Na nuancering CTSV-rapport; Linschoten is 'verbijsterd' over Van Zijl

DEN HAAG, 3 SEPT. Voormalig VVD-staatssecretaris Linschoten (Sociale Zaken) heeft met verbijstering en boosheid gereageerd op nuanceringen van het Kamerlid Van Zijl (PvdA) gisteren op het eindrapport over de CTSV-affaire.

Van Zijl, voorzitter van de Tweede-Kamercommissie die de crisis bij het College van Toezicht Sociale Verzekeringen (CTSV) onderzocht, zei gisteravond in het tv-programma Nova dat zijn commissie in haar eindrapportage twee “foutjes” heeft gemaakt. Het gaat hierbij om de passages in het CTSV-rapport die de Kamer Linschoten het zwaarst heeft aangerekend. De commissie oordeelde dat de wijze waarop de voormalige bestuurders van het College, Van Leeuwen, Van Otterloo en Van Rooijen werden benoemd door Linschoten van “een onthutsende eenvoud” zijn geweest. Bovendien noemde de commissie de gang van zaken rond de invoering van de Ziektewet “ongeloofwaardig”.

Van Zijl zei in Nova: “Wij gingen als commissie voor een tien, maar we hebben twee foutjes gemaakt. Eén is het woordje onthutsend. Als ik had geweten dat u die vraag na twee maanden nog zou stellen, dan hadden we het woord niet opgenomen. (...) Twee: Als ik had begrepen dat we een taalkundige discussie zouden krijgen over zoiets als: kan een procesgang ongeloofwaardig zijn, dan zou ik daarvoor een andere formulering hebben gekozen.”

Linschoten verklaarde daarop “verbijsterd” te zijn over de woorden van Van Zijl. “Hij neemt op twee wezenlijke punten afstand van het rapport”, aldus de ex-staatssecretaris, die naar aanleiding van het Kamerdebat over de CTSV-affaire in juni opstapte. “Juist op het punt van de ongeloofwaardigheid van het proces, waar ik verantwoordelijk voor zou zijn, heb ik de Kamer gezegd: als er een millimeter twijfel blijft, dan dien ik mijn ontslag in.”

Linschoten verklaarde verder dat PvdA-fractievoorzitter Wallage hem op de dag van het Kamerdebat tot twee keer toe steun heeft aangeboden “als ik maar diep genoeg door het stof zou gaan”. “Maar dat was een boodschap waar ik niet zoveel mee kon”, aldus Linschoten.

Van Zijl bleef er bij dat het vertrek van Linschoten onvermijdelijk was. “Hij moest zich verdedigen en dat is hem niet gelukt”, aldus de sociaal-democraat. Volgens Van Zijl was hetgeen Linschoten werd verweten “te ernstig” om aan te kunnen blijven.

De VVD heeft terughoudend gereageerd op de uitlatingen van Van Zijl. Het liberale Kamerlid Van Hoof zei voor de NOS-camera dat het hem een lief ding waard was geweest als Van Zijl zijn nuanceringen had gemaakt voor of tijdens het debat waarin Linschoten zijn aftreden bekend maakte. “Het zijn niet zo maar twee woorden op een miljoen”, zei hij. “Die woorden hebben een cruciale rol gespeeld in het debat.”.

Commissielid Van Dijke (RPF) zei vanochtend in een reactie dat de conclusies van het eindrapport nog steeds overeind staan. “We moeten nu wegblijven van de gedachte alsof de commissie afstand zou nemen van datgene wat we hebben opgeschreven. Dat is allerminst het geval.”

Fractievoorzitter Rosenmöller (GroenLinks) zou vanmiddag opheldering vragen van de Commissie-Van Zijl. Rosenmöller noemde de uitspraken van Van Zijl gisteravond “een weinig geloofwaardige wending in het debat”.