Irak en VS tonen bekende reflex van actie en reactie

De aanval op de Iraakse luchtafweer van vanochtend is vooralsnog een unilaterale actie van de Verenigde Staten. Het Amerikaanse optreden wordt gesteund door Groot-Brittannië en de NAVO als Westerse alliantie, maar de uitvoering berust bij de luchtmacht en de marine van de VS.

Het is de derde grote, puur Amerikaanse actie na het eendrachtige optreden van de geallieerden onder de vlag van de Verenigde Naties, aangevoerd door de VS, tijdens de Golfoorlog in 1991. Op 7 januari 1993 voerde een coalitie van Amerikanen, Fransen en Britten eerst een gezamenlijke luchtaanval uit op Irak, als antwoord op de stationering van raketten door Saddam Hussein in Zuid-Irak. Later die maand volgde een eenzijdige Amerikaanse aanval met dertig kruisraketten. De tweede, puur Amerikaanse actie tegen Irak - met 23 kruisraketten - was op 27 juni 1993, ter vergelding van een complot tegen de Amerikaanse oud-president Bush.

De Amerikanen gaan er vanuit dat zij een mandaat van de Verenigde Naties hebben om te reageren op het Iraakse offensief in het noorden. De Veiligheidsraad van de VN heeft zich in elk geval de afgelopen dagen niet geroerd. Voor de formele toetsing van het Amerikaanse mandaat spelen twee bepalingen een rol: de 'veilige zone' boven de 36ste breedtegraad is eenzijdig door de Westerse geallieerden ingesteld. Deze afspraak heeft geen bindende status, maar is de afgelopen jaren wel gerespecteerd door Saddam Hussein.

Wel bindend is resolutie 688 van de V-raad uit 1991, die Irak maant niet de burgerbevolking te onderdrukken. Een concrete dreiging met sancties is er niet aan gekoppeld, en verschaft de geallieerden dus een alibi om van geval tot geval te reageren. De VS beschouwen nu het binnendringen van de 'veilige zone' als een schending van '688'.

Dat de VN zelf (nog) geen rol van betekenis spelen, heeft niet alleen te maken met het geringe vertrouwen van de Amerikanen in de VN. Er lijkt internationaal vooralsnog sprake van terughoudendheid en zelfs scepsis tegenover het Amerikaanse optreden. De drie overige leden van de V-raad (naast de VS en Groot-Brittannië) Frankrijk, Rusland en China, reageren niet enthousiast op de Amerikaanse aanval van vannacht. Een gezamenlijke Westerse aanpak tegen Irak ontbreekt. Volgens diplomaten in Westerse hoofdsteden moet het optreden 'kort en snel' zijn.

Dat is ook de wens van president Clinton. Hij heeft juist in deze verkiezingsperiode geen behoefte aan riskante militaire avonturen, ook al is de voorsprong op zijn rivaal Dole groot. Anderzijds is ook voor hem een krachtige Amerikaanse reactie op de Iraakse troepenbeweging ondermijdelijk, zeker in het licht van de verkiezingen. Het noorden van Irak mag dan een complexe haard van elkaar bestrijdende facties zijn, de eerste Iraakse invasie, met 30.000 man, in de 'veilige zone' na de Golfoorlog is voor de VS niets anders dan een provocatie; waarbij bovendien Amerikaanse waarschuwingen zijn genegeerd.

Het blijft arbitrair in hoeverre Irak VN-resolutie 688 heeft geschonden, maar voor de uitoefening van macht en leiderschap zijn voor Amerika meer factoren in het geding: nadat de VS ervan afzagen om Saddam Hussein begin 1991 te verwijderen, zijn korte bestraffingen voor Washington een noodzakelijk kwaad geworden. Saddam Hussein wilde dit weekeinde kijken hoever de VS en de geallieerden na de Golfoorlog nog willen gaan in hun militaire optreden. Een eerste antwoord is nu gegeven. Voorlopig zijn het vertrouwde reflexen van actie en reactie.