Kohl en Chirac

HET BEGROTINGSSEIZOEN is aangebroken in Europa. De begrotingen voor 1997 die de komende weken worden opgesteld, zijn van grote betekenis. Op grond van de definitieve cijfers over 1997 zal worden vastgesteld welke Europese lidstaten in 1999 deel zullen nemen aan de Economische en Monetaire Unie (EMU) en hun munt inwisselen voor de euro. Zowel in de financiële markten als in de politieke centra van Europa worden de begrotingen voor komend jaar met argusogen gevolgd.

In een aantal landen is het een kwestie van erop of eronder. De maatregelen om aan de criteria van het Verdrag van Maastricht te voldoen zijn er lang uitgesteld - een begrotingstekort van maximaal drie procent en een staatsschuld van maximaal zestig procent van het BNP. Bezuinigingen en lastenverhogingen, nodig om de criteria te halen, kunnen de economie tijdelijk afzwakken en daarmee het chronische probleem van de hoge werkloosheid in Europa bestendigen. Overigens hoeft dat niet: in Nederland dalen het financieringstekort, de staatsschuld én de werkloosheid.

DE AANDACHT RICHT zich in het bijzonder op de begrotingen die in Bonn en Parijs worden opgesteld. Zonder Duitsland en Frankrijk zou de EMU het politieke prestige en het economische gewicht missen om van de grond te komen. Maar juist deze twee landen hebben de grootste moeite om de criteria van Maastricht te halen. Duitsland heeft de langlopende kosten van de hereniging onderschat. Frankrijk heeft de aanpassing van de sociale zekerheid en de sanering van verliesgevende staatsbedrijven voor zich uitgeschoven. Marc Blondel, de leider van de militante vakbond Force Ouvrière, die vorig jaar het verzet tegen de ombuigingsplannen leidde, heeft al voor de komende weken stakingen aangekondigd.

De verzekering afgelopen weekeinde in Bonn van bondskanselier Kohl en president Chirac dat zowel Duitsland als Frankrijk 'Maastricht' zullen halen en de monetaire unie in 1999 zal beginnen, bevatte dan ook een meervoudige boodschap. In de eerste plaats hebben de bondskanselier en de president de politieke vastberadenheid getoond om de EMU door te zetten. Daarnaast hebben ze duidelijk gemaakt dat ze bereid zijn de noodzakelijke begrotingsaanpassingen voor het komende jaar voor hun rekening te nemen. En ten slotte is impliciet duidelijk gemaakt dat de criteria van Maastricht met de nodige souplesse zullen worden geïnterpreteerd. Het verdrag biedt daartoe de ruimte en die zal zowel Frankrijk als Duitsland nog hard nodig hebben.