusland betrokken bij het toezicht op olie die het land uitgaat, onderdeel van het streven van de autoriteiten in Moskou om een einde te maken aan de kapitaalvlucht, aan het fenomeen dat veel van de inkomsten van de Russische olie-export op privé rekeningen in het buitenland blijft hangen.

En zo heeft Saybolt een aantal spannende avonturen in Armenië en Georgië achter de rug waar het bedrijf kort na de val van het communisme moest toezien op de levering van Russische brandstof aan de elektriciteitscentrales in beide landen. “Hele wagons met stookolie verdwenen. Ze raakten zoek en werden later soms leeg of halfleeg terug gevonden”, vertelde Jan Heinsbroek, vice-president van Saybolt international, vorige maand tegenover deze krant. “Het was in de tijd van Gamsachoerdia (de afgezette en inmiddels overleden president van Georgië). De controle was moeilijk. We zijn geregeld op de treinen meegereden, dan liep het transport zonder problemen.”