'Katholiek onderwijs bedreigd'

UTRECHT, 3 SEPT. Het ontbreekt katholiek Nederland aan een volwaardige en voldragen visie op het profiel, de taak en de draagkracht voor het katholiek (basis en voortgezet) onderwijs in de toekomst.

Dit zei kardinaal Simonis gisteren in Utrecht bij de presentatie van een bisschoppelijke brief over het katholiek onderwijs. De brief, die verder een oproep tot bezinning over het katholiek onderwijs inhoudt, is ook in brailleschrift beschikbaar.

Volgens de kardinaal dreigt het bijzonder onderwijs, inclusief het katholieke onderwijs, opgeheven te worden als gevolg van de “heel sterke veralgemeniseringstendens”, die naar zijn zeggen door de huidige regering wordt gestimuleerd.

De kardinaal en ook de andere leden van het Nederlandse episcopaat zien gevaren in door de overheid afgedwongen processen van bestuurlijke schaalvergroting, fusering en samenwerking van scholen, alsook in de terugloop van het klassikaal onderwijs.

Bij de aanbieding van de bisschoppelijke brief over het katholieke onderwijs - de tweede in twintig jaar - wees prof.dr. G. Brenninkmeijer (voorzitter van de Katholieke Schoolraad) erop dat het aantal katholieke scholen terugloopt. Droeg vijfentwintig jaar geleden nog veertig procent van al het lagere en middelbare onderwijs een katholiek predikaat, nu is dat volgens Brenninkmeijer bij nog slechts dertig procent het geval. Nederland telt nog ruim 2.200 katholieke basisscholen, 372 katholieke scholen voor voortgezet- en middelbaar beroepsonderwijs en 350 katholieke, speciale scholen. Volgens de Katholieke Schoolraad zit vijfendertig procent van alle VWO-, Havo- en Mavo-leerlingen op een katholieke school. Over universitair onderwijs onder katholieke vlag wordt in de bischoppelijke brief niet gesproken.

Kardinaal Simonis acht de tijd rijp voor een twee jaar durende bezinningsronde over het katholieke onderwijs.

Naar zijn zeggen is de beste katholieke school “de school die in alles het woord van de bisschop volgt”. Mocht daaraan niet worden voldaan, dan moet volgens Simonis minimaal van een katholieke school worden verwacht dat zij het besef bijbrengt dat het leven gegeven is, dat God de mens uit vervreemding en zonde bevrijdt en dat er een oriëntering wordt aangeboden die over de dood heenreikt.

De kardinaal wil katholieke scholen echter tot niets verplichten. Of een katholieke school uitkomt voor haar idealen, of zij duidelijk is over haar doelstelling en identiteit, en of zij waarde hecht aan godsdienstonderwijs, dat alles is volgens de kardinaal geen zaak van “moeten, maar van mogen”, ofwel, zoals de kardinaal het verder verwoordde, een “kwestie van genade”.

Simonis wees erop dat de katholieke gemeenschap in de negentiende eeuw een plaats voor eigen onderwijs heeft bevochten en dat deze vorm van bijzonder onderwijs in de twintigste eeuw zijn waarde heeft bewezen. Nu gaat het er volgens hem om dit onderwijsstelsel te behouden.

De kardinaal memoreerde in dat verband dat de kerk en het katholieke onderwijs een periode “van afstandname en een zekere vervreemding” hebben meegemaakt, waardoor er een moeizame relatie ontstond. Daarin komt nu een kentering, aldus kardinaal Simonis, “want er groeit voorzichtig een nieuwe belangstelling voor elkaar”.